Download hier de nieuwsbrief als PDF-document


1. Extra opletten bij belastingaangifte 2020

Vanaf 1 maart kunnen ondernemers en particulieren weer aangifte inkomstenbelasting doen voor het jaar 2020. Vanwege corona is het wel zaak om dit jaar extra op te letten. Wat zijn specifieke aandachtspunten?

Afwijkend inkomen

Voor veel belastingplichtigen, ondernemers en particulieren, zal vanwege corona het inkomen van vorig jaar afwijken van dat van voorgaande jaren. Is de voorlopige aanslag 2020 en/of 2021 nog gebaseerd op het inkomen van vóór de coronacrisis? Dan is hiermee door de Belastingdienst veelal nog geen rekening gehouden.

Tozo of TOFA?

De Belastingdienst heeft al wel rekening gehouden met een afwijkend inkomen als gevolg van een aanvraag van de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) en TOFA (Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten). Heeft u recht gehad op een van deze steunmaatregelen? Dan hoeft u alleen te controleren of de vooraf ingevulde gegevens kloppen.

Hypotheekrente

Speciale aandacht verdient de aftrek van hypotheekrente. Vanwege de introductie van een zogenaamde betaalpauze – u heeft dan uitstel van betaling van hypotheekrente gehad – kan de aftrek over 2020 lager zijn dan normaal. Dit geldt vaak ook als een hypotheek in 2020 opnieuw is afgesloten, omdat de rente dan meestal lager ligt dan in het verleden.

Vaste lasten

In de aangifte kunnen ondernemers ook profiteren van het feit dat de tegemoetkomingen voor vaste lasten vanwege corona in de vorm van TOGS en TVL onbelast zijn. De kosten zijn daarentegen wel integraal aftrekbaar van de winst.

Zelfstandigenaftrek

Vanwege corona is het zogenaamde urencriterium voor ondernemers versoepeld. Dit betekent dat ondernemers die vanwege corona minder uren in het bedrijf hebben gewerkt, toch aan het urencriterium kunnen voldoen. Daardoor hoeft het recht op enkele faciliteiten voor ondernemers, zoals de zelfstandigenaftrek, niet verloren te gaan.

Individuele omstandigheden

Wie aangifte doet, moet zelf rekening houden met een eventuele wijziging in 2020 van zijn individuele omstandigheden, zoals werkloosheid, een huwelijk of echtscheiding. Ook hierdoor kan de aangifte van 2020 fors afwijken van die van voorgaande jaren.

2. Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

Als u in 2020 recht had op het lage-inkomensvoordeel (LIV), het jeugd lage- inkomensvoordeel of het loonkostenvoordeel (LKV), heeft u half maart van het UWV een voorlopige berekening ontvangen. Controleer deze goed, want fouten kunt u nog maar tot en met 1 mei corrigeren.

LIV, jeugd-LIV en LKV

Bovengenoemde regelingen zijn een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die werknemers met een laag loon, jeugdigen met een laag loon en werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst hebben. In de berekening ziet u voor welke werknemers u recht heeft op een tegemoetkoming en voor welk bedrag.

Aangifte onjuist?

De tegemoetkomingen worden gebaseerd op uw aangiften loonheffingen. Zit hierin een fout, dan dient u uw aangifte te corrigeren. Doet u dit niet, dan kan het zijn dat u geen of minder tegemoetkoming krijgt dan waar u recht op heeft. Krijgt u door een fout te veel aan tegemoetkoming, dan wordt dit later teruggevorderd. Daarbij kan een boete opgelegd worden en rente worden geheven.

Extra aandacht: doelgroepverklaring

Voor het LKV heeft u een doelgroepverklaring nodig. Was uw aanvraag op 31 januari 2021 nog in behandeling, dan staat dit LKV niet in de voorlopige berekening. Zodra de doelgroepverklaring LKV wordt toegekend, kunt u dit nog tot uiterlijk 1 mei via een correctie doorgeven aan de Belastingdienst.

Extra aandacht: overgangsregeling

Komt u in aanmerking voor de overgangsregeling premiekorting oudere of arbeidsgehandicapte werknemer, dan dient u in uw aangiften over 2020 aan te geven dat u het LKV aanvraagt voor uw werknemer. Als u dit vergeten bent, is er geen LKV toegekend in de voorlopige berekening. Ook in dat geval dient u uiterlijk 1 mei een correctie naar de Belastingdienst te sturen.

