Het demissionaire kabinet presenteerde op Prinsjesdag 2021 de Miljoenennota 2022 en dus ook het Belastingplan 2022.

In de kabinetsplannen voor het komende jaar valt op dat geen ingrijpende wijzigingen worden voorgesteld en dat het Klimaatakkoord grote invloed heeft op de besluiten van het kabinet.

Deze special bevat voorstellen van het kabinet die de komende periode in het parlement worden behandeld. De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2022 in werking, tenzij anders is vermeld.

Download hier de “Special Miljoennota 2022” in PDF

Download hier de nieuwsbrief als PDF-document


1. Per 1 juli extra regels voor bestuur vereniging en stichting

Besturen van verenigingen en stichtingen krijgen met ingang van 1 juli van dit jaar met extra regels te maken. Dit is het gevolg van de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR).

Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen

De WBTR is bedoeld om wanbestuur binnen verenigingen en stichtingen zo veel mogelijk te voorkomen. Met de WBTR wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de regels die al gelden voor besturen van nv’s en bv’s. Overigens bevat de WBTR ook een aantal aanpassingen voor de nv en bv, maar daar gaan wij hier aan voorbij.

Aansprakelijkheid bestuurders

De bestaande aansprakelijkheid van bestuurders wordt in de WBTR uitgebreid. De aansprakelijkheid wordt uitgebreid met aansprakelijkheid bij faillissement als er sprake is van ernstig verzuim.

Tegenstrijdig belang

Een van de zaken die in de WBTR geregeld wordt, is het voorkomen van tegenstrijdige belangen. Daarom is in de nieuwe wet bepaald dat een bestuurder van een vereniging of stichting niet mag deelnemen aan vergaderingen over een bepaald onderwerp als hij ook een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging of stichting. Ook mag hij in die gevallen niet deelnemen aan de besluitvorming.

Stemrecht aan banden

In de WBTR kan een bestuurder nooit meer stemmen uitbrengen dan de rest van het bestuur samen. Een bestaande afwijkende statutaire regeling is geldig tot 1 juli 2026 of tot de eerstvolgende statutenwijziging, als dit eerder is.

Alternatieve besluitvorming

Als in een vereniging of stichting met een klein bestuur geen van de bestuursleden nog in functie is of afwezig, kunnen formeel geen besluiten meer worden genomen. Volgens de WBTR dienen dan de statuten te bepalen hoe besluiten dan toch genomen kunnen worden, bijvoorbeeld via een commissie.

2. Betaling transitievergoeding in termijnen? Mag dat?

Over de hoogte van de te betalen transitievergoeding kan discussie ontstaan. Zeker als een bedrijf op een later moment is overgenomen. Wat zegt de kantonrechter in Amsterdam hierover? En mocht de werkgever door de coronacrisis de transitievergoeding in termijnen betalen?

In een aan de kantonrechter in Amsterdam voorgelegde zaak ging het om een werknemer die claimde al vanaf 1993 bij de werkgever werkzaam te zijn. Zijn huidige werkgever had de zaak overgenomen in 2017 en was van mening dat hij pas vanaf dat moment een transitievergoeding hoefde te betalen. Bijkomend punt was dat de werkgever aangaf vanwege de slechte financiële situatie de transitievergoeding niet te kunnen betalen.

Opvolgend werkgeverschap

De rechter oordeelde hier dat de werknemer inderdaad vanaf 1993 in dienst was en dat sprake was van opvolgend werkgeverschap waardoor de werkgever dus ook de dienstjaren vóór de overname moest meerekenen. Dit betekende dat de werknemer recht had op een transitievergoeding berekend vanaf 1993. De financiële situatie vormde geen reden voor de rechter om af te zien van de transitievergoeding.

 Wanneer sprake van opvolgend werkgeverschap?

Van opvolgend werkgeverschap is volgens de wet sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. Het opvolgend werkgeverschap is een bepaling van driekwart dwingend recht, wat betekent dat er in een cao van mag worden afgeweken ten nadele van een werknemer. Het is dus raadzaam de eventueel toepasselijke cao erop na te slaan.

Let op!
Om te constateren dat sprake is geweest van opvolgend werkgeverschap moet het gaan om dezelfde verrichte arbeid. Is de arbeid gewijzigd, dan is opvolgend werkgeverschap niet aan de orde.

Betaling in termijnen

De kantonrechter vond het wel aannemelijk dat de slechte financiële situatie van de werkgever een gevolg was van de door de overheid opgelegde beperkende coronamaatregelen en niet te wijten was aan de werkgever zelf. Om die reden stond de kantonrechter het de werkgever toe de verschuldigde transitievergoeding in 16 termijnen van een maand te betalen.

Dit is op zich een bijzondere uitspraak, omdat deze afwijkt van de bepaling over gespreide betaling als neergelegd in de Ontslagregeling. De Ontslagregeling bepaalt dat indien de betaling van de transitievergoeding ineens leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever, deze over maximaal zes maanden kan worden gespreid. Deze zes maanden beginnen te lopen vanaf het moment dat de transitievergoeding uiterlijk betaald had moeten worden, oftewel een maand na afloop van het dienstverband. Bij een dergelijke gespreide betaling is de werkgever wel de wettelijke rente (nu 2%) verschuldigd.

3. Vanaf 1 maart 2022 subsidie STAP voor scholing

Vanaf 2022 is het niet meer mogelijk om scholingsuitgaven in de aangifte inkomstenbelasting in aftrek te brengen. In plaats daarvan kunnen werkenden en werkzoekenden vanaf 1 maart 2022 een beroep doen op de subsidieregeling STAP-budget. Ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget moeten daarvoor wel voor die tijd actie ondernemen.

STAP-budget

Het STAP-budget is een subsidieregeling van de Rijksoverheid en wordt uitgevoerd door het UWV. STAP staat voor Stimulans Arbeidsmarkt Positie. Met de subsidieregeling kunnen werkenden en werkzoekenden aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget van maximaal € 1.000 (inclusief btw) per jaar. Dat budget is voor les-, cursus-, college- of examengeld en voor kosten van verplicht gestelde leer- of beschermingsmiddelen. Als de aanvraag voor het budget is goedgekeurd, wordt het bedrag betaald aan de opleider.

Let op!
Aanvragen is nu nog niet mogelijk, dit kan pas vanaf 1 maart 2022. Voor scholingsuitgaven die daarvoor in aanmerking komen, kan tot en met 31 december 2021 nog gebruikgemaakt worden van de fiscale aftrek in de aangifte inkomstenbelasting.

Geregistreerde opleidingen

Het is alleen mogelijk om een STAP-budget aan te vragen voor opleidingen die zijn geregistreerd in het scholingsregister. Voor ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget is het daarom belangrijk dat hun opleidingen worden opgenomen in dit scholingsregister.

Het scholingsregister wordt door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bijgehouden.

Scholingsregister

Om een opleiding of scholingsactiviteit te kunnen laten opnemen in het scholingsregister moet eerst de opleider opgenomen zijn in het register. Een opleider wordt door de bepaalde organisaties in het scholingsregister geregistreerd als de opleider door deze organisatie erkend is. Het gaat dan om een opleider die:
▪ is erkend door het ministerie van OCW of
▪ beschikt over het NRTO-keurmerk of
▪ opleidingen aanbiedt die leiden tot een door het NCP NLQF ingeschaalde kwalificatie of ▪ is erkend door een sector- of brancheorganisatie.

Ook een door het Nationaal Kenniscentrum EVC erkende EVC-aanbieder wordt in het scholingsregister geregistreerd.

Tip!
Bent u (nog) niet erkend door een van deze organisaties? Dan kunt u daar misschien nu nog verandering in aanbrengen.

Let op!
Met de registratie bent u er nog niet. Een burger kan pas STAP-budget voor uw opleiding aanvragen als u uw gegevens heeft aangevuld en uw scholingsactiviteiten heeft geregistreerd. Deze aanvulling en registratie zijn nu nog niet mogelijk, maar waarschijnlijk vanaf het vierde kwartaal wel. Houd hiervoor de website duo.nl/stap/ in de gaten. Op deze website vindt u ook meer informatie over het scholingsregister.

4. Wat wilt u weten over de digitale bewaarplicht?

Ondernemers dienen hun administratie in beginsel zeven jaar te bewaren. Administraties zijn tegenwoordig vergaand gedigitaliseerd en dus heeft de Belastingdienst de fiscale eisen hieromtrent toegelicht.

Gegevens raadplegen

De bewaarplicht houdt ook in dat de bewaarde gegevens te raadplegen moeten zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld oude apparatuur bewaard moet blijven als bepaalde digitale bestanden alleen op die manier te raadplegen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de oude floppydisk of een eerdere Windows-versie.

Niet alleen Auditfile

De Auditfile Financieel is een uittreksel van het grootboek en wordt door de meeste boekhoudpakketten in Nederland ondersteund. Het is echter niet voldoende om alleen de Auditfile te bewaren, omdat hierin lang niet alle administratieve boekingen zijn opgenomen.

Geen korting vanwege corona

Het kabinet heeft maatregelen genomen in verband met het coronavirus. Werkgevers kunnen als gevolg hiervan te maken hebben gehad met gedwongen sluiting of met sluiting omdat voortzetting van het bedrijf volgens de richtlijnen van het RIVM niet verantwoord was. Voor werkgevers die hiermee te maken hebben gehad, wordt de subsidie echter niet verminderd.

Conversie

Het is toegestaan om gegevens van het ene opslagmedium naar een ander over te brengen, zoals het scannen van een papieren document of de inhoud van een cd-rom naar een USB-stick. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat de conversie juist en volledig gebeurt, dat de geconverteerde gegevens gedurende de gehele bewaartermijn beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd te reproduceren, leesbaar te maken en te controleren zijn.

Papieren documenten niet bewaren

Als u aan genoemde voorwaarden voldoet, hoeven de originele documenten niet meer te worden bewaard. Daarbij zal de digitale versie de plaats innemen van het origineel. In principe kunnen alle documenten worden geconverteerd, met uitzondering van de balans, de staat van baten en lasten en van bepaalde douanedocumenten.

Elektronische communicatiemiddelen

Ook digitale agenda’s en berichten zoals via e-mail, WhatsApp, sms en Facebook dienen bewaard te worden, voor zover ze zakelijk zijn. Bij een controle moeten deze gegevens ter beschikking worden gesteld in de vorm waar de inspecteur om vraagt.

Let op!
Als er geen duidelijke scheiding tussen zakelijke en persoonlijke informatie wordt aangebracht, moeten dus ook privégegevens worden bewaard.

 


 

NIEUWSBERICHTEN

 

1. Uitstel van betaling belastingschulden verlengd tot 1 oktober

Bedrijven kunnen langer uitstel van betaling krijgen van hun belastingschulden. Oorspronkelijk moesten bedrijven vanaf 1 juli van dit jaar hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Maar dat is nu met drie maanden uitgesteld, waardoor bedrijven dus pas vanaf 1 oktober van dit jaar hun nieuwe belastingschulden hoeven te voldoen.

Alle opgebouwde belastingschulden hoeven vervolgens pas vanaf 1 oktober 2022 te worden afgelost. Dit mag uitgespreid over een periode van vijf jaar.

2. Kabinet maximeert NOW vanaf 1 juli op 80%

De tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW wordt gemaximeerd tot een omzetverlies van 80%. Het nieuwe maximum gaat in vanaf de NOW-aanvraag van het derde kwartaal 2021. De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten als bedrijven vanwege corona met een omzetverlies van minstens 20% te maken hebben. De tegemoetkoming bedraagt 85% van de loonkosten. Door maximering van het omzetverlies tot 80%, bedraagt de maximale compensatie vanaf het derde kwartaal nog 68% (80/% omzetverlies X 85% subsidiepercentage).

Door de aanpassing wordt de uitvoering van de NOW met enkele weken vertraagd. Oorspronkelijk zou de tegemoetkoming voor de periode juli t/m september vanaf 5 juli kunnen worden aangevraagd, maar dit wordt dus enkele weken later.

3. Aanvragen zorgbonus per 15 juni gestart

Zorgaanbieders en pgb-budgethouders kunnen vanaf 15 juni tot dinsdag 27 juli 18.00 uur de zorgbonus voor 2021 aanvragen. De zorgbonus is bestemd voor werkenden in de zorg die vanwege corona een uitzonderlijke prestatie hebben verricht. De omvang van de zorgbonus voor 2021 is afhankelijk van het aantal aanvragen. Naar verwachting zal de bonus tussen de € 200 en € 240 netto bedragen. Als voorwaarde geldt verder dat de medewerker niet meer dan twee keer modaal mag verdienen. Een medewerker kan maximaal één keer voor de bonus in aanmerking komen.

