Beperking tot 80% omzet

NOWDe NOW voor de periode juli t/m september kent een belangrijke beperking ten opzichte van de vorige periode doordat een maximaal omzetverlies kan worden opgevoerd van 80%. Bij een hoger omzetverlies wordt dus minder NOW uitgekeerd.

Vergoeding maximaal 68%

De vergoeding via de NOW bedraagt 85% van de loonkosten, afhankelijk van het omzetverlies. Bij een omzetverlies van bijvoorbeeld 50% krijgt u 85% x 50% = 42,5% van de loonkosten vergoed. Vanwege de ingevoerde beperking bedraagt de tegemoetkoming voor deze periode dus maximaal 85% x 80% = 68% van de loonkosten.

Uitvoering vertraagd

Door de beperking is ook de uitvoering vertraagd en kan de tegemoetkoming pas vanaf 26 juli worden aangevraagd in plaats van 5 juli, zoals oorspronkelijk de planning was.

Referentiemaand februari 2021

Voor de hoogte van de loonsom wordt uitgegaan van februari 2021. Voor de vorige periode was dit nog juni 2020. De loonsom mag met maximaal 10% dalen ten opzichte van de loonsom in februari 2021 zonder dat dit gevolgen heeft voor de definitieve tegemoetkoming.

Nauwkeurig schatten

Het is in het belang van de werkgever zelf dat hij het omzetverlies voor de periode juli t/m september zo goed mogelijk schat en desnoods de aanvraag iets later indient. Een teveel aan ontvangen NOW moet namelijk bij de definitieve vaststelling weer worden terugbetaald.

Einde in zicht?

Volgens eerdere berichten is dit in beginsel de laatste periode waarvoor NOW kan worden aangevraagd. Het kabinet heeft namelijk het voornemen om de steunmaatregelen vanwege corona vanaf oktober dit jaar te beëindigen. Er is echter een voorbehoud gemaakt voor onverwachte ontwikkelingen, zodat bepaalde steunmaatregelen dan toch kunnen worden verlengd.

Levering binnen zeven maanden

Emissieloze bedrijfsautoIn de oorspronkelijke regeling kon alleen subsidie worden verkregen als de emissieloze bedrijfsauto binnen vier maanden na de beschikking dat de subsidie was toegekend werd geleverd. Omdat dit voor de meeste auto’s niet haalbaar blijkt, is deze termijn verlengd naar zeven maanden.

Tekort aan microchips

Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl) is een tekort aan microchips de oorzaak van de verlengde levertijden.

Aanvragen subsidie

De subsidie moet bij de RVO worden aangevraagd. Dit moet digitaal met behulp van eHerkenning.

Let op! Wanneer u de subsidieaanvraag indient, mag de koop- of financial leaseovereenkomst nog niet definitief zijn. U kunt nog afzien van de koop als u toch geen subsidie krijgt.

Tot en met 2025

De subsidie is beschikbaar tot en met 31 december 2025 en kent jaarlijks een maximumbudget. De maximumsubsidie per bedrijfsauto bedraagt € 5.000.

Ook MIA

Als u een emissieloze bedrijfsauto aanschaft, kunt u in beginsel ook in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). Deze bedraagt in 2021 36%, waarbij dit voor een elektrische bedrijfsauto geldt tot een cataloguswaarde van € 75.000 en voor een bedrijfsauto op waterstof tot een cataloguswaarde van € 125.000.

Heeft u vragen over de subsidie op emissieloze bedrijfsauto’s, neem dan contact met ons op.

Subsidie

EvenementenOmdat het vanwege corona twijfelachtig is of evenementen mogen doorgaan en onder welke voorwaarden, is er een subsidie beschikbaar voor evenementen die verplicht moeten worden afgelast. Dit betreft tot 14 augustus onder andere evenementen waarbij de bezoeker niet beschikt over een vaste zitplaats.