Contact

Heeft u geen voorlopige berekening ontvangen of twijfelt u of deze juist is? Neem dan zo spoedig mogelijk contact met ons op. De termijn om nog correcties in te dienen eindigt op 1 mei 2021.

3. Nieuwe btw-regels voor afstandsverkopen

Vanaf 1 juli dit jaar gaat de nieuwe EU-btw-richtlijn voor e-commerce gelden en komen er nieuwe regels voor de btw. Een van de regels die verandert, is de heffing van btw op afstandsverkopen.

Afstandsverkopen zijn verkopen aan particulieren – en ondernemers die geen btw-aangifte doen – die gevestigd zijn in andere lidstaten van de EU. De wijziging vereist de nodige voorbereidingen van ondernemers die zich met afstandsverkopen bezighouden.

Drempelbedrag afstandsverkopen tot 1 juli

Op dit moment mag bij levering van goederen aan particulieren en ondernemers die geen btw-aangifte doen binnen de EU Nederlandse btw in rekening worden gebracht als de verkopen onder het drempelbedrag van het land blijven waar de consument woont. Boven het drempelbedrag moet de ondernemer zich in het betreffende land voor de btw registeren, het daar geldende btw-tarief berekenen en daar ook btw-aangifte doen. Indien in enig jaar de drempel wordt overschreden, geldt het daaropvolgende jaar automatisch vanaf de start de buitenlandse btw, net zolang totdat in enig jaar het drempelbedrag niet meer wordt overschreden.

Het drempelbedrag verschilt per land en wordt ook per land toegepast. De ondernemer mag ook kiezen zich in het betreffende land voor de btw te registeren, het daar geldende btw- tarief te berekenen en daar ook btw-aangifte te doen als hij onder het drempelbedrag van het betreffende land blijft.

Uniform drempelbedrag vanaf 1 juli

Vanaf 1 juli 2021 geldt één uniform drempelbedrag van € 10.000 voor alle levering van goederen en diensten gezamenlijk aan particulieren en ondernemers die geen btw-aangifte doen in de EU buiten Nederland. Dit drempelbedrag geldt voor alle prestaties, dus voor leveringen én digitale diensten. Blijft de ondernemer onder het drempelbedrag, dan berekent hij het Nederlandse btw-tarief en doet hij in Nederland btw-aangifte. Het transport moet dan wel in Nederland beginnen. Als de drempel in enig jaar wordt overschreden, berekent de ondernemer vanaf dat moment buitenlandse btw. Het volgende jaar mag de drempel van € 10.000 dan niet worden gebruikt.

Let op!
Het nieuwe drempelbedrag van € 10.000 geldt niet per lidstaat maar voor alle lidstaten tezamen. Een ondernemer zal vanaf 1 juli waarschijnlijk veel sneller het drempelbedrag bereiken dan voorheen. De regeling gaat halverwege het jaar in en daarom gelden tot en met 30 juni 2021 nog de oude drempelbedragen per EU-land. Vanaf 1 juli geldt de grens van € 10.000 voor alle leveringen en digitale diensten aan particulieren en ondernemers die geen btw-aangifte doen in de periode 1 juli tot en met 31 december 2021.

Het is ondernemers vanaf 1 juli nog steeds toegestaan om geen gebruik te maken van het drempelbedrag en vanaf de eerste euro buitenlandse btw te berekenen en in het buitenland btw-aangifte te doen van afstandsverkopen. Dit kan voordelig zijn als het btw-tarief op de prestaties lager ligt dan in Nederland en met de klant een prijs inclusief btw is afgesproken. Ook kan via de buitenlandse btw-aangifte de buitenlandse voorbelasting van dat land worden teruggevraagd. Uiteraard brengt het wel extra administratieve lasten met zich mee.

Eénloketsysteem

Komen de afstandsverkopen boven het drempelbedrag uit, dan berekent de ondernemer de btw van het land waar de consument woont. De ondernemer moet in principe de btw daar ook afdragen en daar btw-aangifte doen. Hij kan vanaf 1 juli echter ook kiezen voor het eenvoudigere ‘éénloketsysteem’.

