Huur- en zorgtoeslag

Medisch

De huurtoeslag is een tegemoetkoming voor degenen die veel huur betalen in relatie tot hun inkomen. De zorgtoeslag is een tegemoetkoming voor zorgkosten voor personen met een laag inkomen.

U moet beide toeslagen zelf aanvragen via ‘Mijn toeslagen’ op de site van de Belastingdienst.

Recht op toeslag?

Weet u niet of u recht heeft op een toeslag, dan kunt u dit ook op de site van de Belastingdienst checken. Voor beide toeslagen gelden verschillende voorwaarden. Zo mag uw inkomen voor beide toeslagen niet te hoog zijn en mag voor de huurtoeslag uw huur niet te hoog, maar ook niet te laag zijn. Kortom, het is verstandig en wellicht de moeite waard om het even te checken.

Proefberekening

U kunt voor beide toeslagen ook een proefberekening maken op de site. Door uw persoonlijke gegevens in te vullen, ziet u direct of u recht heeft op een toeslag en zo ja, hoe hoog deze uitvalt.

Let op! U kunt de toeslagen over 2021 dus tot en met 1 september 2022 aanvragen.

Kindgebonden budget

Ook een andere toeslag, het kindgebonden budget, kunt u ook tot en met 1 september aanvragen. Het kindgebonden budget krijgt u echter meestal vanzelf en hoeft u in de regel niet aan te vragen. Dat is alleen anders als u verder geen andere toeslagen krijgt.

Aftrek btw bij aanschaf

Vakantiewoning

Als u de vakantiewoning deels verhuurt, kunt u de btw bij aanschaf van de vakantiewoning in beginsel in aftrek brengen. Bewoont u de vakantiewoning deels ook zelf, dan moet u hiervoor wel een correctie aanbrengen. Er is dan immers sprake van deels privégebruik. Hoe berekent u deze btw wanneer de woning ook deels leegstaat?

Eigen gebruik mogelijk?

In een zaak oordeelde de Hoge Raad dat hiervoor van belang is of de eigenaar tijdens de leegstand zelf over de woning kan beschikken. Of dit het geval is, hangt af van eventuele afspraken met een verhuurmaatschappij en de feiten.

Beperkingen

In genoemde zaak was sprake van nogal wat beperkingen voor wat betreft het privégebruik van de vakantiewoning door de eigenaar. Deze moest het eigen gebruik in beginsel minsten 13 maanden van tevoren melden bij het verhuurbedrijf. Niet tijdig aangemeld ‘eigen gebruik’ was alleen mogelijk als de vakantie woning niet was verhuurd, noch voor verhuur in optie was gegeven. Dit moest vooraf tijdens kantooruren bij het verhuurbedrijf worden nagevraagd.

Alleen daadwerkelijke bewoning telt mee

Op grond van genoemde beperkingen was de Hoge Raad van oordeel dat niet gezegd kon worden dat de vakantiewoning, wanneer deze niet verhuurd werd, ook voor privégebruik ter beschikking stond. De naheffingsaanslagen waarin hier wel vanuit werd gegaan, werden dan ook dienovereenkomstig verminderd.

Heeft u vragen over de btw bij verhuur van uw vakantiewoning, neem dan contact met ons op.

UBO-register

Administratie

Voor een aantal juridische entiteiten bestaat de plicht om geregistreerd te zijn in het zogenaamde UBO-register. UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’, ofwel de uiteindelijke belanghebbende. Dit is de persoon die de uiteindelijke eigenaar is van, of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een bv, stichting, vereniging of andere organisatie waarvoor de registratieplicht geldt. Het UBO-register is vooral bedoeld om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan.

Financiële instellingen vreesden problemen

Onder financiële instellingen was onrust ontstaan over problemen met het UBO-register. Deze instellingen hielden er rekening mee dat ze geen nieuwe klanten meer aan zouden kunnen nemen, zolang het UBO-register niet op orde was. Deze vrees is door het uitstel van tafel.