Verhoging subsidie tot 100%

De subsidie kent een maximum van 80% van de kosten, met een aanvulling tot 100% als lening. De terugbetaling van deze aanvulling vervalt voor evenementen in de periode van 10 juli tot en met 3 september 2021.

Verlenging aanvraagperiode

Ook de aanvraagperiode voor de subsidie wordt verlengd. Organisatoren kunnen een aanvraag indienen tot drie weken na inwerkingtreding van de uitbreiding van de garantieregeling, óf indien dat later is, tot drie weken voor de geplande evenementdatum.

Eerder georganiseerd

Voor de verruimde subsidie geldt dat eenzelfde evenement minstens één keer eerder moet zijn georganiseerd. Oorspronkelijk moest dit minimaal twee keer zijn.

Welke kosten zijn gedekt?

De gedekte kosten zijn bijvoorbeeld die van onderaannemers en leveranciers. Zoals voor de opbouw van tribunes, security en technische voorzieningen. Aanbetalingen voor artiesten van buiten de EU worden daarnaast toegevoegd aan de subsidiabele kosten en vallen daarmee onder de oorspronkelijke regeling die loopt van 1 juli t/m 31 december.

Onlangs kreeg een groot bedrijf een boete van € 475.000 opgelegd door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) vanwege het te laat melden van een grootschalig datalek. Welke lessen kunnen hieruit getrokken worden?

Wanneer melding datalek?

DatalekOp grond van artikel 33 van de AVG moet een inbreuk op de persoonsgegevens, ook wel datalek genoemd, zonder onredelijke vertraging en indien mogelijk binnen 72 uur nadat de verwerkingsverantwoordelijke hiervan kennis heeft genomen, worden gemeld bij de AP. Dat is in ieder geval nodig als er een redelijke mate van zekerheid bestaat dat zich een veiligheidsincident heeft voorgedaan dat tot de compromittering van persoonsgegevens heeft geleid. Het maken van een melding is niet nodig als het niet waarschijnlijk is dat die inbreuk een risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.

Tijd voor onderzoek

In veel gevallen zal er onderzoek nodig zijn of er daadwerkelijk sprake is van een datalek. Dat onderzoek kan enige tijd in beslag nemen. Toch is het noodzakelijk om ieder incident onmiddellijk te onderzoeken om te bepalen of er sprake is van een inbreuk op persoonsgegevens. Als er van een inbreuk sprake is, moeten er ook direct maatregelen worden genomen om dit te corrigeren en moet het datalek worden gemeld. Op basis van de AVG zou een termijn van 72 uur hiervoor in principe voldoende moeten zijn.

Te laat…

Het grote bedrijf dat eerder een boete kreeg, vond dat de overschrijding van deze 72 uurs-termijn gerechtvaardigd was, omdat het bedrijf eerst onderzoek moest doen voordat het het incident kon melden. Daarnaast vond de onderneming dat zij vanuit efficiency-oogpunt incidenten had mogen bundelen, ook al werd hierdoor de 72 uurs-termijn overschreden.

De rechter oordeelde echter dat het bedrijf de nodige steken had laten vallen en, ook na de eerste melding, onvoldoende voortvarend had gehandeld. Daarbij was van belang dat de onderneming niet had gehandeld conform haar eigen protocollen, waarin was opgenomen dat ieder vermoeden van een incident direct moest worden doorgezet naar het Security Team.

Pro-formamelding

De eerste les die uit deze uitspraak kan worden getrokken is dat het verstandig is om bij een mogelijk datalek binnen 72 uur in ieder geval een pro-formamelding bij de AP te doen. Daarmee kunt u een boete  vanwege een te late melding voorkomen.

Tip! Vermeld in de pro-formamelding welke actie er al ondernomen is en dat het onderzoek nog loopt. Daarnaast is het van belang dat de eigen protocollen strikt worden nageleefd, zoals het opvolgen van de daarin genoemde escalatielijn. Als er van de eigen protocollen wordt afgeweken, kan dit ertoe leiden dat er niet adequaat is opgetreden en kan er een boete worden opgelegd.