In dit éénloketsysteem kan de ondernemer de in andere EU-landen verschuldigde btw aangeven en afdragen bij de Nederlandse Belastingdienst. Hij moet zijn bedrijf dan aanmelden voor de ‘Unieregeling’ binnen het nieuwe éénloketsysteem van de Belastingdienst. Zij zorgen dan dat de verschuldigde btw aan de diverse EU-landen wordt doorbetaald. Aanmelding kan vanaf 1 april via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Via het éénloketsysteem kan geen voorbelasting worden teruggevraagd. Als er buitenlandse btw in rekening is gebracht, moet die worden teruggevraagd via een teruggaafverzoek buitenlandse btw. Het rechtstreeks terugvragen van buitenlandse btw kan wel als ervoor wordt gekozen in het buitenland btw-aangifte te doen.

Overige wijzigingen

Andere wijzigingen per 1 juli zijn onder meer het vervallen van de btw-vrijstelling tot € 22 die nu geldt bij invoer van goederen buiten de EU. Een ondernemer kan onder voorwaarden vanaf 1 juli wel gebruikmaken van de invoerregeling binnen het éénloketsysteem voor ingevoerde zendingen van maximaal €150. Hij betaalt dan geen btw bij invoer, maar 1 keer per maand via het éénloketsysteem.

Platformen die zich bezighouden met faciliteren van verkopen aan particulieren, zoals Amazon, zijn vanaf 1 juli onder meer sneller verantwoordelijk voor de btw-afdracht van de verkoop aan particulieren van ingevoerde goederen. Het platform moet dan wel een actieve rol spelen, zoals het faciliteren van betalingen.

MOSS wordt OSS

Leveranciers van digitale diensten kunnen nu voor consumenten binnen de EU al gebruikmaken van een éénloketsysteem, het zogenaamde MOSS-systeem. Door de nieuwe regeling wordt dit systeem getransformeerd tot OSS en kan dit dus gebruikt worden voor digitale diensten én afstandsverkopen.

4. Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?

Vanwege corona werkt Nederland zo veel mogelijk thuis. Maar kunt u als werkgever uw personeel hiervoor ook een onbelaste vergoeding geven? En zo ja, onder welke voorwaarden?

Mag: pc’s, mobieltjes en gereedschap

U mag pc’s, mobieltjes, gereedschap en soortgelijke apparatuur onbelast vergoeden of verstrekken als u in alle redelijkheid vindt dat deze spullen nodig zijn voor het werk. Hieronder valt ook een internetabonnement.

Mag: Inrichting werkkamer

Als werkgever bent u volgens de Arbowet verantwoordelijk voor de werkplek van uw werknemers, ook als zij thuiswerken. Dit betekent dat u daarom arbovoorzieningen belastingvrij ter beschikking mag stellen of vergoeden. Hieronder vallen een bureau, stoel en lampen die de werknemer in zijn werkkamer nodig heeft. Maar let op: de werknemer mag hier geen eigen bijdrage voor betalen.

Mag niet: koffie/thee/toiletpapier

Het vergoeden of verstrekken van koffie, thee, toiletpapier en dergelijke vanwege het verplichte thuiswerken, is belast. U kunt deze vergoedingen en verstrekkingen wel onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. De regering denkt wel na over de mogelijkheid van een onbelaste thuiswerkvergoeding. Als deze er komt, gebeurt dat echter niet eerder dan vanaf 1 januari 2022.

Einde thuiswerken, wat dan?

Komt uw personeel weer volledig naar kantoor, dan moet de werknemer de spullen weer bij u inleveren of er een vergoeding op basis van de dagwaarde voor betalen. Belastingvrije vergoedingen van bijvoorbeeld het internetabonnement moeten worden stopgezet. Zo niet, dan is het voordeel belast. Dit is uiteraard anders als uw personeel gedeeltelijk thuis blijft werken.

Werkkostenregeling

Vergoedingen en verstrekkingen die niet belastingvrij zijn, kunt u desgewenst onder brengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Bijvoorbeeld € 2 per dag (NIBUD) voor bijkomende kosten, zoals verwarming. De vrije ruimte van de werkkostenregeling is ook in 2021 verruimd en bedraagt 3% van de loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere. Zodoende wordt u als werkgever minder snel met de eindheffing van 80% geconfronteerd die u moet betalen voor zover u over de vrije ruimte heen schiet.