Nieuwe deadline

Er geldt inmiddels een nieuwe deadline van 1 januari 2023. Deze is er alleen voor bedrijven die hun papieren al ingeleverd hebben bij de Kamer van Koophandel, maar waarvan de inschrijving in het register nog niet verwerkt is. De invoering van de wet zelf wordt dus niet uitgesteld.

Geen sanctie

Volgens het ministerie van Financiën ligt de oorzaak van de vertraging bij ondernemers die zich precies op of net na de deadline van 27 maart 2022 aangemeld hebben. Wie zich te laat heeft aangemeld krijgt hiervoor echter geen sanctie opgelegd.

Winst belast in de bv

Handen

In de bv betaalt u vennootschapsbelasting over – kort gezegd – de behaalde winst. Over de eerste € 395.000 winst betaalt de bv in 2022 15% belasting, over het meerdere 25,8%. Pas als de bv de winst die na belasting resteert, uitdeelt aan de directeur-grootaandeelhouder (dga), moet de dga over de uitgedeelde winst aanvullend 26,9% belasting betalen. Daardoor wordt de totale winst in 2022 belast tegen 37,865 tot 45,76%. U bereikt dit tarief dus pas na uitdeling van de winst. Dit betekent dat het aantrekkelijk is om in de bv winst op te potten en dit pas uit te delen zodra u het als aandeelhouder nodig heeft. Op die manier heeft u renteloos uitstel van belastingbetaling! Bij verkoop van de bv of bij overlijden betaalt u op zijn laatst uiteindelijk belasting over opgepotte winsten.

Let op! Het oppotten van winst levert niet altijd een liquiditeitsvoordeel op en is niet altijd optimaal. Afhankelijk van de situatie kan het fiscaal voordeliger zijn om overtollige liquide middelen naar privé te halen.

Winst belast in de IB-onderneming

Heeft u geen bv maar een eenmanszaak, maatschap of vof, dan betaalt u over de winst het progressieve tarief van de inkomstenbelasting. Onbelast oppotten van winst is dus niet mogelijk. U heeft wel recht op een aantal ondernemersfaciliteiten die de belastingdruk beperken. De belangrijkste is de zelfstandigenaftrek van € 6.310 per jaar. Dit bedrag mag u in mindering brengen op de winst, maar in 2022 tegen een maximumtarief van 40%. Dit tarief zal in 2023 verder dalen tot 37,05%. Voor de zelfstandigenaftrek is wel vereist dat u minstens 1.225 uur per jaar besteedt aan werkzaamheden voor uw bedrijf én dat dit meer dan de helft van het aantal werkzame uren is. Dit wordt het urencriterium genoemd. Deze laatste eis geldt niet voor starters.

Een andere belangrijke faciliteit is de mkb-winstvrijstelling van 14%. Hierdoor blijft 14% van de winst onbelast en is 14% van een eventueel verlies niet aftrekbaar. Ook deze aftrek is in 2022 beperkt tot maximaal 40% en vanaf 2023 tot maximaal 37,05%. Door de mkb-winstvrijstelling betaalt u maximaal 43,9% belasting over de behaalde winst, verminderd met de ondernemersfaciliteiten. 

Aandachtspunten

Dga is werknemer

Anders dan de zelfstandig ondernemer ziet de fiscus de dga als werknemer. Hij kan daarom in beginsel profiteren van de regelingen die ook voor ‘normale’ werknemers gelden.

Let op! Dit betreft met name kostenvergoedingen en het gebruik van de werkkostenregeling, waarvan dus ook de dga gebruik kan maken. Volgens deze regeling kan in 2022 1,7% van de fiscale loonsom tot € 400.000 besteed worden aan belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen en 1,18% over het meerdere van de loonsom boven € 400.000.