Let op!
Zorgaanbieders kunnen de bonus ook aanvragen voor ingehuurde zzp’ers. Ook voor uitzendkrachten kan de bonus worden aangevraagd.

4. Herziening hoofdactiviteit TVL Q4 2020 mogelijk

Ondernemers met omzetverlies vanwege corona kunnen een tegemoetkoming krijgen in de vaste lasten (TVL). De omvang van de tegemoetkoming is mede afhankelijk van de activiteiten volgens de SBI-code. Voor de TVL voor het vierde kwartaal van 2020 is het nu ook mogelijk om een herzieningsverzoek SBI-code te doen.

Door het herzieningsverzoek kunt u TVL krijgen op basis van een andere SBI-code dan vastgelegd in het Handelsregister van de KVK op 15 maart 2020. Dit kan als u kunt aantonen dat uw nevenactiviteit feitelijk uw hoofdactiviteit was op 15 maart 2020 of als uw feitelijke hoofdactiviteit al verwoord stond in de activiteitenomschrijving in het handelsregister op 15 maart 2020, maar nog niet gekoppeld was aan een SBI-code.

Let op!
Het verzoek moet wel uiterlijk 5 augustus 2021 binnen zijn bij de RVO.

5. Aanvragen evenementensubsidie nu mogelijk

Organisatoren van evenementen kunnen tot en met 30 september 2021 subsidie aanvragen ter bestrijding van de kosten van annulering vanwege corona. De subsidie betreft evenementen die tussen 1 juli en 31 december 2021 plaatsvinden. De subsidie bedraagt maximaal 100% van de kosten. Als meer dan 80% van de kosten vergoed wordt, betreft het deel boven de 80% een lening tegen een rente van 2% per jaar.

Een aanvraag voor een evenement dat voor 1 oktober 2021 zou moeten plaatsvinden, moest u uiterlijk op 30 juni 2021 indienen. Voor evenementen na deze datum moet u minstens drie maanden voor de geplande datum van het evenement uw aanvraag indienen. Er gelden enkele voorwaarden voor de subsidie. Zo moet het evenement al minstens twee keer eerder hebben plaatsgevonden en moet er voor het vorige evenement een annuleringsverzekering met pandemiedekking zijn afgesloten. Aanvragen worden beoordeeld op het moment van binnenkomst. Dit betekent dat wanneer het plafond van € 385 miljoen bereikt is, er geen subsidie meer wordt verstrekt.

6. Per 1 juli wijzigt termijn aanvaarding arbeidsovereenkomst

Een werkgever is verplicht om een oproepkracht in de dertiende maand dat deze voor hem werkzaam is een aanbod te doen voor een arbeidsovereenkomst met vaste uren. Vanaf 1 juli is de termijn voor het aanvaarden van dit aanbod door de werknemer gewijzigd.

In de wet was geregeld dat de werknemer minimaal een maand de tijd had om het aanbod te aanvaarden. Vanaf 1 juli 2021 is de regeling op twee onderdelen gewijzigd. Ten eerste heeft de werknemer maximaal een maand de tijd om het aanbod van zijn werkgever te aanvaarden. Ten tweede is de uiterlijke ingangsdatum waarop de vaste arbeidsomvang in dient te gaan uiterlijk twee maanden nadat de arbeidsovereenkomst twaalf maanden heeft geduurd. Dat betekent dus uiterlijk op de eerste dag van de vijftiende maand.

 

Disclaimer: Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.


Download hier de nieuwsbrief als PDF-document

Download hier de nieuwsbrief als PDF-document


1. Meer duidelijkheid over berekenen btw bij commissaris

In welke gevallen moet een commissaris of andere toezichthouder btw berekenen over de toezichthoudende taken die hij uitvoert? De staatssecretaris van Financiën heeft hierover via een besluit eindelijk meer duidelijkheid geboden.

Zelfstandig of niet?

Of btw berekend moet worden, hangt af van de vraag of er sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder ten aanzien van de toezichthoudende werkzaamheden. Dit is vaak niet het geval, wat betekent dat dan geen btw in rekening hoeft te worden gebracht.

Eerdere uitspraken

Het besluit ligt in het verlengde van eerdere uitspraken van het Europese Hof en de Hoge Raad. In deze zaken hadden de toezichthouders geen individuele taken of verantwoordelijkheden, handelden ze ook niet op eigen naam, voor eigen rekening of verantwoordelijkheid en liepen ze geen economisch risico. Ze waren dan ook niet zelfstandig en hoefden geen btw te berekenen.

Specifieke organen
Het besluit noemt een aantal concrete organen waarbij in het algemeen geen sprake zal zijn van zelfstandigheid. Het betreft:
» toezichthoudende organen met wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht (o.a. nv, bv, (bedrijfstak)pensioenfonds);
» toezichthoudende organen zonder wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht vergelijkbaar met nv of bv (o.a. stichting en vereniging);
» bezwaaradviescommissies en adviescolleges met wettelijke taak;
» toetsingscommissies, geschillencommissies en vergelijkbare commissies.

Let op!
In het algemeen zal in voorgaande situaties geen sprake zijn van zelfstandigheid, maar de beoordeling of wel of niet sprake is van zelfstandigheid blijft altijd een feitelijke beoordeling. Beoordeel daarom altijd, onder meer aan de hand van de statuten en de op de statuten gebaseerde reglementen, of wel of geen sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder.

Terugwerkende kracht

Het besluit heeft terugwerkende kracht tot 13 juni 2019, de datum van de uitspraak van het Europese Hof. Voor werkzaamheden waarbij na deze datum btw is berekend en deze is verrekend door de afnemer, hoeft dit niet met terugwerkende kracht gecorrigeerd te worden.

Let op!
Een organisatie met (deels) btw-vrijgestelde prestaties heeft in het verleden de btw die een commissaris of andere toezichthouder berekende, niet (geheel) in aftrek kunnen brengen. Blijkt nu dat de commissaris of andere toezichthouder ten onrechte btw berekende omdat de zelfstandigheid ontbreekt? Dan kan het voor de organisatie een financieel voordeel opleveren als de commissaris of andere toezichthouder met terugwerkende kracht de ten onrechte afgedragen btw bij de Belastingdienst terugvraagt en doorstort naar de organisatie.

2. Kabinet schrapt BIK in ruil voor lagere Awf-premie

Het kabinet heeft besloten de Baangerelateerde investeringskorting (BIK) met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar te schrappen. Dit vanwege de verwachting dat de Europese Commissie de BIK als ongeoorloofde staatssteun zal aanmerken en hiermee niet akkoord zal gaan.

BIK

De BIK was bedoeld om in de coronacrisis ondernemers te motiveren om extra te investeren. Daarom kon een korting op de afdracht van loonheffingen worden verkregen. Deze bedroeg 3% voor de eerste € 5 miljoen aan investeringen en 2,44% over het meerdere aan investeringen.

Lagere Awf-premie

Omdat het kabinet de voor de BIK gereserveerde middelen toch aan het bedrijfsleven wil doen toekomen, is het plan om de Awf-premie (werkloosheidsfonds) te verlagen van 2,7% naar 0,34% voor de lage premie en van 7,7% naar 5,34% voor de hoge premie. Hierdoor komen de middelen terecht bij ondernemers met personeel, net als bij de BIK.

Verschil lage en hoge premie blijft 5%

Een werkgever is de lage Awf-premie verschuldigd voor mensen met een vast arbeidscontract; in de meeste andere gevallen is de hoge Awf-premie verschuldigd. Het verschil tussen de lage en de hoge premie blijft 5%.

Vanaf 1 augustus

Het is de bedoeling dat de Awf-premie dit jaar vanaf 1 augustus verlaagd wordt. Op dit moment wordt de verlaging op uitvoerbaarheid getoetst en de verwachting is dat de verlaging eind juni 2021 definitief wordt vastgesteld. Softwareleveranciers en uitvoeringsinstanties hebben dan nog even de tijd om hun systemen aan te passen.

Gevolgen individueel verschillend

De gevolgen van het schrappen van de BIK en het in de plaats hiervan verlagen van de Awf- premie, zullen per bedrijf verschillen. Zo zal men alleen het negatieve gevolg van het schrappen van de BIK missen als men tussen 1 oktober 2020 en 31 december 2022 zou investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen. Overigens kon de BIK pas vanaf 1 september van dit jaar worden aangevraagd, dus de wijziging levert het bedrijfsleven geen uitvoeringstechnische problemen op.

3. Sterke inkomensdaling door corona? Gebruik de middelingsregeling

Door corona hebben veel ondernemers een sterke inkomensdaling gehad. Is dat bij u ook het geval? Dan is er de middelingsregeling. Dat is een regeling voor belastingplichtigen met een wisselend inkomen en kan daarom interessant zijn in deze tijden van wisselende inkomsten door corona.

Middelingsregeling

De middelingsregeling is een regeling in de inkomstenbelasting waarbij belasting wordt betaald over een gemiddeld inkomen in plaats van het daadwerkelijke inkomen. Dat gemiddelde wordt berekend over een periode van drie aaneengesloten jaren. Omdat het gemiddelde inkomen bij sterk wisselende jaarlijkse inkomens lager ligt, resulteert dat in een lager bedrag aan te betalen inkomstenbelasting.

Hoe werkt middeling?

Is het te betalen bedrag over het gemiddelde over een periode van drie aaneengesloten jaren lager dan het bedrag dat daadwerkelijk over die drie jaren is betaald? Dan bestaat recht op teruggave van het te veel betaalde bedrag. Daarbij geldt wel een drempelbedrag van € 545 (2021).

Let op!
Het recht op teruggave geldt dus alleen voor het bedrag dat uitkomt boven de drempel.

Zelf aanvragen

De Belastingdienst past de middelingsregeling niet zelf toe. Een belastingplichtige moet zelf met een formulier verzoeken om toepassing van de regeling. Een verzoek om middeling moet binnen 36 maanden worden ingediend na afloop van de bezwaartermijn van de definitieve aanslag inkomstenbelasting over het laatste belastingjaar.

Tip!
De middelingsregeling heeft geen invloed op ontvangen toeslagen in de opgegeven jaren voor middeling.

Corona

Het jaar 2020 is het jaar dat veel ondernemers voor het eerst door corona een sterke inkomensdaling hebben gehad. Het is aan te raden om eerst goed na te gaan welke periode van drie aaneengesloten jaren het meest optimaal is voor toepassing van de middelingsregeling.

Tip!
De middelingsregeling mag vaker worden aangevraagd, maar elk jaar mag maar één keer voor middeling worden gebruikt.

4. Vraag tijdig de Subsidie praktijkleren aan!

Bedrijven die een praktijk- of werkleerplaats aanbieden, kunnen hiervoor subsidie krijgen. Deze subsidie kan men voor het lopende studiejaar 2020-2021 tot en met 16 september digitaal aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

Begeleiding

De subsidie is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van degenen die een praktijk- of werkleerplaats volgen. U vraagt de subsidie na afloop van de begeleiding aan.

Omvang subsidie

Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. Bij overschrijding van het budget wordt de subsidie evenredig over de aanvragers verdeeld.

Geen korting vanwege corona

Het kabinet heeft maatregelen genomen in verband met het coronavirus. Werkgevers kunnen als gevolg hiervan te maken hebben gehad met gedwongen sluiting of met sluiting omdat voortzetting van het bedrijf volgens de richtlijnen van het RIVM niet verantwoord was. Voor werkgevers die hiermee te maken hebben gehad, wordt de subsidie echter niet verminderd.

Extra subsidie

Voor erkende leerbedrijven in de sectoren landbouw, horeca en recreatie die een BBL- leerplek (beroepsbegeleidende leerweg) aanbieden, is extra subsidie beschikbaar.

Hoger veiligheidsniveau vereist

Tot en met 30 juni 2021 kunt u de subsidie nog aanvragen met eHerkenning niveau 1 of 2. Vanaf 1 juli 2021 heeft u minimaal eHerkenning niveau 3 met machtiging ‘RVO-diensten op niveau eH3’ nodig om in te loggen voor de Subsidieregeling praktijkleren.

Tip!
Heeft u eHerkenning met een lager betrouwbaarheidsniveau of niet de juiste machtiging, dan moet u uw eHerkenning aanpassen naar een hoger betrouwbaarheidsniveau en de juiste machtiging aanvragen. Houd rekening met een aanschaftijd van ongeveer twee weken, dus regel dit op tijd.

Uitbetaling subsidie

Binnen 13 weken na 16 september wordt een besluit genomen over de ingediende aanvragen en wordt het subsidiebedrag voor een volledige gerealiseerde plaats berekend. Aan de hand daarvan volgen de individuele beschikkingen. Deze beschikking is direct de vaststelling van de subsidie.

Binnen twee weken na ontvangst van een positieve beslissing, ontvangt u het bedrag van de subsidie op uw bankrekening.