Uitruilen belaste en onbelaste vergoedingen

Overigens kunt u ook kijken of u bepaalde kosten kunt uitruilen. Geeft u bijvoorbeeld geen vergoeding voor internet thuis, maar wilt u wel € 2 per dag voor bijvoorbeeld verwarming vergoeden? Dan kunt u er ook voor kiezen deze vergoeding (deels) te verlagen en in plaats daarvan een onbelaste vergoeding voor internet te geven. Houd er wel rekening mee dat u deze bestemming van tevoren moet benoemen.


 

NIEUWSBERICHTEN

 

1. Onbelaste vaste reiskostenvergoeding thuiswerker verlengd tot 1 juli

Werkgevers kunnen hun thuiswerkende werknemers een onbelaste vaste reiskostenvergoeding blijven doorbetalen tot in ieder geval 1 juli 2021. Omdat een onbelaste vaste kostenvergoeding voor thuiswerken veelal niet mogelijk is, vindt het kabinet het gerechtvaardigd de onbelaste vaste reiskostenvergoeding te verlengen. De verlenging betekent ook een tegemoetkoming in de kosten voor werknemers die minder reizen, maar nog wel met kosten geconfronteerd worden. Staatssecretaris Vijlbrief noemt in dit kader de vaste kosten van de eigen auto of de kosten van een auto via private lease.

Let op:
De verlenging geldt onder de voorwaarde dat de reiskostenvergoeding al vóór 13 maart 2020 was toegekend.

2. Snelle aangifte of aanvraag voorlopige aanslag kan belastingrente voorkomen

Voorkom belastingrente en dien vóór 1 mei 2021 uw aangifte inkomstenbelasting 2020 in of verzoek vóór die datum om een juiste voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2020. Voor de vennootschapsbelasting voorkomt u belastingrente als u vóór 1 juni 2021 uw aangifte vennootschapsbelasting 2020 indient of vóór 1 mei 2021 verzoekt om een juiste voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2020. Doet u dit na die tijd en ligt de dagtekening van de aanslag na 30 juni 2021? Dan brengt de Belastingdienst vanaf 1 juli 2021 4% belastingrente in rekening. En let op! Voor de vennootschapsbelasting bedraagt deze rente vanaf 1 januari 2022 weer minimaal 8%.

3. Aanvraag TVL Q1 2021 verlengd, niveau eHerkenning verhoogd

Ondernemers kunnen de tegemoetkoming voor vaste lasten (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021 langer aanvragen. De aanvraagperiode is met twee weken verlengd tot 18 mei 2021, 17.00 uur. De verlengde termijn houdt verband met de uitbreidingen die de TVL voor het eerste kwartaal van 2021 heeft gekregen. Dit betreft onder meer een verhoging van de vergoeding naar 85% van de vaste lasten en het openstellen van de regeling voor kleinere en grotere ondernemingen. Let op: de uitbreidingen worden stapsgewijs doorgevoerd. Daarom is het onder meer voor grotere ondernemingen met 250 of meer werknemers naar verwachting pas vanaf half april mogelijk de TVL voor Q1 aan te vragen. Ondernemers met minder dan 250 werknemers kunnen de TVL voor Q1 wel nu al aanvragen.

Ondernemers die vanaf 12 april de TVL aan willen vragen en eHerkenning gebruiken, hebben hiervoor eHerkenning nodig met een hoger veiligheidsniveau. Dit heeft RVO.nl bekendgemaakt. Aanvragen van de TVL voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 kan vanaf 12 april met eHerkenning alleen nog vanaf niveau 3. Tot nu toe was niveau 1 voldoende. Het hogere veiligheidsniveau betekent voor ondernemers ook hogere kosten. Voor sommige bedrijven was het aanvragen van TVL ook met gebruik van DigiD mogelijk. Voorwaarde is dat de gebruiker bij de Kamer van Koophandel geregistreerd staat als eigenaar of bestuurder van het bedrijf. Die mogelijkheid blijft ook vanaf 12 april bestaan. Daar verandert dus niets.

4. Financiële tegemoetkoming preventief testen

Waar thuiswerken moeilijk of onmogelijk is en/of waar in de werksituatie moeilijk een afstand van anderhalve meter kan worden aangehouden, wordt geadviseerd preventief op corona te testen. Hiervoor is tot eind mei van dit jaar een financiële tegemoetkoming mogelijk. Werkgevers wordt geadviseerd om hun werknemers twee keer per week te testen. De nieuwe regeling vergoedt alléén antigeensneltesten en testen voor begeleide zelfafname. Tevens moeten deze testen worden uitgevoerd door arbodiensten en BIG-geregistreerde artsen. Als werkgever moet u de opdracht dus bij hen neerleggen. De arbodiensten en BIG- geregistreerde artsen ontvangen dan een tegemoetkoming van € 20 excl. btw per test.