MedischDe nieuwe regels hebben als doel dat er een halt wordt toegeroepen aan de steeds stijgende zorgkosten en personeelstekorten. Om die reden wil de NZa inzichtelijker maken op welke momenten in het zorgproces de zorg wordt overgedragen door de medisch specialist aan ondersteunende zorgverleners, zoals bijvoorbeeld de physician assistant (PA) of de verpleegkundig specialist (VS).

Dat inzicht ontbreekt nu nog, omdat zorgactiviteiten doorgaans niet worden geregistreerd op degene die de zorg feitelijk verleent. Daarnaast geven de nieuwe regels meer inzicht in hoe het zorgproces ook anders, en daarmee goedkoper en efficiënter, kan worden ingericht.

Impact

Juist omdat op dit moment in de praktijk zorgactiviteiten meestal worden geregistreerd op de AGB-code van de verantwoordelijke medisch-specialist hebben de nieuwe regels een behoorlijke impact op de zorgverleners. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat hierdoor op basis van de afspraken die u heeft gemaakt met zorgverzekeraars lagere vergoedingen worden verstrekt voor de verleende zorg.

Tip! Evalueer tijdig hoe de exacte afspraken met de zorgverzekeraars luiden om te kunnen bepalen wat exact de impact is op de praktijkvoering.

Een goede voorbereiding

Om ervoor te zorgen dat er voor 1 januari 2022 kan worden voldaan aan de nieuwe regels is het noodzakelijk dat er tijdig een unieke AGB-code wordt aangevraagd voor alle ondersteunende zorgverleners die zo’n code kunnen aanvragen. Dit geldt onder meer voor de physician assistant en de verpleegkundig specialist, maar bijvoorbeeld niet voor arts-assistenten. Voor zorgverleners die niet onder de medisch-specialistische zorg, zoals huisartsen, geldt de verplichting ook niet.

Let op! De verwachting is dat de doorlooptijd van de aanvraag de komende maanden en zeker richting het einde van het jaar gaat stijgen. Wacht dus niet te lang met de aanvraag van de AGB-codes

De ICT en de werkprocessen

Naast de aanvraag van de AGB-codes en de evaluatie van de afspraken met de zorgverzekeraars is het van belang dat tijdig wordt beoordeeld of het gebruikte ICT-systeem voorziet in de mogelijkheid om alle betrokken medewerkers hun zorgactiviteiten te laten registreren op hun eigen AGB-code.

Tip! Zorg er tevens voor dat u uw werkprocessen aanpast, zodat iedere betrokken zorgverlener ook daadwerkelijk zijn of haar zorgactiviteiten op zijn of haar eigen AGB-code registreert.

Bijkomende dienst

ParkerenIn 2018 oordeelde de Hoge Raad over de vraag of het verlenen van toegang tot een natuurpark en een parkeerdienst samen één prestatie vormen. Omdat op het verlenen van toegang tot het natuurpark het verlaagde btw-tarief (6%) van toepassing is, zou dat lage tarief dan ook van toepassing zijn op de parkeerdienst. De Hoge Raad dacht daar anders over: omdat het parkeren vanuit de gemiddelde consument bezien een doel op zich is en geen bijkomende dienst, is sprake van twee losse prestaties. De parkeerdienst kon daarom niet meegetrokken worden in het verlaagde btw-tarief. Voor parkeren bij een diergaarde, een attractiepark, een museum en een festival werd in latere jurisprudentie eenzelfde oordeel geveld.

Feitelijke omstandigheden

Dat er niet snel sprake is van één prestatie werd duidelijk in een zaak over een slecht bereikbaar attractiepark. Het begon gunstig voor de ondernemer: het gerechtshof oordeelde dat sprake was van één prestatie waarop het verlaagde btw-tarief van toepassing was. Het hof kwam tot dat oordeel omdat het vond dat de consument wegens de slechte bereikbaarheid van het park geen andere keuze had dan met de auto te komen en te parkeren op het parkeerterrein. De Hoge Raad zag dat anders. Omdat het beschikken over een auto in het park voor bezoekers geen rol speelt, is ook hier het parkeren een doel op zich. Dat een grote groep bezoekers vanwege de omstandigheden met de auto naar het park komt maakt dat niet anders.