Gebruikelijk loon

Heeft u een bv, dan bent u als dga verplicht een minimumbedrag aan salaris uit de bv op te nemen. Dit gebruikelijk loon is 75% van het loon van de dienstbetrekking die het vergelijkbaarst is met die van u als dga of het loon van de meestverdienende werknemer in uw bedrijf, als dat meer is. Het gebruikelijk loon moet echter in 2022 minstens € 48.000 bedragen. Het gebruikelijk loon wordt belast in box 1, dus progressief.

Let op! Des te meer gebruikelijk loon u in aanmerking neemt dan wel in aanmerking moet nemen, des te minder u profiteert van het lage tarief van de vennootschapsbelasting.

Uitzonderingen op het gebruikelijk loon

Verlieslijdende bv’s

Aan de dga van een bv die verlies lijdt, kan onder voorwaarden een lager gebruikelijk loon worden toegekend. Voorwaarde is dat het verlies de continuïteit van uw bedrijf in gevaar brengt. Hiervan is geen sprake bij een incidenteel verlies. Verder moet duidelijk zijn dat uw bedrijf de rekeningen niet meer kan betalen en dat dit niet het gevolg is van een oplopende rekening-courantschuld, uitgekeerd dividend of andere onttrekkingen.

Innovatieve start-ups

Een innovatieve start-up is een bedrijf dat speur- en ontwikkelingswerk verricht en binnen de WBSO (S&O-afdrachtvermindering) als starter is aangemerkt. Voor dga’s van innovatieve start-ups geldt een lagere loonverplichting. Zij mogen zichzelf in de eerste drie jaar na de start van de onderneming het wettelijk minimumloon toekennen in plaats van het minimale gebruikelijk loon van € 48.000. Een lager gebruikelijk loon dan het minimumloon is wel mogelijk als anders de continuïteit van uw bv in gevaar komt. Dit moet u dan wel aantonen.

Starters

Ook dga’s van startende bv’s die geen innovatieve activiteiten verrichten, kunnen onder voorwaarden een lager gebruikelijk loon toekennen. Een voorwaarde is dat de bv een hoger gebruikelijk loon niet kan betalen, bijvoorbeeld omdat de bv veel geïnvesteerd heeft en daardoor over onvoldoende financiële middelen beschikt. Een lager gebruikelijk loon voor starters mag maximaal drie jaar lang betaald worden. Is sprake van een eenmanszaak die is omgezet in een bv, dan moet de periode waarin u uw bedrijf als eenmanszaak dreef van de periode van drie jaar worden afgetrokken. Ook nu is een lager gebruikelijk loon dan het minimumloon mogelijk als anders de continuïteit van uw bv in gevaarkomt.

Aansprakelijkheid

Een voordeel van de bv is dat de aansprakelijkheid van de dga beperkt is tot het in de bv geïnvesteerde bedrag, oftewel de waarde van de aandelen. Formeel is de dga dus niet aansprakelijk voor de schulden van de bv, tenzij sprake is van wanbeleid. Tevens kan aansprakelijkheid jegens de Belastingdienst ontstaan bij het niet-nakomen van bepaalde verplichtingen, zoals het tijdig melden van betalingsonmacht. In de praktijk komt het echter voor dat banken, bij het verstrekken van een financiering voor de bv, eisen dat de dga in privé meeondertekent. Wanneer de bv haar schulden niet meer kan betalen, worden deze dan toch verhaald op het privévermogen van de dga.

Verzekeringsaspecten

Anders dan een gewone werknemer, is de dga in de regel niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Wanneer geen sprake is van ondergeschiktheid, een gezagsverhouding ontbreekt en de dga niet tegen zijn wil ontslagen kan worden, is er geen sprake van premieplicht. In dat geval moet hij zichzelf dus verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, hoewel dit laatste vrij moeilijk is.