Let op:
De financiële tegemoetkoming geldt tot en met 31 mei 2021, met de mogelijkheid tot een maand verlenging.

5. Taxatiewaarde van belang voor startersvrijstelling per 1 april

Voor de waarde waarover overdrachtsbelasting berekend wordt, is de waarde in het economisch verkeer bepalend, of de koopsom indien die hoger is. Dit betekent dat de taxatiewaarde van een woning vanaf 1 april 2021 bepalend kan zijn voor het krijgen van de startersvrijstelling. Jongeren tussen 18 en 35 jaar kunnen sinds dit jaar eenmalig genieten van een vrijstelling van overdrachtsbelasting. Vanaf 1 april 2021 geldt die vrijstelling echter alleen nog voor woningen met een taxatiewaarde van maximaal € 400.000. Als de koopprijs onder de € 400.000 ligt, maar de woning wordt getaxeerd op meer dan € 400.000 moet er dus toch overdrachtsbelasting betaald worden.

De vrijstelling kent als voorwaarde dat deze vanaf het jaar 2021 nog niet eerder genoten is. Iedereen tot 35 jaar kan in principe dus één keer van de vrijstelling profiteren. Dit geldt ook voor degenen die nu al een koopwoning bezitten. Voor de vrijstelling is verder vereist dat men de woning zelf bewoont.

6. Subsidie voor verplicht afgelaste evenementen

Voor evenementen die tussen 1 juli en 31 december van dit jaar worden georganiseerd maar vanwege corona worden verboden, kunnen organisatoren een deel van de kosten vergoed krijgen. De subsidie bedraagt 80% van de kosten. Voor de overige 20% van de kosten kunnen organisatoren een lening krijgen tegen een rente van 2%. De subsidie geldt alleen voor evenementen die in Nederland gaan plaatsvinden tussen 1 juli en 31 december 2021. De subsidie geldt ook voor evenementen die naar deze periode verplaatst worden. De subsidie komt in de plaats van een annuleringsverzekering. Die kan door organisatoren vanwege corona namelijk niet meer worden afgesloten. De subsidie moet per evenement ten minste drie maanden voorafgaand aan het evenement via rvo.nl worden aangevraagd. Voor evenementen in juli geldt een kortere periode. Wordt een evenement afgelast en een subsidie verstrekt van € 125.000 of meer, dan is een accountantsverklaring nodig. Voor subsidies tussen € 25.000 en € 125.000 is een derdenverklaring voldoende.

Disclaimer: Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.


Download hier de nieuwsbrief als PDF-document

Download hier de nieuwsbrief als PDF-document


1. TVL in tweede kwartaal naar 100%

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) wordt opnieuw verhoogd. Voor het tweede kwartaal van dit jaar, dus voor de maanden april tot en met juni, gaat een vergoeding gelden van 100% van de vaste lasten. Dit heeft het kabinet vrijdag 12 maart bekendgemaakt.

TVL

De TVL is een tegemoetkoming in de vaste lasten voor ondernemers die vanwege de coronacrisis een omzetdaling ondervinden van minstens 30%. Sinds 1 januari is de tegemoetkoming verhoogd naar 85%, vanaf 1 april dus naar 100%.

Vergoeding op basis van branchecijfers

Voor de omvang van de vaste lasten van uw bedrijf wordt uitgegaan van het branchegemiddelde via uw SBI-code in het Handelsregister. De werkelijke vaste lasten van een bedrijf zijn niet bepalend. Het aandeel van de vaste lasten in de omzet voor uw branche staat dus vast en hangt samen met uw SBI-code.

Afwijken van SBI-code mogelijk

Verder maakte staatssecretaris Keijzer (EZK) onlangs bekend dat ondernemers bij wie de werkelijke hoofdactiviteit van het bedrijf afwijkt van de SBI-code in het Handelsregister van de KvK toch in aanmerking kunnen komen voor de TVL of voor meer TVL dan op basis van hun SBI-code. Zij doet dit naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak.