 


 

NIEUWSBERICHTEN

 

1. Alsnog NOW voor eerdere kwartalen? Deadline 16 juli!

Ondernemers die nog geen NOW aanvroegen voor de perioden vanaf oktober 2020, kunnen dit nu alsnog doen. Ondanks dat de aanvraagperiode inmiddels officieel is verstreken! De derde aanvraagperiode NOW (vanaf oktober 2020) sloot al eind december 2020. Op dat moment was de regel nog dat de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) meetelde als omzet. Ondernemers die daardoor het benodigde omzetverlies van minimaal 20% niet haalden, vroegen voor deze periode waarschijnlijk geen NOW aan.

Onlangs is echter bekendgemaakt dat de TVL alsnog vanaf de derde aanvraagperiode NOW niet meetelt als omzet. Door het niet meetellen van de TVL heeft de ondernemer dus een lagere omzet. De ondernemer haalt daarom misschien alsnog het benodigde omzetverlies van minimaal 20%. Deze ondernemers kunnen nu alsnog voor de derde aanvraagperiode NOW aanvragen. Dit geldt ook voor de aanvraag van Q1 2021. Alsnog NOW aanvragen kan door te bellen met UWV Telefoon NOW.

Tip!
Deze mogelijkheid is geopend tot en met 16 juli 2021.

2. Startersregeling TVL nu aan te vragen

Er is een speciale TVL-regeling voor startende ondernemers beschikbaar. Die kan per 31 mei 2021 worden aangevraagd. De regeling voorziet in een tegemoetkoming in de vaste lasten van ondernemers die tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De regeling is vrijwel gelijk aan de normale tegemoetkoming vaste lasten (TVL). Starters konden hier echter geen gebruik van maken, omdat ze in het tweede kwartaal van 2019 nog niet over omzet beschikten. Aanvragen van de tegemoetkoming voor starters kan digitaal via de RVO. Aanvragen kan uiterlijk tot 12 juli 2021 17.00 uur. De regeling is eenmalig. Vanaf het tweede kwartaal kunnen starters namelijk de gewone TVL aanvragen.

3. Uiterlijk 31 juli berekening tegemoetkomingen Wtl

Als u als werkgever recht heeft op tegemoetkomingen volgens de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl), valt uiterlijk 31 juli de berekening van de tegemoetkoming in de bus. U ontvangt de tegemoetkoming daarna binnen zes weken. De Wtl bestaat uit een drietal tegemoetkomingen voor werkgevers. Het betreft het loonkostenvoordeel (LKV) voor gehandicapte en oudere werknemers, het lage inkomensvoordeel (LIV) en het lage inkomensvoordeel voor jongeren (jeugd-LIV). De definitieve berekening van de tegemoetkomingen ontvangt u uiterlijk 31 juli. Het bedrag van de tegemoetkomingen ontvangt u uiterlijk zes weken later. Heeft u fouten gemaakt in uw aangiften voor de loonheffingen over 2020, dan bent u verplicht die te herstellen. U krijgt hierdoor echter geen hogere Wtl meer. Heeft u echter te veel Wtl ontvangen, dan zal de Belastingdienst dit bedrag wel terugvorderen.

4. Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

Volgens de Wet verbetering poortwachter moet u als werkgever uw best doen om zieke werknemers zo snel mogelijk weer aan het werk te helpen. Corona kan hierbij soms in de weg staan en is dan een ‘deugdelijke’ reden dat u niet aan deze verplichting kunt voldoen. In bepaalde gevallen kan corona in de weg staan bij uw re-integratieverplichtingen. Het UWV kan de verplichtingen dan versoepelen als u een ‘deugdelijke grond’ kunt aanvoeren. Het UWV kent drie deugdelijke gronden. Dit is ten eerste de verplichte sluiting van uw bedrijf vanwege corona. Ook de bedrijfssluiting na herplaatsing bij de nieuwe werkgever of onvoldoende digitale vaardigheden voor begeleiding op afstand is een deugdelijke grond, evenals het niet kunnen bieden van passend werk, bijvoorbeeld als gevolg van coronamaatregelen.

Let op!
Het niet kunnen beschermen tegen coronabesmetting of het niet kunnen doorbetalen van het loon zijn geen deugdelijke gronden.

5. 1 juli: hoger niveau eHerkenning informatieplicht energiebesparing

Heeft uw bedrijf een informatie- en energiebesparingsplicht, dan is hiervoor vanaf 1 juli 2021 minimaal eHerkenning niveau 2+ met machtiging RVO-diensten niveau eH 2+ nodig. Bezit u nu een lager niveau van eHerkenning, dan zult u dit tijdig moeten opwaarderen.

U bent in beginsel verplicht aan de informatie- en energiebesparingsplicht te voldoen als uw bedrijf jaarlijks 50.000 kWh elektra of 25.000 m3 aardgas of een gelijkwaardige hoeveelheid verbruikt. Er bestaan echter uitzonderingen. Is uw bedrijf informatieplichtig, dan had u uiterlijk 1 juli 2019 via de RVO digitaal moeten rapporteren welke energiebesparende maatregelen u heeft uitgevoerd. Heeft u nog niet gerapporteerd, doe dit dan zo snel mogelijk alsnog. Vanaf 1 juli van dit jaar is hiervoor het hogere niveau van eHerkenning nodig.

6. Formulier vrijwilligersverklaring beschikbaar

Vrijwilligers die werkzaamheden verrichten voor een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) en afzien van hun beloning, kunnen dit bedrag onder voorwaarden als gift aftrekken van hun inkomen. Daarvoor is wel vereist dat de ANBI een vrijwilligersverklaring invult. Deze is beschikbaar op de site van de Belastingdienst. In de vrijwilligersverklaring geeft de ANBI aan dat een belastingplichtige vrijwilligerswerk voor de ANBI heeft verricht en daarvoor recht heeft op een vergoeding. Ook moet de ANBI verklaren bereid te zijn de vergoeding aan de vrijwilliger te betalen en in staat te zijn alle vergoedingen aan alle vrijwilligers uit te betalen. Ten slotte moet worden aangegeven dat de vrijwilliger wil afzien van de vergoeding.

 

Disclaimer: Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.


Download hier de nieuwsbrief als PDF-document

Download hier de nieuwsbrief als PDF-document


1. Nieuwe aanvraagronde NOW 6 mei van start

Werkgevers met een omzetverlies van minstens 20% kunnen vanaf 6 mei bij het UWV een aanvraag indienen voor nieuwe NOW-steun (vijfde aanvraagperiode NOW). Deze steun heeft betrekking op een periode van drie maanden, van april tot en met juni.

Tegemoetkoming NOW

De tegemoetkoming volgens de NOW vergoedt maximaal 85% van de loonkosten bij 100% omzetverlies. Bij minder omzetverlies wordt ook de tegemoetkoming evenredig afgebouwd.

Nieuwe aanvraagperiode

De nieuwe aanvraagperiode vanaf 6 mei loopt tot en met 30 juni. Na uw aanvraag krijgt u op basis van het geschatte omzetverlies een voorschot van 80%. Dit wordt in drie keer, verspreid over drie maanden, uitbetaald. Het eerste voorschot ontvangt u binnen 2 tot 4 weken na uw aanvraag.

Let op!
Stopt u uw onderneming in de aangevraagde periode, dan stopt het UWV de betaling.

Definitieve vaststelling

Vanaf 31 januari 2022 start de aanvraagperiode voor de definitieve vaststelling. De definitieve tegemoetkoming wordt op basis van het werkelijke omzetverlies vastgesteld. Heeft u te veel NOW ontvangen, dan moet u het te veel ontvangen bedrag terugbetalen.

Uw loonsom mag, net als bij de twee voorgaande tegemoetkomingen, met maximaal 10% dalen ten opzichte van juni 2020, zonder dat dit leidt tot een verlaging van de NOW. Bij een verdergaande daling volgt wel een vermindering.

2. Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid

Als u personeel inhuurt van een derde, kunt u aansprakelijk gesteld worden voor de premies en belastingen die deze derde moet afdragen. Daarom is het van belang maatregelen te nemen om deze zogenaamde inlenersaansprakelijkheid te voorkomen, zo bleek onlangs nog voor de rechtbank in Arnhem.

Wat is inlenen?

U bent inlener als u een personeelslid van een ander inhuurt. Daarbij is van belang dat u de leiding heeft over de betreffende werknemer en ook toezicht houdt. Doet u dit niet, dan is er geen sprake van inlening, maar van aanneming van werk en dus ook niet van inlenersaansprakelijkheid.

Waarvoor aansprakelijk?

Als inlener kunt u in beginsel aansprakelijk gesteld worden als de uitlener de verschuldigde belastingen en premies niet afdraagt. Het betreft loonbelasting, premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen, premies Zorgverzekeringswet en de btw die de uitlener moet afdragen voor het personeel dat de werkzaamheden voor de inlener verricht.

Risico beperken

U kunt het risico van aansprakelijkheid beperken door de uitlener te vragen naar een verklaring betalingsgedrag, door zelf een goede administratie bij te houden en door de verschuldigde belastingen en premies te storten op een geblokkeerde rekening (G-rekening).

Disculpatiemogelijkheid

Als u kunt aantonen dat het niet afdragen van belastingen en premies door de uitlener niet uw schuld is, kan uw aansprakelijkheid beperkt worden of vervallen. De bewijslast hiervoor ligt bij u. De inlener in bovenstaande zaak beriep zich op deze zogenaamde disculpatiemogelijkheid, maar tevergeefs. Uit de feiten bleek namelijk onder meer dat de inlener niet had geïnformeerd naar een G-rekening en evenmin om een verklaring inzake betalingsgedrag had gevraagd, terwijl hij zich wel van de risico’s bewust was. De aansprakelijkheid voor zo’n € 150.000 bleef dan ook in stand.

Let op!
Leent u in van een uitlener die is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid, dan bent u gevrijwaard voor het volledige bedrag van de aansprakelijkheid als u aan een aantal voorwaarden voldoet.

3. Vraag vóór 1 juli 2021 btw zonnepanelen terug

Heeft u als particulier in 2020 zonnepanelen aangeschaft en de btw nog niet teruggevraagd? Dan moet u vóór 1 juli 2021 in actie komen. Doet u dat niet, dan loopt u het risico de btw niet meer terug te krijgen van de Belastingdienst.

Elke particulier met zonnepanelen die energie terug levert aan het energiebedrijf is btw- ondernemer. Om die reden kan die particulier ook de btw over de zonnepanelen terugvragen. Kocht u in 2020 zonnepanelen? Meld dit dan vóór 1 juli 2021 bij de Belastingdienst.

Aanmelden

Aanmelden doet u via het formulier opgaaf zonnepaneelhouders. Dat moet nu nog op papier, maar onlangs is aangekondigd dat dit waarschijnlijk vanaf juni 2021 ook digitaal kan.

Let op!
Meld u aan vóór 1 juli 2021. Doet u dit daarna, dan kunt u de Belastingdienst alleen nog ambtshalve verzoeken om btw-teruggaaf. Het nadeel hiervan is dat u dan tegen de beslissing van de Belastingdienst geen bezwaar of beroep kunt indienen.

Btw-aangifte

Na indiening van het formulier zal de Belastingdienst een btw-aangifte uitreiken. De btw over de zonnepanelen kan via deze btw-aangifte worden teruggevraagd.

Let op!
Een btw-teruggaaf is alleen mogelijk als de factuur én het contract met het energiebedrijf op naam staan van degene die verzoekt om de btw-teruggaaf.

Wel of geen btw-teruggaaf

Vaak wordt gedacht dat na aanschaf van zonnepanelen, de btw-teruggaaf een zekerheid is. De werkelijkheid wijst helaas anders uit. Zo kunt u bijvoorbeeld voor geïntegreerde zonnepanelen minder btw terugvragen en loopt u bij een hoger bedrag aan zonnepanelen het risico dat u een deel van de btw weer terug moet betalen. En kocht u eerder zonnepanelen, bijvoorbeeld op een andere woning, dan loopt u het risico dat u de btw in het geheel niet kunt terugvragen als u niet vóóraf actie onderneemt. Ook de btw-teruggaaf van een ondernemer die als particulier op zijn woning zonnepanelen plaatst, is complexer dan vaak gedacht.

Tip!
Overleg daarom vóórdat u zonnepanelen aanschaft met ons welke complicaties in uw situatie van toepassing kunnen zijn. Daarmee voorkomt u dat u voor onaangename verrassingen komt te staan.

4. Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?

Ouders die na een echtscheiding de zorg voor een of meer kinderen jonger dan 12 jaar verdelen en daarnaast werken, kunnen beiden recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Er wordt dan al snel gesproken over co-ouderschap. De zorg voor het kind of de kinderen moet dan min of meer gelijkelijk tussen beide ouders worden verdeeld. Als dat onvoldoende gebeurt, is er in fiscale zin geen sprake van co-ouderschap en mist een van beide ouders mogelijk de IACK.