De dga is wel verzekerd voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) en moet hiervoor, net als de zelfstandig ondernemer, zelf de premies betalen. Voor 2022 is de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw vastgesteld op 5,5% van het premieplichtig inkomen, tot een maximuminkomen van € 59.706. De maximale inkomensafhankelijke bijdrage Zvw komt daardoor op € 3.283. Deze bijdrage geldt zowel voor de zelfstandig ondernemer als de dga.

Oudedagsvoorziening

Sinds enige tijd zijn de maximaal aftrekbare bedragen voor het opbouwen van een oudedagsvoorziening beperkt. De ondernemer in de inkomstenbelasting en de dga kunnen hier allebei door worden getroffen. Het uitgangspunt is immers dat een maximaal pensioengevend salaris niet meer dan € 114.866 (2022) mag bedragen. Wilt u meer pensioen opbouwen, dan is dit niet meer fiscaal gefaciliteerd. Bovendien wordt voorgesteld vanaf 2023 de dotatie aan de oudedagsreserve voor zelfstandig ondernemers te schrappen. Dit voorstel moet nog worden goedgekeurd door het parlement.

Beperking afschrijven op bedrijfsgebouwen

Sinds 2019 is de afschrijving op alle bedrijfsgebouwen in eigen gebruik voor bv’s beperkt tot 100% van de WOZ-waarde. Hierdoor kunnen bv’s minder afschrijven op hun bedrijfsgebouwen. Deze beperking geldt niet voor ondernemers in de inkomstenbelasting ten aanzien van gebouwen in eigen gebruik. 

Zakendoen met uw bv

Als u een bv heeft, kunt u hier als dga ook zakelijk mee handelen. U bent in feite te vergelijken met een onafhankelijke derde. Zo kunt u bijvoorbeeld geld lenen van uw bv voor een grote aankoop of via uw bv een hypotheek afsluiten voor de aankoop van een woning. De winst die uw bv hiermee behaalt, komt dan ten goede aan uw bv en niet aan uw bank. Houd er wel rekening mee dat het kabinet leningen bij de bv vanaf 2023 wil maximeren tot € 700.000, maar dat geldt niet voor een hypotheek voor de aankoop van een eerste eigen woning. Houd er ook rekening mee dat u bij dergelijke transacties zakelijke voorwaarden in acht neemt. Denk aan het rentepercentage, onderpand en voortijdig aflossen. Schakel desgewenst een adviseur in om u hiermee bij te staan.

Wanneer overstappen?

De vraag wanneer u er als mkb-ondernemer verstandig aan doet om over te stappen naar de bv, is niet eenduidig te beantwoorden en hangt af van bepaalde individuele factoren. In het algemeen kan wel worden gesteld dat de overstap pas aantrekkelijk wordt in situaties waarbij een fors deel van de winst niet direct consumptief door de eigenaar-ondernemer wordt gebruikt. Het verdient dan vanuit fiscaal oogpunt veruit de voorkeur via de bv deze winst onbelast als reserves op te potten. De winst kan dan op een later tijdstip worden gebruikt voor bijvoorbeeld investeringen, een grote privéaankoop of om op een eerder tijdstip te stoppen met werken.

Tip! Hoewel individuele factoren bepalend zijn, kan gesteld worden dat het in veel situaties verstandig is bij een structurele winst vanaf ongeveer € 150.000 de overstap naar een bv te overwegen.

Hoeveel scheelt dat nu?

Cijfervoorbeeld: bij een winst van € 200.000 brengt u in de inkomstenbelasting eerst de zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling tot de maximale aftrek in mindering. U betaalt dus over € 166.573 belasting. Dit is € 77.001.

In de bv vermindert u de winst van € 200.000 eerst met uw gebruikelijk loon. Dit stellen we op € 48.000. Hierover betaalt u als dga € 12.888 inkomstenbelasting. Over het restant betaalt de bv 15% vennootschapsbelasting, ofwel € 22.800. Deelt de bv de rest van de winst van € 129.200 uit aan u als dga, dan betaalt u hierover nog eens 26,9% belasting, ofwel € 34.755. In totaal betalen u en de bv in dit voorbeeld samen dus € 70.443 aan belasting als de winst direct wordt uitgedeeld. Dit is € 6.558 minder dan in de inkomstenbelasting. Om de berekeningen eenvoudig te houden, hebben we geen premies voor bijvoorbeeld pensioen en Zvw meegenomen.