Beschikken over auto speelt voor bezoekers een rol

Zijn er dan nog wel situaties waarin sprake kan zijn van één prestatie? Er zal niet gauw sprake van zijn gezien de stand van de jurisprudentie op dit moment. Maar op basis van het laatste arrest van de Hoge Raad kan de situatie anders zijn in het geval het gaat om een park waarin het beschikken over een auto voor bezoekers een rol speelt. Wellicht dat te denken valt aan een safaripark?

Heeft u vragen over het btw-tarief bij parkeerdiensten? Neem dan contact met ons op.

Online borrel

Online borrelenBij een online borrel stuurt de werkgever zijn werknemers enkele drankjes en hapjes om er al dan niet gezamenlijk van te genieten. Een dergelijk pakket is in beginsel niet vrijgesteld en dus belast als loon. U kunt het wel onderbrengen in de werkkostenregeling.

Vrije ruimte

Brengt u het onder in de werkkostenregeling, dan blijft het borrelpakket onbelast voor de werknemer. Blijft u dit jaar met uw vergoedingen en verstrekkingen binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling, dan hoeft u ook geen belasting te betalen. Schiet u over de vrije ruimte heen, dan betaalt u als werkgever 80% eindheffing over het meerdere.

Wanneer onbelast?

Het borrelpakket is alleen onbelast als de werkruimte thuis voldoet aan de fiscale eisen. Er moet dan sprake zijn van een werkruimte thuis die zelfstandig is en dus over een eigen ingang en sanitair beschikt. Ook moet u de werkruimte van uw werknemer huren en moet de werknemer in die ruimte werken. Is aan al deze voorwaarden voldaan, dan is het borrelpakket onbelast.

Verzendkosten

Ook de verzendkosten van het borrelpakket tellen mee voor de belastingheffing. Een borrelpakket van € 40 plus € 10 verzendkosten betekent dus een totale waarde van € 50, die u desgewenst kunt onderbrengen in de werkkostenregeling.

Heeft u vragen over de belastingheffing over een borrelpakket, neem dan contact met ons op.

Gedwongen verkoop woning

TasOnlangs was een zaak in het nieuws waarbij een minderjarig kind gedwongen zou worden de ouderlijke woning te verkopen na het overlijden van de ouder, om zodoende de erfbelasting te kunnen betalen. De moeder van het kind is terminaal ziek. In reactie hierop werd aangekondigd dat voor dit soort situaties gezocht zou worden naar een oplossing.

Minimaal vijf jaar

De aanpassing betekent dat in schrijnende situaties voortaan minimaal vijf jaar uitstel van betaling wordt verleend. De schrijnende situatie zal wel aangetoond moeten worden. Is er na afloop van het uitstel nog steeds sprake van een schrijnende situatie, dan kan opnieuw uitstel aangevraagd worden.

Zekerheid

In beginsel zal er wel zekerheid gesteld moeten worden. Hiervan kan worden afgezien in situaties dat er sprake is van onevenredige gevolgen.

Let op! Wordt uitstel van betaling verleend, dan is er ook geen rente verschuldigd.

Heeft u vragen over de mogelijkheid van uitstel van belastingbetaling in schrijnende situaties bij een nalatenschap, neem dan contact met ons op.

JuridischDe wetgever heeft in het Burgerlijk Wetboek een zogenaamd rechtsvermoeden van arbeidsomvang opgenomen. Als er sprake is van een structureel arbeidspatroon over een periode van drie maanden kan een werknemer daar, behoudens tegenbewijs, rechten aan ontlenen.