IACK

De IACK bedraagt dit jaar 11,45% van uw arbeidsinkomen boven € 5.153, met een maximum van € 2.815. U moet wel ten minste € 5.153 verdienen.

Voorwaarden IACK

Verder gelden voor de IACK in 2021 de volgende voorwaarden:

» U hebt een kind dat op 1 januari 2021 jonger is dan 12.
» Dit kind staat in 2021 minstens 6 maanden ingeschreven op uw woonadres. Bent u
co-ouder, dan mag uw kind ook zijn ingeschreven op het adres van uw ex.
» U hebt geen fiscale partner of u hebt minder dan 6 maanden een fiscale partner. Of u hebt langer dan 6 maanden een fiscale partner én u verdient minder dan uw fiscale partner.

Wanneer bent u co-ouder?

U bent in 2021 co-ouder als het kind in een herhalend ritme in totaal minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder is. Ook dagdelen tellen hier mee. Dit komt bijvoorbeeld neer op drie dagen per week.

Verdeling zorg

Over de verdeling van de zorg is nogal wat te doen geweest, met verschillende rechterlijke uitspraken. Zo gold tot voor kort nog dat het kind minstens drie dagen per week bij een ouder moest verblijven om aan de voorwaarden te voldoen. Die eis is nu versoepeld doordat het aantal dagen op jaarbasis wordt beoordeeld, mits er sprake is van een zekere regelmaat.

Niet alleen overdag

Eerder kwam een zaak voor de Hoge Raad waarin opnieuw de verdeling van de zorgplicht tussen ouders aan de orde kwam. De ouders in deze zaak hadden een kind van 1 jaar dat een aantal dagen per week van ’s ochtends 7.30 uur tot ’s avonds 19.30 uur bij de moeder verbleef. Deze merkte dit verblijf aan als één dag, maar de Hoge Raad ging hier niet in mee. De Hoge Raad besliste dat één dag moet worden opgevat als 24 uur. Omdat momenteel de eis gesteld wordt dat een kind minstens 156 dagen per jaar bij een ouder verblijft, is het arrest ook nu nog van belang.

Dagdeel

Op de site van de Belastingdienst wordt aangegeven dat ook dagdelen bij elkaar worden opgeteld voor de berekening van de 156 dagen.

Tip!
Wilt u op zeker spelen, spreek dan een schema af waarbij u uw kind(eren) per jaar ten minste 156 hele dagen van 24 uur verzorgt, in een herhalend ritme.

Tip!
Heeft u twee of meer jonge kinderen met uw ex-partner? Door bij ieder (minstens) één kind in te schrijven, voldoet u beiden automatisch aan de voorwaarden zolang het betreffende kind jonger is dan 12 jaar. U hoeft dan niet te voldoen aan de ingewikkelde regels van co- ouderschap.


 

NIEUWSBERICHTEN

 

1. Maak tijdig bezwaar tegen box 3 2020

Ook de bezwaren tegen de box 3-heffing in de inkomstenbelasting 2020 zijn weer aangewezen als massaal bezwaar. Eerder gebeurde dit al voor eerdere jaren. Wilt u aansluiten bij de massaalbezwaarprocedure, dan moet u tijdig bezwaar maken. De vraag is uiteraard wat de kansen zijn in deze procedures. De kans dat de Hoge Raad voor de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020 wel overgaat tot vermindering van de box 3-heffing, waar dat voor de jaren 2013 en 2014 niet gebeurd is, wordt niet zo groot geacht. Daar staat echter tegenover dat het deelnemen aan de massaalbezwaarprocedure relatief eenvoudig is.

Tip!
Maakte u in de jaren 2017, 2018 of 2019 al bezwaar tegen box 3? Dan geldt dat niet automatisch voor 2020. U moet dus voor dit jaar opnieuw bezwaar maken.

2. Geen btw op goedgekeurde coronazelftestkits

Coronavaccins en -testkits mogen zonder btw geleverd worden. Dat geldt ook voor onder meer goedgekeurde zelftestkits. Ook het vaccineren met deze vaccins en het afnemen van de tests kan gedurende die periode gebeuren zonder btw. Normaal moet hierover btw berekend worden, maar in sommige gevallen geldt de medische btw-vrijstelling. Als normaal btw berekend moet worden, kan de leverancier of toediener van de vaccins en tests gewoon zijn btw blijven aftrekken. Geldt normaal de btw-vrijstelling, dan mag de btw niet afgetrokken worden.

Let op!
Alleen voor de levering van vaccins en testkits die een bepaalde goedkeuring hebben meegekregen, geldt het 0% btw-tarief.

3. Per 2022: gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof

Het ouderschapsverlof is nu in de meeste gevallen nog onbetaald. Maar dat gaat wijzigen. Werknemers krijgen per 2 augustus 2022 recht op negen weken gedeeltelijk doorbetaald ouderschapsverlof. Het ouderschapsverlof zoals het nu is, bedraagt 26 keer de overeengekomen arbeidsduur per week en is meestal onbetaald. Het kabinet wil regelen dat werknemers per 2 augustus 2022 recht krijgen op 9 weken gedeeltelijk doorbetaald ouderschapsverlof. In die periode bestaat er recht op een uitkering van het UWV ter hoogte van 50% van het (maximum)dagloon. Dit betaalde verlof moet wel in het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen. Het resterende ouderschapsverlof kan nog steeds worden opgenomen tot de achtste verjaardag van het kind, maar blijft onbetaald. Inmiddels heeft de Tweede Kamer met het wetsvoorstel ingestemd.

4. Deadline 21 mei voor subsidie praktijkleren 2019/2020

Voor werknemers die een leerwerk- of praktijkopleiding volgen, kan een werkgever recht hebben op een subsidie praktijkleren van maximaal € 2.700. De subsidie voor het schooljaar 2019/2020 had de werkgever uiterlijk 16 september 2020 om 17.00 uur moeten aanvragen. Was de werkgever te laat met aanvragen, dan is de aanvraag afgewezen. Voor werkgevers die zich uiterlijk 30 september 2020 meldden bij de RVO is echter in bepaalde gevallen een herkansing mogelijk. Deze werkgevers kunnen alsnog tussen 3 mei 2021 en 21 mei 2021 17.00 uur een aanvraag subsidie praktijkleren 2019/2020 indienen. Maar daarvoor gelden strikte voorwaarden. Voorwaarde is onder meer dat het te laat aanvragen te wijten was aan de coronacrisis.

5. Verblijfkosten eigen rijders verhoogd

Ondernemers in de transportsector die zelf meerdaagse internationale ritten maken, kunnen een vast bedrag aan verblijfkosten aftrekken. Het bedrag is voor 2021 met één euro verhoogd ten opzichte van vorig jaar en bedraagt € 39,50 per dag. De regeling geldt alleen voor ondernemers bij wie de winst in de inkomstenbelasting belast wordt. De vaste aftrek geldt onder bepaalde voorwaarden, zoals dat de rit langer moet duren dan 24 uur en dat de verste bestemming niet in Nederland mag liggen.

Let op!
U mag ieder jaar opnieuw beslissen of u de regeling gebruikt. Als u gebruikmaakt van de regeling, hoeft u de kosten niet aan te tonen.

6. Internetabonnement vrijgesteld met eigen bijdrage werknemer

Vergoedt u als werkgever de kosten van een noodzakelijk internetabonnement aan uw werknemer? De Belastingdienst maakte bekend dat dan die vergoeding ook onbelast is als uw werknemer een eigen bijdrage betaalt. Eerder dacht de Belastingdienst hier nog anders over. ‘Noodzakelijk’ betekent dat de werknemer de voorziening voor zijn werk nodig heeft en gebruikt. Als hij het werk in theorie ook zonder de voorziening kan uitvoeren, kan de voorziening toch noodzakelijk zijn. Ook gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen, zoals smartphones en dergelijke apparatuur, kunt u belastingvrij vergoeden of verstrekken als ze ‘noodzakelijk’ zijn.

Let op!
Een eigen bijdrage van de werknemer betekende tot nog toe dat een voorziening niet als ‘noodzakelijk’ werd aangemerkt. Alleen een eigen bijdrage voor een duurdere uitvoering van een voorziening was toegestaan. Dit standpunt is dus verlaten.

 

Disclaimer: Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.


Download hier de nieuwsbrief als PDF-document

Download hier de nieuwsbrief als PDF-document


1. Extra opletten bij belastingaangifte 2020

Vanaf 1 maart kunnen ondernemers en particulieren weer aangifte inkomstenbelasting doen voor het jaar 2020. Vanwege corona is het wel zaak om dit jaar extra op te letten. Wat zijn specifieke aandachtspunten?

Afwijkend inkomen

Voor veel belastingplichtigen, ondernemers en particulieren, zal vanwege corona het inkomen van vorig jaar afwijken van dat van voorgaande jaren. Is de voorlopige aanslag 2020 en/of 2021 nog gebaseerd op het inkomen van vóór de coronacrisis? Dan is hiermee door de Belastingdienst veelal nog geen rekening gehouden.

Tozo of TOFA?

De Belastingdienst heeft al wel rekening gehouden met een afwijkend inkomen als gevolg van een aanvraag van de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) en TOFA (Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten). Heeft u recht gehad op een van deze steunmaatregelen? Dan hoeft u alleen te controleren of de vooraf ingevulde gegevens kloppen.

Hypotheekrente

Speciale aandacht verdient de aftrek van hypotheekrente. Vanwege de introductie van een zogenaamde betaalpauze – u heeft dan uitstel van betaling van hypotheekrente gehad – kan de aftrek over 2020 lager zijn dan normaal. Dit geldt vaak ook als een hypotheek in 2020 opnieuw is afgesloten, omdat de rente dan meestal lager ligt dan in het verleden.

Vaste lasten

In de aangifte kunnen ondernemers ook profiteren van het feit dat de tegemoetkomingen voor vaste lasten vanwege corona in de vorm van TOGS en TVL onbelast zijn. De kosten zijn daarentegen wel integraal aftrekbaar van de winst.

Zelfstandigenaftrek

Vanwege corona is het zogenaamde urencriterium voor ondernemers versoepeld. Dit betekent dat ondernemers die vanwege corona minder uren in het bedrijf hebben gewerkt, toch aan het urencriterium kunnen voldoen. Daardoor hoeft het recht op enkele faciliteiten voor ondernemers, zoals de zelfstandigenaftrek, niet verloren te gaan.

Individuele omstandigheden

Wie aangifte doet, moet zelf rekening houden met een eventuele wijziging in 2020 van zijn individuele omstandigheden, zoals werkloosheid, een huwelijk of echtscheiding. Ook hierdoor kan de aangifte van 2020 fors afwijken van die van voorgaande jaren.

2. Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

Als u in 2020 recht had op het lage-inkomensvoordeel (LIV), het jeugd lage- inkomensvoordeel of het loonkostenvoordeel (LKV), heeft u half maart van het UWV een voorlopige berekening ontvangen. Controleer deze goed, want fouten kunt u nog maar tot en met 1 mei corrigeren.

LIV, jeugd-LIV en LKV

Bovengenoemde regelingen zijn een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die werknemers met een laag loon, jeugdigen met een laag loon en werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst hebben. In de berekening ziet u voor welke werknemers u recht heeft op een tegemoetkoming en voor welk bedrag.

Aangifte onjuist?

De tegemoetkomingen worden gebaseerd op uw aangiften loonheffingen. Zit hierin een fout, dan dient u uw aangifte te corrigeren. Doet u dit niet, dan kan het zijn dat u geen of minder tegemoetkoming krijgt dan waar u recht op heeft. Krijgt u door een fout te veel aan tegemoetkoming, dan wordt dit later teruggevorderd. Daarbij kan een boete opgelegd worden en rente worden geheven.

Extra aandacht: doelgroepverklaring

Voor het LKV heeft u een doelgroepverklaring nodig. Was uw aanvraag op 31 januari 2021 nog in behandeling, dan staat dit LKV niet in de voorlopige berekening. Zodra de doelgroepverklaring LKV wordt toegekend, kunt u dit nog tot uiterlijk 1 mei via een correctie doorgeven aan de Belastingdienst.

Extra aandacht: overgangsregeling

Komt u in aanmerking voor de overgangsregeling premiekorting oudere of arbeidsgehandicapte werknemer, dan dient u in uw aangiften over 2020 aan te geven dat u het LKV aanvraagt voor uw werknemer. Als u dit vergeten bent, is er geen LKV toegekend in de voorlopige berekening. Ook in dat geval dient u uiterlijk 1 mei een correctie naar de Belastingdienst te sturen.