Let op! Het kabinet heeft voorgesteld het tarief van 15% in de vennootschapsbelasting vanaf 2023 nog maar toe te passen over de eerste € 200.000 winst. Als deze plannen doorgaan, worden winsten vanaf € 200.000 dan een stuk zwaarder belast.

Geruisloos doorschuiven

Als u wilt overstappen van een onderneming in de inkomstenbelasting naar een bv, dient u in beginsel met de fiscus af te rekenen over de opgebouwde (stille) reserves. Zo kan bijvoorbeeld de boekwaarde van uw pand lager zijn dan de werkelijke waarde. Er bestaat een mogelijkheid om niet af te rekenen, maar ‘geruisloos’ door te schuiven. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat de bv met dezelfde boekwaarde verdergaat als waarmee de onderneming in de inkomstenbelasting stopte.

Een nadeel hiervan is dat de bv geen investeringsaftrek kan claimen en ook over lagere bedragen af kan schrijven. Het is dan ook helemaal afhankelijk van uw situatie of geruisloos doorschuiven voor u voordeliger is of niet. Er is ook een alternatief voor geruisloos doorschuiven, namelijk het bedingen van een lijfrente bij de eigen bv of een bank of verzekeraar. Tegenover de belaste stakingswinst staat dan de aftrek van de inleg in het lijfrenteproduct (die bij een eigen bv niet hoeft te worden betaald). Dit kan echter niet voor onbeperkte bedragen.

Let op! Bij geruisloos doorschuiven moet op termijn, bij verkoop van de bv, in principe nog wel over de opgebouwde reserves afgerekend worden. Tenzij uw opvolger ook weer besluit om geruisloos door te schuiven. Op deze manier kan de belastingclaim (eindeloos) worden uitgesteld. Geruisloos doorschuiven is echter niet altijd mogelijk dan wel aantrekkelijk.

In deze Advieswijzer hebben wij de belangrijkste aspecten van de overstap naar een bv op een rij gezet. Het is echter onmogelijk om in deze vorm alle aspecten voldoende te belichten. Overweegt u de overstap naar een bv, neem dan contact met ons op.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Rekening-courant of geldlening?

Euro

In een zaak bij het gerechtshof Leeuwarden was sprake van een rekening courant-verhouding tussen de dga en zijn bv. In de loop der jaren was de schuld van de bv fors toegenomen. Toen het met de bv financieel fout liep, wilde de dga de schuld als langlopende geldlening aanmerken, deels afwaarderen en vervolgens ten laste van zijn inkomen brengen.

Antedateren

Uit het arrest blijkt dat de dga op alle mogelijke manieren had geprobeerd aan te tonen dat het een langlopende geldlening betrof. Zo toonde de dga een leningsovereenkomst uit 2011. Echter werd hierin de naam van de bv genoemd die pas in 2014 als zodanig werd aangenomen. Het Hof hechtte aan die overeenkomst dan ook nauwelijks waarde toe.

Onzakelijk

Ook werd duidelijk dat het om een onzakelijke lening ging. Hiervan is sprake als een dga een lening verstrekt en daarbij een debiteurenrisico aanvaardt dat een willekeurige derde niet zou nemen, ook niet tegen een hogere rente.

Debiteurenrisico

Dat een onaanvaardbaar hoog debiteurenrisico was genomen, bleek onder meer uit het feit dat de bv een hoog negatief eigen vermogen bezat, forse verliezen had geleden, er niets was afgesproken over aflossing van de lening, er geen zekerheden waren gesteld, de rente niet werd betaald maar bijgeschreven en dat de lening in eerste instantie mondeling was overeengekomen. Het Hof merkte de lening dan ook aan als onzakelijk en liet de afwaardering ervan niet in aftrek toe.