Rechtsvermoeden arbeidsomvang 

Het rechtsvermoeden arbeidsomvang speelt vooral een rol bij de zogenaamde nul-urencontracten en min-maxcontracten, die een werkgever enige vrijheid geven voor wat betreft het aantal uren dat hij een werknemer laat werken. Deze vrijheid kan in de praktijk dus heel anders uitpakken. Als een werknemer gedurende drie maanden structureel meer werkt dan is overeengekomen, kan dit betekenen dat de werkgever gehouden is de werknemer ook daarna het bij die gemiddelde arbeidsduur behorende salaris te blijven uitbetalen. 

De vlieger gaat niet altijd op…

Er moet wel sprake zijn van een structureel arbeidspatroon. Als een werknemer tijdelijk meer werkt vanwege bijzondere omstandigheden, zoals een piekmoment in de zomer of tijdelijk meerwerk vanwege de ziekte van een andere medewerker, is er geen sprake van een structureel arbeidspatroon. In dat geval is het mogelijk dat deze maanden niet worden meegenomen in de zogeheten referteperiode of dat er wordt uitgegaan van een langere referteperiode. 

Tip! Zorg ervoor dat u uw werknemer in het geval van bijzondere omstandigheden schriftelijk laat weten dat u hem vanwege die bijzondere omstandigheden tijdelijk meer uren laat werken dan gebruikelijk.

De praktijk: de zieke horecamedewerkster

Een horecamedewerkster had een arbeidsomvang van vier uren per week. Ze werkte in de praktijk meer uren, maar was ook regelmatig langdurig ziek. In een procedure stelde ze dat haar werkgever ten onrechte uitging van een laag aantal uren (gemiddeld 4,2 uren per week) omdat zij tijdens deze periode vooral ziek was geweest. De rechter ging daarin mee en keek naar de periode voor haar ziekte en stelde vast dat zij gedurende die periode gemiddeld 11,9 uur per week werkte. Haar loon tijdens ziekte moest op basis van die arbeidsomvang worden uitbetaald.

De praktijk: arbeidsomvang bij ontslag

Een medewerkster van een andere onderneming kreeg het bericht dat de werkgever de onderneming ging sluiten vanwege de coronacrisis. Aangezien de medewerker op basis van een oproepovereenkomst werkte, werd  zij niet meer opgeroepen en kreeg geen salaris meer. De rechter keek naar haar gemiddelde maandsalaris en oordeelde dat zij van haar werkgever een aanbod had moeten krijgen voor haar vaste arbeidsomvang.  De medewerkster had dan ook recht op salaris op basis van deze gemiddelde arbeidsomvang over de maanden dat ze geen salaris ontving en over de opzegtermijn. 

Wet excessief lenen

MuntenHet wetsvoorstel excessief lenen wil bovenmatige leningen van dga’s bij hun bv’s tegengaan. Daarom wordt vanaf 2023 een bovenmatige lening belast in box 2. Een dga mag dan nog maximaal € 500.000 bij zijn bv lenen plus een hypotheek voor de eerste eigen woning bij de bv afsluiten.

Coronacrisis

De Tweede Kamer had gevraagd of verdere versoepelingen van het wetsvoorstel nodig zijn vanwege de coronacrisis. Volgens de staatssecretaris is het nog te vroeg om aan te kunnen geven of dit nodig is. Hij geeft wel aan dat in 2019 ongeveer € 13,6 miljard aan extra dividend is uitgekeerd. Of dit is vanwege het toen nog geldende tarief van 25% (nu 26,9%) of vanwege anticipatie op het wetsvoorstel, is onbekend.

Uitstel met één jaar

De staatssecretaris geeft aan dat vanwege de coronacrisis de ingangsdatum van de wet al met één jaar is uitgesteld tot 1 januari 2023. Dit betekent dat een dga pas op 31 december 2023 aan de nieuwe eisen van de wet hoeft te voldoen en ook pas op dat moment zijn schulden aan de bv teruggebracht moet hebben tot maximaal € 500.000.

Heeft u vragen over het wetsvoorstel inzake excessief lenen bij de eigen bv, neem dan contact met ons op.