Contact

Heeft u geen voorlopige berekening ontvangen of twijfelt u of deze juist is? Neem dan zo spoedig mogelijk contact met ons op. De termijn om nog correcties in te dienen eindigt op 1 mei 2021.

3. Nieuwe btw-regels voor afstandsverkopen

Vanaf 1 juli dit jaar gaat de nieuwe EU-btw-richtlijn voor e-commerce gelden en komen er nieuwe regels voor de btw. Een van de regels die verandert, is de heffing van btw op afstandsverkopen.

Afstandsverkopen zijn verkopen aan particulieren – en ondernemers die geen btw-aangifte doen – die gevestigd zijn in andere lidstaten van de EU. De wijziging vereist de nodige voorbereidingen van ondernemers die zich met afstandsverkopen bezighouden.

Drempelbedrag afstandsverkopen tot 1 juli

Op dit moment mag bij levering van goederen aan particulieren en ondernemers die geen btw-aangifte doen binnen de EU Nederlandse btw in rekening worden gebracht als de verkopen onder het drempelbedrag van het land blijven waar de consument woont. Boven het drempelbedrag moet de ondernemer zich in het betreffende land voor de btw registeren, het daar geldende btw-tarief berekenen en daar ook btw-aangifte doen. Indien in enig jaar de drempel wordt overschreden, geldt het daaropvolgende jaar automatisch vanaf de start de buitenlandse btw, net zolang totdat in enig jaar het drempelbedrag niet meer wordt overschreden.

Het drempelbedrag verschilt per land en wordt ook per land toegepast. De ondernemer mag ook kiezen zich in het betreffende land voor de btw te registeren, het daar geldende btw- tarief te berekenen en daar ook btw-aangifte te doen als hij onder het drempelbedrag van het betreffende land blijft.

Uniform drempelbedrag vanaf 1 juli

Vanaf 1 juli 2021 geldt één uniform drempelbedrag van € 10.000 voor alle levering van goederen en diensten gezamenlijk aan particulieren en ondernemers die geen btw-aangifte doen in de EU buiten Nederland. Dit drempelbedrag geldt voor alle prestaties, dus voor leveringen én digitale diensten. Blijft de ondernemer onder het drempelbedrag, dan berekent hij het Nederlandse btw-tarief en doet hij in Nederland btw-aangifte. Het transport moet dan wel in Nederland beginnen. Als de drempel in enig jaar wordt overschreden, berekent de ondernemer vanaf dat moment buitenlandse btw. Het volgende jaar mag de drempel van € 10.000 dan niet worden gebruikt.

Let op!
Het nieuwe drempelbedrag van € 10.000 geldt niet per lidstaat maar voor alle lidstaten tezamen. Een ondernemer zal vanaf 1 juli waarschijnlijk veel sneller het drempelbedrag bereiken dan voorheen. De regeling gaat halverwege het jaar in en daarom gelden tot en met 30 juni 2021 nog de oude drempelbedragen per EU-land. Vanaf 1 juli geldt de grens van € 10.000 voor alle leveringen en digitale diensten aan particulieren en ondernemers die geen btw-aangifte doen in de periode 1 juli tot en met 31 december 2021.

Het is ondernemers vanaf 1 juli nog steeds toegestaan om geen gebruik te maken van het drempelbedrag en vanaf de eerste euro buitenlandse btw te berekenen en in het buitenland btw-aangifte te doen van afstandsverkopen. Dit kan voordelig zijn als het btw-tarief op de prestaties lager ligt dan in Nederland en met de klant een prijs inclusief btw is afgesproken. Ook kan via de buitenlandse btw-aangifte de buitenlandse voorbelasting van dat land worden teruggevraagd. Uiteraard brengt het wel extra administratieve lasten met zich mee.

Eénloketsysteem

Komen de afstandsverkopen boven het drempelbedrag uit, dan berekent de ondernemer de btw van het land waar de consument woont. De ondernemer moet in principe de btw daar ook afdragen en daar btw-aangifte doen. Hij kan vanaf 1 juli echter ook kiezen voor het eenvoudigere ‘éénloketsysteem’.

In dit éénloketsysteem kan de ondernemer de in andere EU-landen verschuldigde btw aangeven en afdragen bij de Nederlandse Belastingdienst. Hij moet zijn bedrijf dan aanmelden voor de ‘Unieregeling’ binnen het nieuwe éénloketsysteem van de Belastingdienst. Zij zorgen dan dat de verschuldigde btw aan de diverse EU-landen wordt doorbetaald. Aanmelding kan vanaf 1 april via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Via het éénloketsysteem kan geen voorbelasting worden teruggevraagd. Als er buitenlandse btw in rekening is gebracht, moet die worden teruggevraagd via een teruggaafverzoek buitenlandse btw. Het rechtstreeks terugvragen van buitenlandse btw kan wel als ervoor wordt gekozen in het buitenland btw-aangifte te doen.

Overige wijzigingen

Andere wijzigingen per 1 juli zijn onder meer het vervallen van de btw-vrijstelling tot € 22 die nu geldt bij invoer van goederen buiten de EU. Een ondernemer kan onder voorwaarden vanaf 1 juli wel gebruikmaken van de invoerregeling binnen het éénloketsysteem voor ingevoerde zendingen van maximaal €150. Hij betaalt dan geen btw bij invoer, maar 1 keer per maand via het éénloketsysteem.

Platformen die zich bezighouden met faciliteren van verkopen aan particulieren, zoals Amazon, zijn vanaf 1 juli onder meer sneller verantwoordelijk voor de btw-afdracht van de verkoop aan particulieren van ingevoerde goederen. Het platform moet dan wel een actieve rol spelen, zoals het faciliteren van betalingen.

MOSS wordt OSS

Leveranciers van digitale diensten kunnen nu voor consumenten binnen de EU al gebruikmaken van een éénloketsysteem, het zogenaamde MOSS-systeem. Door de nieuwe regeling wordt dit systeem getransformeerd tot OSS en kan dit dus gebruikt worden voor digitale diensten én afstandsverkopen.

4. Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?

Vanwege corona werkt Nederland zo veel mogelijk thuis. Maar kunt u als werkgever uw personeel hiervoor ook een onbelaste vergoeding geven? En zo ja, onder welke voorwaarden?

Mag: pc’s, mobieltjes en gereedschap

U mag pc’s, mobieltjes, gereedschap en soortgelijke apparatuur onbelast vergoeden of verstrekken als u in alle redelijkheid vindt dat deze spullen nodig zijn voor het werk. Hieronder valt ook een internetabonnement.

Mag: Inrichting werkkamer

Als werkgever bent u volgens de Arbowet verantwoordelijk voor de werkplek van uw werknemers, ook als zij thuiswerken. Dit betekent dat u daarom arbovoorzieningen belastingvrij ter beschikking mag stellen of vergoeden. Hieronder vallen een bureau, stoel en lampen die de werknemer in zijn werkkamer nodig heeft. Maar let op: de werknemer mag hier geen eigen bijdrage voor betalen.

Mag niet: koffie/thee/toiletpapier

Het vergoeden of verstrekken van koffie, thee, toiletpapier en dergelijke vanwege het verplichte thuiswerken, is belast. U kunt deze vergoedingen en verstrekkingen wel onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. De regering denkt wel na over de mogelijkheid van een onbelaste thuiswerkvergoeding. Als deze er komt, gebeurt dat echter niet eerder dan vanaf 1 januari 2022.

Einde thuiswerken, wat dan?

Komt uw personeel weer volledig naar kantoor, dan moet de werknemer de spullen weer bij u inleveren of er een vergoeding op basis van de dagwaarde voor betalen. Belastingvrije vergoedingen van bijvoorbeeld het internetabonnement moeten worden stopgezet. Zo niet, dan is het voordeel belast. Dit is uiteraard anders als uw personeel gedeeltelijk thuis blijft werken.

Werkkostenregeling

Vergoedingen en verstrekkingen die niet belastingvrij zijn, kunt u desgewenst onder brengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Bijvoorbeeld € 2 per dag (NIBUD) voor bijkomende kosten, zoals verwarming. De vrije ruimte van de werkkostenregeling is ook in 2021 verruimd en bedraagt 3% van de loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere. Zodoende wordt u als werkgever minder snel met de eindheffing van 80% geconfronteerd die u moet betalen voor zover u over de vrije ruimte heen schiet.

Uitruilen belaste en onbelaste vergoedingen

Overigens kunt u ook kijken of u bepaalde kosten kunt uitruilen. Geeft u bijvoorbeeld geen vergoeding voor internet thuis, maar wilt u wel € 2 per dag voor bijvoorbeeld verwarming vergoeden? Dan kunt u er ook voor kiezen deze vergoeding (deels) te verlagen en in plaats daarvan een onbelaste vergoeding voor internet te geven. Houd er wel rekening mee dat u deze bestemming van tevoren moet benoemen.


 

NIEUWSBERICHTEN

 

1. Onbelaste vaste reiskostenvergoeding thuiswerker verlengd tot 1 juli

Werkgevers kunnen hun thuiswerkende werknemers een onbelaste vaste reiskostenvergoeding blijven doorbetalen tot in ieder geval 1 juli 2021. Omdat een onbelaste vaste kostenvergoeding voor thuiswerken veelal niet mogelijk is, vindt het kabinet het gerechtvaardigd de onbelaste vaste reiskostenvergoeding te verlengen. De verlenging betekent ook een tegemoetkoming in de kosten voor werknemers die minder reizen, maar nog wel met kosten geconfronteerd worden. Staatssecretaris Vijlbrief noemt in dit kader de vaste kosten van de eigen auto of de kosten van een auto via private lease.

Let op:
De verlenging geldt onder de voorwaarde dat de reiskostenvergoeding al vóór 13 maart 2020 was toegekend.

2. Snelle aangifte of aanvraag voorlopige aanslag kan belastingrente voorkomen

Voorkom belastingrente en dien vóór 1 mei 2021 uw aangifte inkomstenbelasting 2020 in of verzoek vóór die datum om een juiste voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2020. Voor de vennootschapsbelasting voorkomt u belastingrente als u vóór 1 juni 2021 uw aangifte vennootschapsbelasting 2020 indient of vóór 1 mei 2021 verzoekt om een juiste voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2020. Doet u dit na die tijd en ligt de dagtekening van de aanslag na 30 juni 2021? Dan brengt de Belastingdienst vanaf 1 juli 2021 4% belastingrente in rekening. En let op! Voor de vennootschapsbelasting bedraagt deze rente vanaf 1 januari 2022 weer minimaal 8%.

3. Aanvraag TVL Q1 2021 verlengd, niveau eHerkenning verhoogd

Ondernemers kunnen de tegemoetkoming voor vaste lasten (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021 langer aanvragen. De aanvraagperiode is met twee weken verlengd tot 18 mei 2021, 17.00 uur. De verlengde termijn houdt verband met de uitbreidingen die de TVL voor het eerste kwartaal van 2021 heeft gekregen. Dit betreft onder meer een verhoging van de vergoeding naar 85% van de vaste lasten en het openstellen van de regeling voor kleinere en grotere ondernemingen. Let op: de uitbreidingen worden stapsgewijs doorgevoerd. Daarom is het onder meer voor grotere ondernemingen met 250 of meer werknemers naar verwachting pas vanaf half april mogelijk de TVL voor Q1 aan te vragen. Ondernemers met minder dan 250 werknemers kunnen de TVL voor Q1 wel nu al aanvragen.

Ondernemers die vanaf 12 april de TVL aan willen vragen en eHerkenning gebruiken, hebben hiervoor eHerkenning nodig met een hoger veiligheidsniveau. Dit heeft RVO.nl bekendgemaakt. Aanvragen van de TVL voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 kan vanaf 12 april met eHerkenning alleen nog vanaf niveau 3. Tot nu toe was niveau 1 voldoende. Het hogere veiligheidsniveau betekent voor ondernemers ook hogere kosten. Voor sommige bedrijven was het aanvragen van TVL ook met gebruik van DigiD mogelijk. Voorwaarde is dat de gebruiker bij de Kamer van Koophandel geregistreerd staat als eigenaar of bestuurder van het bedrijf. Die mogelijkheid blijft ook vanaf 12 april bestaan. Daar verandert dus niets.

4. Financiële tegemoetkoming preventief testen

Waar thuiswerken moeilijk of onmogelijk is en/of waar in de werksituatie moeilijk een afstand van anderhalve meter kan worden aangehouden, wordt geadviseerd preventief op corona te testen. Hiervoor is tot eind mei van dit jaar een financiële tegemoetkoming mogelijk. Werkgevers wordt geadviseerd om hun werknemers twee keer per week te testen. De nieuwe regeling vergoedt alléén antigeensneltesten en testen voor begeleide zelfafname. Tevens moeten deze testen worden uitgevoerd door arbodiensten en BIG-geregistreerde artsen. Als werkgever moet u de opdracht dus bij hen neerleggen. De arbodiensten en BIG- geregistreerde artsen ontvangen dan een tegemoetkoming van € 20 excl. btw per test.