Wat moet u vastleggen?

Wilt u dergelijke moeilijkheden voorkomen, zorg dan dat u aan een leningsovereenkomst met uw bv inhoudelijk dezelfde eisen stelt als wanneer u de lening met een willekeurige derde zou afsluiten. Leg alles dus schriftelijk vast en neem daar op zijn minst de afspraken in mee met betrekking tot de rente, aflossing, zekerheden en welke sancties er volgen wanneer partijen zich niet aan deze afspraken houden. 

Tip! Vraag u altijd af of u een bepaalde leningovereenkomst met uw bv ook met een willekeurige derde zou afsluiten. Is dit niet het geval, dan zal de lening dus vrijwel zeker als onzakelijk worden aangemerkt.

Wijziging heffing box 3

Rekenmachine

Naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad zal de heffing over vermogen in box 3 worden gewijzigd. De Hoge Raad was van mening dat het huidige systeem van heffing over een verondersteld rendement dat hoger is naarmate het vermogen toeneemt, in strijd is met het recht.

Vermogensaanwas

In de plannen van het kabinet wordt gewerkt aan een systeem waarbij belasting geheven wordt op basis van het werkelijke behaalde rendement. Hiertoe zullen ook ongerealiseerde vermogenswinsten gaan behoren. Dit betekent dat belastingplichtigen al belasting moeten gaan betalen, nog voordat een waardetoename gerealiseerd is.

Liquiditeitsprobleem

De Tweede Kamer constateert dat belastingplichtigen hierdoor in de problemen kunnen komen, omdat dan al belasting betaald moet worden nog voordat de middelen hiervoor aanwezig zijn. In een motie vraagt de Tweede Kamer opties in beeld te brengen om deze liquiditeitsproblemen te voorkomen.

Betalingsregeling

De Tweede Kamer stelt in de motie zelf verschillende oplossingen voor. Eén ervan is de mogelijkheid tot het bieden van een betalingsregeling.

Let op! De plannen van het kabinet moeten nog worden uitgewerkt en worden aanvaard door het parlement. Ze zijn dus nog niet definitief.

Minnelijke saneringsakkoorden

Portemonnee

Bij een minnelijk saneringsakkoord maakt de ondernemer buiten de rechter om afspraken met zijn schuldeisers om zijn schulden zoveel mogelijk binnen 36 maanden af te lossen. Na die periode wordt een mogelijke restschuld door alle schuldeisers kwijtgescholden. Een belangrijke voorwaarde is dat alle schuldeisers akkoord gaan met het saneringsvoorstel.

Wat kan er met belastingschulden?

Bij de onderhandeling over het saneringsakkoord moet de ondernemer met alle schuldeisers afspraken maken over de aflossing. Vaak is ook de Belastingdienst een van de schuldeisers. Normaal gesproken wil de Belastingdienst bij een minnelijk saneringsakkoord het dubbele uitkeringspercentage ten opzichte van het percentage dat wordt afgelost aan de overige schuldeisers. In praktijk betekent dit nogal eens dat er voor de overige schuldeisers dan niets of niet veel overblijft, waardoor de kans op een akkoord van de overige schuldeisers aanzienlijk afneemt.

Tijdelijk met minder genoegen

Om de totstandkoming van minnelijke saneringsakkoorden te bevorderen neemt de Belastingdienst daarom tijdelijk genoegen met hetzelfde uitkeringspercentage als de overige schuldeisers. Dit geldt voor alle verzoeken tot minnelijke sanering die in de periode van 1 augustus 2022 tot 1 oktober 2023 worden ontvangen.

Let op! Een van de voorwaarden van de Belastingdienst is dat de ondernemer die om sanering verzoekt, zijn onderneming voortzet.

WHOA

Als niet alle schuldeisers akkoord willen gaan, is het ook mogelijk via de zogenaamde Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) de rechter te vragen om het saneringsakkoord goed te keuren. Alle betrokken schuldeisers zijn, na goedkeuring door de rechter, dan aan het saneringsakkoord gebonden. 

Ook in saneringsakkoorden onder de WHOA neemt de Belastingdienst vanaf 1 augustus 2022 tot 1 oktober 2023 genoegen met hetzelfde uitkeringspercentage als concurrente schuldeisers.

De Eerste Kamer zal het wetsvoorstel dit najaar behandelen. Het is de bedoeling dat de nieuwe wet vanaf 2023 ingaat.

Huidige regeling aandelenopties startups

Euro

Op basis van de huidige wet worden aandelenopties belast op het moment dat deze optierechten worden uitgeoefend. Dat is dus het moment waarop de opties worden omgezet in aandelen. Voor startups geldt dat slechts 75% van het voordeel bij uitoefening van de aandelenopties wordt belast. Deze korting van 25% wordt berekend over maximaal € 50.000.

Voorbeeld

Een werknemer ontvangt een aandelenoptie van zijn werkgever. Na 3 jaar oefent de werknemer de aandelenoptie uit en behaalt daarmee een voordeel van € 60.000. De werkgever is een startup en voldoet aan alle voorwaarden voor de regeling. Het belastbare voordeel van de werknemer bedraagt daarom € 47.500 (€ 10.000 + 75% van € 50.000).

Let op! Om in aanmerking te komen voor de regeling gelden voorwaarden. Informeer bij een van onze adviseurs naar deze voorwaarden.

Nieuwe regeling aandelenopties

De kortingsregeling voor startups verdwijnt volgens het wetsvoorstel per 1 januari 2023. Daar staat tegenover dat volgens het wetsvoorstel de belastingheffing over aandelenopties vanaf 2023 verschoven kan worden van het moment van uitoefening van de aandelenopties naar het moment waarop de bij uitoefening van de aandelenopties verkregen aandelen verhandelbaar zijn.

Let op! Deze wijziging wordt voorgesteld omdat bij het verhandelbaar worden van de aandelen mogelijk makkelijker liquide middelen verkregen kunnen worden om de belastingheffing te kunnen voldoen.

Vijfjaarstermijn bij beursgenoteerde ondernemingen

Is de werkgever een beursgenoteerde onderneming, dan kan de belastingheffing maximaal tot vijf jaar na uitoefening van de aandelenopties worden uitgesteld. Gaat de werkgever pas na uitoefening van de aandelenopties naar de beurs, dan kan de belastingheffing maximaal tot vijf jaar na deze beursgang worden uitgesteld.

Let op! Dit geldt ook als de aandelen op dat moment nog steeds niet verhandelbaar zijn.

Keuzemogelijkheid

Aangezien werknemers niet in alle gevallen gebrek aan liquiditeiten hebben, bevat het wetsvoorstel een keuzemogelijkheid voor de werknemer. Onder voorwaarden en naar keuze van de werknemer kan belastingheffing ook net als nu plaats bij uitoefening van de aandelenopties.

Tip! Als de verwachting is dat de aandelen (sterk) in waarde gaan stijgen en de liquide middelen aanwezig zijn, leidt de keuze van belastingheffing op het moment van uitoefening van de aandelenopties waarschijnlijk tot een lagere belastingheffing.

Starters en groeiers

De nieuwe regeling is niet beperkt tot startups, maar geldt voor alle bedrijven. Aandelenopties zullen echter met name een rol spelen bij startups.  Starters en groeiers hebben namelijk vaak behoefte aan goed gekwalificeerd personeel, maar hebben meestal nog onvoldoende mogelijkheden om hoge salarissen te betalen. Aandelenopties kunnen dan een alternatieve beloning vormen.