Let op:
De financiële tegemoetkoming geldt tot en met 31 mei 2021, met de mogelijkheid tot een maand verlenging.

5. Taxatiewaarde van belang voor startersvrijstelling per 1 april

Voor de waarde waarover overdrachtsbelasting berekend wordt, is de waarde in het economisch verkeer bepalend, of de koopsom indien die hoger is. Dit betekent dat de taxatiewaarde van een woning vanaf 1 april 2021 bepalend kan zijn voor het krijgen van de startersvrijstelling. Jongeren tussen 18 en 35 jaar kunnen sinds dit jaar eenmalig genieten van een vrijstelling van overdrachtsbelasting. Vanaf 1 april 2021 geldt die vrijstelling echter alleen nog voor woningen met een taxatiewaarde van maximaal € 400.000. Als de koopprijs onder de € 400.000 ligt, maar de woning wordt getaxeerd op meer dan € 400.000 moet er dus toch overdrachtsbelasting betaald worden.

De vrijstelling kent als voorwaarde dat deze vanaf het jaar 2021 nog niet eerder genoten is. Iedereen tot 35 jaar kan in principe dus één keer van de vrijstelling profiteren. Dit geldt ook voor degenen die nu al een koopwoning bezitten. Voor de vrijstelling is verder vereist dat men de woning zelf bewoont.

6. Subsidie voor verplicht afgelaste evenementen

Voor evenementen die tussen 1 juli en 31 december van dit jaar worden georganiseerd maar vanwege corona worden verboden, kunnen organisatoren een deel van de kosten vergoed krijgen. De subsidie bedraagt 80% van de kosten. Voor de overige 20% van de kosten kunnen organisatoren een lening krijgen tegen een rente van 2%. De subsidie geldt alleen voor evenementen die in Nederland gaan plaatsvinden tussen 1 juli en 31 december 2021. De subsidie geldt ook voor evenementen die naar deze periode verplaatst worden. De subsidie komt in de plaats van een annuleringsverzekering. Die kan door organisatoren vanwege corona namelijk niet meer worden afgesloten. De subsidie moet per evenement ten minste drie maanden voorafgaand aan het evenement via rvo.nl worden aangevraagd. Voor evenementen in juli geldt een kortere periode. Wordt een evenement afgelast en een subsidie verstrekt van € 125.000 of meer, dan is een accountantsverklaring nodig. Voor subsidies tussen € 25.000 en € 125.000 is een derdenverklaring voldoende.

Disclaimer: Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.


Download hier de nieuwsbrief als PDF-document

Download hier de nieuwsbrief als PDF-document


1. TVL in tweede kwartaal naar 100%

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) wordt opnieuw verhoogd. Voor het tweede kwartaal van dit jaar, dus voor de maanden april tot en met juni, gaat een vergoeding gelden van 100% van de vaste lasten. Dit heeft het kabinet vrijdag 12 maart bekendgemaakt.

TVL

De TVL is een tegemoetkoming in de vaste lasten voor ondernemers die vanwege de coronacrisis een omzetdaling ondervinden van minstens 30%. Sinds 1 januari is de tegemoetkoming verhoogd naar 85%, vanaf 1 april dus naar 100%.

Vergoeding op basis van branchecijfers

Voor de omvang van de vaste lasten van uw bedrijf wordt uitgegaan van het branchegemiddelde via uw SBI-code in het Handelsregister. De werkelijke vaste lasten van een bedrijf zijn niet bepalend. Het aandeel van de vaste lasten in de omzet voor uw branche staat dus vast en hangt samen met uw SBI-code.

Afwijken van SBI-code mogelijk

Verder maakte staatssecretaris Keijzer (EZK) onlangs bekend dat ondernemers bij wie de werkelijke hoofdactiviteit van het bedrijf afwijkt van de SBI-code in het Handelsregister van de KvK toch in aanmerking kunnen komen voor de TVL of voor meer TVL dan op basis van hun SBI-code. Zij doet dit naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak.

Hardheidsclausule

In de TVL worden daarom hardheidsclausules opgenomen. Deze maken het mogelijk dat kan worden afgeweken van de SBI-code als de ondernemer aannemelijk maakt dat de werkelijke hoofdactiviteit van het bedrijf anders is. Deze afwijkmogelijkheid krijgt terugwerkende kracht tot 1 januari 2021.

Aanvragen TVL

De TVL voor het eerste kwartaal van 2021 kunt u via rvo.nl aanvragen tot 30 april 17.00 uur. De TVL voor het tweede kwartaal van 2021 kunt u naar verwachting vanaf half mei aanvragen.

Opslag land- en tuinbouw

De TVL voor het tweede kwartaal kent alleen nog een opslag van 21% voor land- en tuinbouwbedrijven. De opslagen voor de non-food detailhandel en reissector komen in de TVL voor het tweede kwartaal te vervallen.

2. Meer coronasteun via TONK

Het kabinet trekt fors meer geld uit voor inkomensondersteuning via de TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten). Oorspronkelijk was voor de regeling € 130 miljoen uitgetrokken, maar op 12 maart is bekendgemaakt dat dit verhoogd wordt naar € 260 miljoen. De TONK is bedoeld voor degenen die door een inkomensverlies vanwege corona hun vaste lasten niet meer kunnen betalen en richt zich met name op woonlasten.

Aanvragen en uitvoeren via de gemeente

De TONK kan met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar worden aangevraagd bij de gemeente. Vanaf wanneer de aanvraag mogelijk is, verschilt per gemeente. Ook de doelgroep die voor de TONK in aanmerking komt en de hoogte van de tegemoetkoming zijn een keuze van de gemeente en kan dus per gemeente verschillen. Het kabinet heeft gemeenten wel opgeroepen ruimhartig te zijn in het toekennen van de TONK.

Wanneer komt u voor TONK in aanmerking?

Voor de TONK komt u in aanmerking als u 18 jaar of ouder bent, aanzienlijk inkomen verliest door de coronacrisis, uw woonkosten niet meer uit uw inkomen of uw vermogen kunt betalen en overige financiële tegemoetkomingen tekortschieten. Daarnaast gelden nog andere voorwaarden die per gemeente kunnen verschillen.

Let op!
Uw gemeente bepaalt hoeveel vermogen u mag hebben om nog voor de TONK in aanmerking te komen. Dit kan dus per gemeente verschillen.

Wat zijn woonkosten?

Woonkosten ziet op huur of hypotheek, maar ook op de kosten van elektriciteit, gas en water, servicekosten en gemeentelijke belastingen. Uw gemeente bepaalt welke kosten door de TONK gedekt kunnen worden.

3. Dreigt sluiting voor tienduizenden kantoorpanden?

Vele tienduizenden kantoorpanden beschikken nog niet over het juiste energielabel. Daardoor dreigt sluiting voor deze panden per 1 januari 2023, zo blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Energielabel

Kantoorpanden moeten vanaf 2023 verplicht geregistreerd zijn met een energielabel van minimaal het niveau C. Hieraan voldoet nu slechts 38% van alle kantoren. De helft van alle kantoren bezit nog helemaal geen energielabel.

Sanctie: sluiting

Kantoren die niet aan de eisen voldoen, moeten per 2023 verplicht sluiten. Dit betekent dat veel kantoren de komende jaren energiezuiniger moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld door middel van isolerende maatregelen.

Uitzonderingen

Sommige gebouwen zijn uitgezonderd van de plicht tot vergroening, bijvoorbeeld kleinere gebouwen tot 100 m2, gebouwen waarbij het gebruik van het kantoor minder dan de helft van het gehele gebouw is en rijksmonumenten.

Energielabels geregistreerd

Energielabels staan geregistreerd bij de RVO. Bedrijven kunnen hier opvragen welk label hun kantoor bezit.

Let op!
Bedrijven die vergroenende maatregelen hebben genomen, moeten daarna opnieuw een energielabel aanvragen, anders staat het kantoor nog steeds in de boeken met een onvoldoende ‘groen’ energielabel.

Energie- en milieu-investeringsaftrek

Bij het vergroenen van uw kantoorgebouw heeft u mogelijk recht op de energie- of milieu- investeringsaftrek. Dit is een extra aftrek van de winst, gerelateerd aan de omvang van uw investering. Extra informatie hierover treft u aan op de site van de RVO (rvo.nl).

4. Eigenrisicodrager WGA of ZW? Let op deadline van 31 maart

Wilt u per 1 juli 2021 eigenrisicodrager worden voor de WGA of ZW? Of bent u al eigenrisicodrager en wilt u opzeggen? Dan moet u dat uiterlijk 31 maart aanvragen bij de Belastingdienst.

Wat is eigenrisicodragerschap?

Werkgevers vallen voor de kosten van arbeidsongeschiktheid van werknemers doorgaans onder de publieke verzekering van het UWV. Hier gaat het om de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet (ZW). U draagt daarvoor WGA- en ZW-premies af.

U betaalt deze premies werknemersverzekeringen echter niet als u eigenrisicodrager bent. In dat geval betaalt u alleen de basispremie. Is het risico dat uw (ex-)werknemer een beroep moet doen op een WGA- of ZW-uitkering laag? Dan kan het dus gunstig zijn om eigenrisicodrager te worden. Maar wordt uw (ex-)werknemer ziek, dan moet u de uitkering en (re-integratie)kosten zelf betalen. U blijft hiervoor maximaal tien jaar verantwoordelijk. Voor dit risico kunt u zich wel verzekeren bij verschillende verzekeraars. Na tien jaar neemt het UWV de betaling van de uitkering over. Ook wordt het UWV verantwoordelijk voor de re- integratie.

Let op!
Eigenrisicodragerschap voor de WW is verplicht voor werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs. Voor werkgevers in andere sectoren is dat niet mogelijk.

Tweemaal per jaar wijzigingen doorgeven

Twee keer per jaar kunt u ervoor kiezen om eigenrisicodrager te worden. Dat kan op 1 januari en op 1 juli. Het eigenrisicodragerschap opzeggen kan ook. De aanvraag moet 13 weken van tevoren bij de Belastingdienst ingediend worden. Wilt u de wijziging per 1 juli 2021 in laten gaan, dan moet u dat dus vóór 1 april doorgeven.

Let op!
Bij de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap moet een garantieverklaring meegestuurd worden van uw bank of verzekeraar. Hiervoor is een modelgarantieverklaring beschikbaar op de site van de Belastingdienst en op de site van het UWV.


 

NIEUWSBERICHTEN

 

1. Voorkom belastingrente door indienen btw-suppletie 2020 vóór 1 april 2021

KControleer of u alle btw over 2020 bij de Belastingdienst heeft aangegeven en betaald. U betaalt namelijk geen belastingrente als u de btw over 2020 alsnog aangeeft vóór 1 april 2021 met een btw-suppletie. Geeft u dit pas op of na 1 april 2021 aan, dan betaalt u vanaf 1 januari 2021 een belastingrente van 4%. Deze rente loopt door tot 14 dagen na de datum van de aanslag waarin de btw is opgenomen. Is de btw-correctie overigens niet meer dan
€ 1.000? Dan hoeft u geen aparte btw-suppletie te doen, maar kunt u dit corrigeren in uw eerstvolgende btw-aangifte.

2. Vanaf 15 maart 2021 subsidie voor emissieloze bedrijfsauto

Ondernemers kunnen vanaf 15 maart 2021 een subsidie van maximaal € 5.000 krijgen voor een emissieloze bedrijfsauto. De subsidie is mogelijk als een ondernemer een nieuwe, volledig emissieloze bedrijfsauto koopt of financieel leaset. Leaset een ondernemer operationeel? Dan kan de leasemaatschappij de subsidie aanvragen en in de operationele lease verwerken. Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de bedrijfsauto voldoen aan een aantal voorwaarden, waaronder een voertuigclassificatie N1 of N2, een maximaal gewicht van 4.250 kilogram en een netto catalogusprijs (N1) of verkoopprijs (N2) van meer dan € 20.000. Let op dat op het moment van aanvraag van de subsidie de koop- of financiële leaseovereenkomst nog niet definitief mag zijn. Ook mag de bedrijfsauto dan nog niet aan u geleverd zijn of op uw naam staan. Het beschikbare budget van de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA) voor 2021 is € 22 miljoen. De subsidie is aan te vragen bij RVO.nl.