Zonder werkvergunning

Kas

Normaal gesproken moet u een werkvergunning aanvragen als u een werknemer afkomstig uit Oekraïne wilt aanstellen. In verband met de oorlog in hun thuisland geldt voor deze vluchtelingen echter de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie. Hierdoor kunt u hen te werk stellen zonder vergunning.

Bewijs

Om gebruik te kunnen maken van werken zonder werkvergunning moeten Oekraïners een sticker van de IND in hun paspoort tonen waaruit blijkt dat zij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie vallen. Vluchtelingen uit Oekraïne kunnen zo’n sticker bij de IND aanvragen.

Overgangsregeling tot en met 31 oktober 2022

Nog niet alle vluchtelingen hebben zo’n sticker. Het is ook onzeker of alle vluchtelingen die zo’n sticker willen, deze voor 1 september 2022 kunnen krijgen. Daarom is de overgangsregeling waarin ook gewerkt kan worden zonder sticker verlengd tot en met 31 oktober 2022. 

Let op! De Oekraïner heeft wel een BSN nodig om te kunnen werken. Vanaf 1 november 2022 is dus ook de sticker verplicht.

Meldplicht

U bent verplicht een melding te doen bij het UWV als u een werknemer uit Oekraïne in dienst wilt nemen. Op de melding geeft u onder meer de duur en omvang van het dienstverband aan, de functie en het loon van de werknemer. Twee dagen na deze melding kan deze dan starten met werken.

Waardecorrectie verhuurde woning

Woning

Wie thans een woning verhuurt, betaalt in box 3 belasting over de waarde van de woning. Hierbij wordt uitgegaan van de WOZ-waarde van de woning. Op deze waarde wordt echter een correctie toegepast vanwege de verhuurde staat. Een woning die verhuurd is, zal in de regel immers minder waard zijn. Deze correctie wordt aangeduid als leegwaarderatio.

Leegwaarderatio

De leegwaarderatio bedraagt een percentage van de WOZ-waarde. Dit percentage is afhankelijk van de huuropbrengst. Hoe meer huur een pand opbrengt in verhouding tot de WOZ-waarde, hoe hoger de leegwaarderatio en hoe geringer de correctie op de WOZ-waarde. Panden die weinig huur opbrengen, kunnen echter een zeer lage leegwaarderatio hebben. In die gevallen telt slechts een beperkt deel van de WOZ-waarde mee in box 3.

Afschaffen te riskant

Het kabinet was van plan de leegwaarderatio helemaal af te schaffen, maar vindt dit te riskant. De kans is namelijk reëel dat de gelijke behandeling van verhuurde en niet-verhuurde panden in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

Leegwaarderatio fors verhoogd

Het kabinet is nu van plan de leegwaarderatio niet af te schaffen, maar fors te verhogen. Zo kan in de voorstellen de korting wegens verhuur maximaal nog maar 27% bedragen. De gemiddelde leegwaarderatio stijgt in de voorstellen zelfs van 72 naar 96%. Hierdoor moet over een verhuurde woning gemiddeld 33% meer belasting betaald worden.

Tijdelijke verhuur en verhuur aan gelieerde partijen

Verhuurders die een woning tijdelijk verhuren of deze aan een gelieerde partij verhuren, krijgen in de voorstellen helemaal geen korting meer vanwege de verhuurde staat. Het kabinet vindt dit laatste gerechtvaardigd.  Denk bijvoorbeeld aan vermogende ouders die gratis een woning aan hun kinderen ter beschikking stellen, en die nu een onbedoeld belastingvoordeel incasseren.

Ook gevolgen schenk- en erfbelasting!

De plannen van het kabinet werken ook door naar de waardering van een verhuurde woning voor de erf- en schenkbelasting. Hierdoor gaat ook het schenken of erven van een woning fors meer belasting opleveren.

Let op! De plannen moeten nog door het parlement worden aangenomen.