3. Bezwaar maken tegen een WOZ-beschikking bedrijf?

U heeft in februari de WOZ-beschikking ontvangen. Kijk er goed naar, want de WOZ-waarde van uw bedrijfspand is onder meer bepalend voor fiscale afschrijving en de heffing van diverse belastingen. Het kan dan ook lonen om bezwaar te maken. Dat geldt voor zowel eigenaren als huurders van bedrijfspanden. Houd wel rekening met de bezwaartermijn van zes weken na dagtekening van de beschikking. Houd er verder rekening mee dat de WOZ- waarde 2021 uitgaat van de waarde op 1 januari 2020. Draag dus de waarde-verlagende kenmerken en feiten van het bedrijfspand op die datum aan. Let op! Ook voor digitaal verzonden beschikkingen geldt een bezwaartermijn van zes weken na dagtekening van de beschikking. Heeft u daarom aangegeven dat u berichten van de gemeente digitaal wilt ontvangen, houd dan de berichtenbox van Mijn Overheid in de gaten.

4. Vanaf 15 maart definitieve aanvraag tweede periode NOW

Deed u voor de tweede NOW-periode (juni t/m september 2020) een beroep op de steunmaatregel en ontving u een voorschot? Dan kunt u vanaf 15 maart de definitieve aanvraag indienen bij het UWV. De oorspronkelijke aanvraagperiode is met een maand vervroegd. Werkgevers hebben ruimschoots de tijd voor de definitieve aanvraag, namelijk tot en met 5 januari 2022. Voor de definitieve berekening van de NOW is een definitieve aanvraag bij het UWV nodig. Op basis van uw definitieve aanvraag betaalt het UWV het restant uit. Is het omzetverlies echter te royaal geschat, dan kan het zijn dat u een deel van het voorschot weer terug moet betalen. Wanneer het terugbetalen van het voorschot tot financiële moeilijkheden leidt, kunt u een betalingsregeling afspreken. Daarbij is in bepaalde situaties uitstel van betaling of betaling over een periode van een jaar of langer ook mogelijk.

5. Herverzekering leverancierskredieten definitief verlengd

De overheid herverzekert leverancierskredieten tot 1 juli 2021. Dit heeft staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) aan de Tweede Kamer laten weten. Door de coronacrisis dreigde voor veel bedrijven de kredietverlening op te drogen. Met de verlenging is voorkomen dat verzekeraars de kredietlimieten verlagen of intrekken. Er zijn wel wijzigingen aangebracht met betrekking tot de inkomsten, kosten en risico’s van de herverzekering. Dit betekent onder meer dat het eigen risico dat de verzekeraars lopen niet langer in omvang beperkt is.

6. Houd de WOZ-beschikking weer goed in de gaten

De stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen (SLIM) die in 2020 werd geïntroduceerd, geldt ook in 2021. Aangezien er zeer korte aanvraagperiodes gelden, is het voor organisaties van belang zich goed voor te bereiden. Mkb-werkgevers kunnen dit jaar op twee momenten de SLIM-regeling aanvragen, namelijk van 2 tot en met 31 maart 2021 17.00 uur en van 1 tot en met 30 september 2021 17.00 uur. De aanvraag kan gedaan worden via het subsidieportaal van Uitvoering van Beleid. De SLIM-regeling beoogt werkgevers te ondersteunen bij initiatieven voor leren en ontwikkelen in de breedste zin van het woord. Het is er bijvoorbeeld voor het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen voor werkenden in de onderneming. Ook is de subsidie er voor het bieden van praktijkleerplaatsen ten behoeve van een beroepsopleiding.

Disclaimer: Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.


Download hier de nieuwsbrief als PDF-document

Let op!
In deze MKB-Nieuwsbrief hebben we bewust geen coronagerelateerde maatregelen, zoals de NOW 3.0, opgenomen. Dit komt omdat er bij het verschijnen van deze nieuwsbrief nieuwe of uitbreidingen van bestaande steunmaatregelen in de maak zijn (of net bekend zijn gemaakt). We houden u op de hoogte.

Download hier de nieuwsbrief als PDF-document


1. Vijf belangrijke wijzigingen 2021 voor de werkgever

Per 1 januari zijn er weer tal van wijzigingen doorgevoerd op het gebied van lonen voor de werkgever en de dga. Welke springen het meest in het oog?

1.1 Wat verandert er in de werkkostenregeling?

Per 1 januari 2021 gaat de vrije ruimte binnen de WKR naar 1,7% over de eerste € 400.000 van de loonsom. Over het meerdere van de loonsom wordt de vrije ruimte 1,18% (was 1,2%). In 2020 was naar aanleiding van de coronacrisis de vrije ruimte (eenmalig) verhoogd naar 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom.

Concernregeling 2021

Heeft u meerdere bv’s? Dan kunt u gebruikmaken van de zogenaamde concernregeling. Deze concernregeling kan nadelig uitpakken. Voor het concern in zijn geheel wordt de vrije ruimte namelijk bepaald op 1,7% van de eerste € 400.000 van de totale loonsom van het concern en op 1,18% over het meerdere. U mag dus niet uitgaan van de vrije ruimte per onderdeel van het concern.

Tip!
Ga eerst na of de concernregeling wel voordelig voor u is. U hoeft dit uiterlijk pas in het tweede aangiftetijdvak te beslissen.

1.2 Gebruikelijk loon dga

Het gebruikelijk loon voor de dga stijgt in 2021 naar € 47.000. In 2020 was dit nog € 46.000.

De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap en ook werk verricht voor diezelfde onderneming. Zij moeten in de loonaangifte een salaris opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor de werkzaamheden. Voor 2021 geldt dus als richtlijn een salaris van € 47.000.

1.3 Compensatie transitievergoeding bij einde bedrijf door pensioen of overlijden

Staakt u uw bedrijf door pensionering? Dan kunt u vanaf 1 januari 2021 aanspraak maken op een compensatie van de transitievergoedingen voor uw werknemers. Het gaat hier om bedrijven met minder dan 25 werknemers.

De overheid wil voorkomen dat werkgevers die door pensionering gedwongen zijn hun onderneming te staken, privévermogen moeten aanwenden om hun werknemers de transitievergoeding uit te kunnen betalen.

De compensatie transitievergoeding bij beëindiging van het bedrijf is geregeld in de Wet arbeidsmarkt in balans. Voor de berekening van het aantal werknemers is het niet van belang of de werknemer een tijdelijk of een vast contract heeft. Er geldt geen terugwerkende kracht bij deze regeling.

Erfgenamen en/of medewerkgevers kunnen na het overlijden van de werkgever geconfronteerd worden met een onderneming die zij niet willen of kunnen voortzetten. Bedrijfsbeëindiging gevolgd door het ontslag van de werknemers zal dan de enige optie zijn. De erfgenamen van de overleden werkgever die na aanvaarding van zijn nalatenschap van rechtswege werkgever zijn geworden, zijn bij beëindiging van de dienstverbanden dan een transitievergoeding verschuldigd aan alle ontslagen werknemers. Daarvoor kan ook compensatie worden aangevraagd.

1.4 Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)

Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Deze tijdelijke regeling zorgt ervoor dat bedrijven ook in deze roerige tijden blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines. De regeling geldt voor nieuwe investeringen die vanaf 1 januari 2021 tot uiterlijk 31 december 2022 worden gedaan. Bij grote investeringen in een jaar is de korting tot € 5 miljoen 3,9%, daarboven 1,8%. Bedrijven kunnen de investeringskorting verrekenen met de af te dragen loonheffing.

Let op!
Vanwege de verrekening met de loonheffing is de BIK alleen interessant voor bedrijven met personeel.

Het is niet toegestaan een investering – waarvoor de BIK wordt verkregen – aan een derde ter beschikking te stellen. Het maakt niet uit of deze derde een Nederlands of buitenlands bedrijf is.

Let op!
Het is nog niet zeker of ook een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting de BIK kan aanvragen. Eerst moet er groen licht komen van de Europese Commissie of dit onderdeel van de BIK geoorloofde steun is.

1.5 Tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing

Als onderdeel van het pensioenakkoord is met ingang van 1 januari 2021 voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-regelingen) de tijdelijke RVU-drempelvrijstelling ingevoerd. Dat betekent dat de RVU-heffing van 52% voor u als werkgever tijdelijk en onder voorwaarden achterwege blijft, voor zover de betalingen in het kader van de RVU onder het bedrag van de drempelvrijstelling blijven.

De voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling zijn als volgt:

» de uitkering ingevolge de RVU-regeling wordt toegekend in (maximaal) 36 maanden direct voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer.
» het bedrag van de drempelvrijstelling wordt per maand berekend.
» de RVU-drempelvrijstelling geldt voor de periode van maximaal 36 maanden direct voorafgaand aan de AOW-leeftijd. Gaat de uitkering minder dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd in, dan geldt de vrijstelling alleen nog voor de resterende maanden.
» de werknemer heeft uiterlijk 31 december 2025 de leeftijd bereikt die (maximaal) 36 maanden vóór de AOW-leeftijd ligt.
» de RVU-drempelvrijstelling bedraagt maximaal een bedrag dat, na vermindering van loonbelasting en premies volksverzekeringen, gelijk is aan het nettobedrag van de AOW- uitkering voor alleenstaande personen zoals dat geldt op 1 januari van het jaar waarin de uitkering plaatsvindt.

2. Geen mondkapje, geen loon

De vraag of een werkgever een werknemer kan verplichten een mondkapje te dragen, kwam aan de orde in een kort geding bij de rechtbank in Utrecht. Het ging om een werknemer die werkzaam was als chauffeur voor een banketbakkerij.

Instructierecht

De werkgever had het dragen van een mondkapje verplicht gesteld voor al zijn personeelsleden in zijn bedrijfspanden en had zich daarbij beroepen op zijn instructierecht. Het instructierecht volgt uit de aard van het dienstverband en brengt de zeggenschap van de werkgever over de werknemer tot uitdrukking. Zo’n instructie kan in strijd zijn met grondrechten. De werknemer in kwestie weigerde in de bedrijfspanden het mondkapje te dragen.

Legitieme doelen

De kantonrechter oordeelt echter dat de verplichting tot het dragen van een mondkapje in de bedrijfspanden van de werkgever twee legitieme doelen dient.

» Ten eerste is de werkgever wettelijk verplicht de individuele belangen van haar werknemers te beschermen door zorg te dragen voor een gezonde en veilige werkomgeving, waarin besmetting met het coronavirus voorkomen moet worden.
» Ten tweede dient de werkgever zijn bedrijfsbelang te beschermen, omdat de werknemers bij ziekte of quarantaine hun loon doorbetaald moeten krijgen. Het dragen van een mondkapje kan hierbij helpen. Een dergelijke maatregel kan bovendien alleen effectief zijn als iedereen zich eraan houdt

Geen persoonlijke beperkingen

Tevens geldt in deze zaak dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer beperkt is, omdat de chauffeur het mondkapje in het transportbusje niet op hoeft te doen, slechts alleen als hij aanwezig is in een van de bedrijfspanden. Er is overigens ook niet gebleken dat er medische of psychologische beperkingen bij de werknemer waren op grond waarvan hij het mondkapje niet zou kunnen dragen.

Maatregelen

Tot het moment dat de werknemer wel bereid is het mondkapje te dragen, mag de werkgever het loon opschorten en hem de toegang tot het werk ontzeggen.

3. Uitstel belasting gehad? Vraag een overzicht aan

Vanwege de coronacrisis hebben ondernemers de mogelijkheid om uitstel van betaling van belastingschulden aan te vragen tot 1 april 2021. Uitstel is al sinds het begin van de coronacrisis in maart van 2020 mogelijk, reden waarom de mogelijkheden worden verruimd om een overzicht van deze schulden op te vragen.

Belastingtelefoon en helpdesk

Een overzicht van belastingschulden kon al worden verkregen via de Belastingtelefoon en via de Helpdesk voor intermediairs. Via deze kanalen heeft een ondernemer het overzicht binnen twee dagen in huis via zijn Berichtenbox.

Extra mogelijkheden

De Belastingdienst heeft vanwege de coronacrisis ook een tweetal andere mogelijkheden opengesteld. Dit betreft een speciaal telefoonnummer (0800-0230107) en een speciaal e-mailadres: schuldoverzicht_bijzonder_uitstel@belastingdienst.nl.

Het telefoonnummer is 24/7 bereikbaar. Het e-mailadres is bedoeld voor adviseurs die voor meerdere ondernemers tegelijk een overzicht willen opvragen. Deze overzichten ontvangt de ondernemer dan binnen tien dagen per gewone post.

4. Nieuw jaar, nieuwe hogere schenkvrijstelling

Met een nieuw jaar is er ook weer een nieuwe schenkvrijstelling. Deze is vanwege corona met € 1000 verhoogd ten opzichte van vorig jaar.

Schenkvrijstelling

De schenkbelasting kent een jaarlijkse vrijstelling die ouders gebruiken om te schenken aan hun kinderen. Op die manier wordt gedurende het leven al een deel van het vermogen belastingvrij overgeheveld naar de kinderen.

Extra verhoging vanwege corona

Vanwege de coronacrisis is de jaarlijkse schenkvrijstelling extra verhoogd met € 1.000. Dat geldt zowel voor de jaarlijkse vrijstelling voor kinderen als voor derden. In 2022 wordt de schenkvrijstelling weer met € 1.000 verlaagd.

Vrijstelling voor kinderen

De vrijstelling voor schenkingen van ouders aan hun kinderen bedraagt in 2021 € 6.604. De vrijstelling voor schenkingen aan derden, zoals aan kleinkinderen, bedraagt in 2021 € 3.244.

Overige vrijstellingen

De schenkbelasting kent naast de jaarlijkse vrijstellingen nog enkele vrijstellingen. Zo kunt u eenmalig aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar belastingvrij € 26.881 schenken. In plaats daarvan kunt u ook, onder voorwaarden, voor een dure studie eenmalig € 55.996 of voor een eigen woning € 105.302 schenken.

Let op!
De vrijstelling voor een eigen woning van € 105.302 geldt ook voor schenkingen aan derden.


 

NIEUWSBERICHTEN

 

1. Einde onbelaste vaste reiskostenvergoeding per 1 februari?

Krijgen uw werknemers een vaste reiskostenvergoeding van u, en werken zij vanwege het coronavirus (bijna) volledig thuis? Dan kunt u in ieder geval tot 1 februari 2021 deze vergoeding nog onbelast doorbetalen, ook al worden deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt. Wel is de voorwaarde dat het een vaste vergoeding betreft die al voor 13 maart 2020 door u werd toegekend.

In januari 2021 komt het kabinet terug op hoe het na 1 februari 2021 om wil gaan met de onbelaste vaste reiskostenvergoedingen. De verwachting is ook dat er meer duidelijkheid komt over een eventuele thuiswerkvergoeding.

2. Nieuwe UWV-uitvoeringsregels bij ontslag

Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen of wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is het UWV de aangewezen instantie om een ontslagaanvraag in te dienen. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling UWV ontslagprocedure. Bij het aanvragen van dit ontslag is het van belang dat de ontslagprocedure goed wordt gevolgd. Daarbij moet u bijvoorbeeld denken aan de termijn voor het aanvullen van een incompleet verzoek, de termijnen voor hoor en wederhoor en wanneer uitstel kan worden verleend.

Per 1 september 2020 zijn de uitvoeringsregels ontslagprocedure van het UWV aangepast alsook de uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen. Raadpleeg voordat u een ontslagaanvraag indient eerst de UWV-uitvoeringsregels, zodat u niet voor verrassingen komt te staan. Deze uitvoeringsregels kunt u downloaden op de website van het UWV.

3. Stijging vrijwilligersvergoeding in 2021

De maximale vrijwilligersvergoeding stijgt in 2021 naar € 1.800 per jaar (2020: € 1.700) en € 180 per maand (2020: € 170). Het kan zijn dat u vrijwilligers meer uitbetaalt dan bovengenoemde vergoedingen. En dat het bedrag ook hoger is dan de door de vrijwilliger gemaakte kosten. De hele vergoeding is voor de vrijwilliger belast voor de inkomstenbelasting. Wijs de vrijwilliger er dan op dat hij/zij deze inkomsten moet opgeven in de aangifte inkomstenbelasting. Dit geldt ook als een vrijwilliger bij meerdere organisaties een onbelaste vergoeding krijgt en opgeteld de totale vergoeding meer is dan het maximumbedrag van € 1.800.

4. Meer investeringsvoordelen in 2021

Ondernemers die investeren, krijgen dit jaar meer investeringsaftrek. Dit komt door aanpassingen aan de inflatie en de verhoging van de energie-investeringsaftrek. De aanpassing aan de inflatie betekent dat het maximum van de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen, de KIA, stijgt naar € 16.568. Dit maximum bereikt men als in 2021 wordt geïnvesteerd voor een bedrag tussen € 59.171 en € 109.574. De investeringsaftrek voor energiezuinige investeringen gaat dit jaar licht omhoog. Voor energiezuinige investeringen die op de zogenaamde Energielijst voor 2021 voorkomen, krijgt men een energie-investeringsaftrek (EIA) van 45,5%, tegen 45% vorig jaar.

Daarnaast wordt het maximum aan investeringen waarvoor de EIA verkregen kan worden verhoogd van € 124 miljoen naar € 126 miljoen.

De percentages van de milieu-investeringsaftrek (MIA) blijven ongewijzigd. Afhankelijk van het bedrijfsmiddel levert een investering 36%, 27% dan wel 13,5% aan MIA op. Alleen investeringen die op de Milieulijst voor 2021 staan, komen voor de MIA in aanmerking. Ook de Vamil blijft ongewijzigd. Met de Vamil kunt u tot 75% van sommige investeringen op de Milieulijst willekeurig afschrijven. Dit biedt u een rente- en liquiditeitsvoordeel. Over de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) hebben we het al eerder in deze nieuwsbrief gehad.

5. Webmodule zzp

De webmodule waarmee opdrachtgevers kunnen zien of ze werk mogen laten uitvoeren door een zelfstandige (iemand buiten loondienst), is 11 januari begonnen. Deze pilot gaat zes maanden lopen. De module geeft op basis van ingevulde informatie een van de volgende oordelen:

  1. Opdrachtgeversverklaring: de opdracht kan buiten dienstbetrekking worden verricht.
  2. Indicatie voor dienstbetrekking: er zijn sterke aanwijzingen dat er sprake is van een
    (fictieve) dienstbetrekking.
  3. Geen oordeel mogelijk: op grond van de gegeven antwoorden is niet duidelijk of sprake is
    van werken buiten dienstbetrekking of van werken in dienstbetrekking.

Deze uitkomsten hebben in de pilotfase overigens geen juridische status.

6. Houd de WOZ-beschikking weer goed in de gaten

Nog even en de nieuwe WOZ-beschikkingen vallen weer in de bus. Door de sterke waardestijging van woningen is het nog belangrijker om erop te letten dat met waarde-drukkende factoren voldoende rekening is gehouden. Het belang van een juiste WOZ-beschikking is groot. Op basis van de WOZ-waarde worden aanslagen OZB (onroerendezaakbelasting) opgelegd. Daarnaast is de WOZ-waarde vaak ook bepalend voor tal van andere belastingen en heffingen, zoals rioolbelasting en de watersysteemheffing. Ook de bijtelling voor de eigen woning, het EWF, wordt gebaseerd op de WOZ-waarde. Verder is ook bij schenken en erven van een woning de WOZ- waarde bepalend. Voor bedrijven is de WOZ-waarde van belang voor onder meer de jaarlijkse afschrijving van een pand. Hoe hoger de WOZ-waarde, hoe minder er valt af te schrijven. Het komt nogal eens voor dat de WOZ-waarde te hoog wordt ingeschat.


Download hier de nieuwsbrief als PDF-document

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging werkgelegenheid NOW

De uitwerking van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) is op 31 maart 2020 bekend gemaakt. Hierbij krijgen ondernemers die door het coronavirus een omzetverlies lijden van minstens 20%, een tegemoetkoming in de loonkosten.

Als aanvulling op de Nieuwbrief Corona 30 maart 2020 is hieronder de NOW regeling nader toegelicht.

Ondernemer kan loonmaatregel NOW 6 april aanvragen

Werkgevers die omzet verliezen, krijgen een deel van de loonkosten vergoed via de NOW- regeling. Zij kunnen die vergoeding in principe vanaf 6 april aanvragen. Het kabinet heeft de inhoud en voorwaarden van de NOW-regeling bekend gemaakt.

Omzetverlies minstens 20% gedurende drie maanden
De belangrijkste voorwaarde voor de compensatie is dat een bedrijf gedurende drie maanden minstens 20% omzetverlies boekt.

Bepaling omzetverlies
Het omzetverlies wordt bepaald op 25% van de omzet van 2019. Dit moet worden vergeleken met de omzet in de periode maart tot en met mei 2020. Zeker in specifieke sectoren van de economie kan de omzetdaling later inzetten dan het verlies van economische activiteit. Werkgevers kunnen daarom bij de aanvraag kiezen of zij de omzetdaling berekenen over de meetperiode startend op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. Het moet daarbij altijd om een aaneensluitende periode van drie maanden gaan. Bij de definitieve afrekening kan de meetperiode niet meer worden aangepast. De tegemoetkoming in de loonkosten blijft ongeacht die keuze betrekking hebben op de loonkosten tussen maart en mei 2020, ongeacht over welke van die driemaandsperioden (meetperiode) de omzet is bepaald.

Let op!
Bij concerns wordt uitgegaan van de omzet van het hele concern. Hierbij wordt aangesloten op de definitie van een groep volgens het jaarrekeningenrecht. Grofweg bestaat de groep uit de ondernemingen die opgenomen zouden worden in een geconsolideerde jaarrekening. Voor de definitie van omzet wordt eveneens aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. De factuurdatum is derhalve niet direct bepalend voor de periodetoerekening van omzet.
Verkregen subsidies en andere bijdragen uit publieke middelen worden gelijkgesteld met omzet.

Tegemoetkoming maximaal 90%
De tegemoetkoming bij 100% omzetverlies bedraagt 90% van de loonsom. Bij een geringer verlies wordt de tegemoetkoming naar rato aangepast, dus bijvoorbeeld 45% bij 50% omzetverlies.

Wat is de loonsom?
Voor de loonsom wordt uitgegaan van de loonaangifte en neemt men als grondslag het zogenaamde sociale verzekeringsloon, waarbij als uitgangspunt de maand januari 2020 wordt genomen. Hier bovenop komt voor alle bedrijven een opslag van 30% voor werkgeverslasten zoals pensioen en werkgeverspremies. Het maximumloon per werknemer is € 9.538 per maand.

Aanvraag
De aanvraag vindt plaats per loonheffingennummer. Per aanvraag dient de te verwachten omzetdaling van de totale onderneming vermeld te worden.

Wie wel, wie niet?
Iedereen voor wie loonaangifte wordt gedaan en verzekerd is voor de WW, ZW of WIA, valt onder de regeling. Ook het salaris van flexwerkers wordt gecompenseerd, er is geen onderscheid naar contractvorm. De regeling is ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals werknemers met een nulurencontract. Voor payroll- en uitzendwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor gewone werkgevers. Werkenden met een fictieve dienstbetrekking vallen ook onder de regeling, niet-verzekerde en vrijwillig verzekerde dga’s niet.

Start: streefdatum 6 april
Naar verwachting kunnen aanvragen vanaf 6 april bij het UWV worden ingediend. Mocht deze streefdatum niet gehaald worden, dan kan de aanvraag uiterlijk vanaf 14 april worden ingediend. Dit kan tot en met 31 mei 2020. Werkgevers dienen de verwachte omzetdaling op te geven. Als het UWV positief oordeelt, krijgt men in drie termijnen een voorschot van 80%. Het eerste deel van het voorschot wordt uitgekeerd binnen twee tot vier weken na de aanvraag. Indien nodig wordt de regeling ná mei verlengd. De subsidie mag alleen gebruikt worden voor de loonkosten.
Rol accountant
Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hiervoor een accountantsverklaring vereist, maar er wordt nog bekeken onder welke grens een accountantsverklaring niet nodig is. Er volgt binnen 22 weken een eindafrekening van het UWV.

Geen gedwongen ontslag!
Een voorwaarde voor de tegemoetkoming is dat geen ontslag bij het UWV wordt aangevraagd om bedrijfseconomische redenen in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020. Gebeurt dit toch, dan wordt de tegemoetkoming verminderd door 150% van het loon van de ontslagen werknemer in mindering op de loonsom te brengen.

Let op!
Deze voorwaarde geldt niet voor werknemers met een flexibel contract.

Tweede tranche
De mogelijkheid om de noodmaatregel met drie maanden te verlengen wordt nadrukkelijk opengehouden. Daarover zal voor 1 juni 2020 besloten worden, zodat deze tweede tranche aansluit op de eerste aanvraagperiode die op 31 mei eindigt.

Assistentie en een frisse blik nodig?
We staan klaar om u te assisteren bij het aanvragen en later verantwoorden van de NOW. Heeft u na het lezen van deze nieuwsbrief nog verdere vragen, neem dan vooral contact met ons op.

Disclaimer
Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

 

Download hier het PDF-document

sra-certificering-spaarne-accountants-belastingadviseursOnlangs zijn we na een uitgebreide kwaliteitstoetsing en toetredingsprocedure lid geworden van de SRA. We verwachten dat de samenwerking met en faciliteiten van de SRA een extra impuls gaat geven aan de groei van onze organisatie.

Voor de redenen en meer achtergrond:
klik hier ( externe link naar website SRA )

Waarom we zijn toegetreden en wat het jou als klant gaat brengen:
klik hier ( externe link naar website SRA )