Hardheidsclausule

In de TVL worden daarom hardheidsclausules opgenomen. Deze maken het mogelijk dat kan worden afgeweken van de SBI-code als de ondernemer aannemelijk maakt dat de werkelijke hoofdactiviteit van het bedrijf anders is. Deze afwijkmogelijkheid krijgt terugwerkende kracht tot 1 januari 2021.

Aanvragen TVL

De TVL voor het eerste kwartaal van 2021 kunt u via rvo.nl aanvragen tot 30 april 17.00 uur. De TVL voor het tweede kwartaal van 2021 kunt u naar verwachting vanaf half mei aanvragen.

Opslag land- en tuinbouw

De TVL voor het tweede kwartaal kent alleen nog een opslag van 21% voor land- en tuinbouwbedrijven. De opslagen voor de non-food detailhandel en reissector komen in de TVL voor het tweede kwartaal te vervallen.

2. Meer coronasteun via TONK

Het kabinet trekt fors meer geld uit voor inkomensondersteuning via de TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten). Oorspronkelijk was voor de regeling € 130 miljoen uitgetrokken, maar op 12 maart is bekendgemaakt dat dit verhoogd wordt naar € 260 miljoen. De TONK is bedoeld voor degenen die door een inkomensverlies vanwege corona hun vaste lasten niet meer kunnen betalen en richt zich met name op woonlasten.

Aanvragen en uitvoeren via de gemeente

De TONK kan met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar worden aangevraagd bij de gemeente. Vanaf wanneer de aanvraag mogelijk is, verschilt per gemeente. Ook de doelgroep die voor de TONK in aanmerking komt en de hoogte van de tegemoetkoming zijn een keuze van de gemeente en kan dus per gemeente verschillen. Het kabinet heeft gemeenten wel opgeroepen ruimhartig te zijn in het toekennen van de TONK.

Wanneer komt u voor TONK in aanmerking?

Voor de TONK komt u in aanmerking als u 18 jaar of ouder bent, aanzienlijk inkomen verliest door de coronacrisis, uw woonkosten niet meer uit uw inkomen of uw vermogen kunt betalen en overige financiële tegemoetkomingen tekortschieten. Daarnaast gelden nog andere voorwaarden die per gemeente kunnen verschillen.

Let op!
Uw gemeente bepaalt hoeveel vermogen u mag hebben om nog voor de TONK in aanmerking te komen. Dit kan dus per gemeente verschillen.

Wat zijn woonkosten?

Woonkosten ziet op huur of hypotheek, maar ook op de kosten van elektriciteit, gas en water, servicekosten en gemeentelijke belastingen. Uw gemeente bepaalt welke kosten door de TONK gedekt kunnen worden.

3. Dreigt sluiting voor tienduizenden kantoorpanden?

Vele tienduizenden kantoorpanden beschikken nog niet over het juiste energielabel. Daardoor dreigt sluiting voor deze panden per 1 januari 2023, zo blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Energielabel

Kantoorpanden moeten vanaf 2023 verplicht geregistreerd zijn met een energielabel van minimaal het niveau C. Hieraan voldoet nu slechts 38% van alle kantoren. De helft van alle kantoren bezit nog helemaal geen energielabel.

Sanctie: sluiting

Kantoren die niet aan de eisen voldoen, moeten per 2023 verplicht sluiten. Dit betekent dat veel kantoren de komende jaren energiezuiniger moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld door middel van isolerende maatregelen.

Uitzonderingen

Sommige gebouwen zijn uitgezonderd van de plicht tot vergroening, bijvoorbeeld kleinere gebouwen tot 100 m2, gebouwen waarbij het gebruik van het kantoor minder dan de helft van het gehele gebouw is en rijksmonumenten.

Energielabels geregistreerd

Energielabels staan geregistreerd bij de RVO. Bedrijven kunnen hier opvragen welk label hun kantoor bezit.

Let op!
Bedrijven die vergroenende maatregelen hebben genomen, moeten daarna opnieuw een energielabel aanvragen, anders staat het kantoor nog steeds in de boeken met een onvoldoende ‘groen’ energielabel.

Energie- en milieu-investeringsaftrek

Bij het vergroenen van uw kantoorgebouw heeft u mogelijk recht op de energie- of milieu- investeringsaftrek. Dit is een extra aftrek van de winst, gerelateerd aan de omvang van uw investering. Extra informatie hierover treft u aan op de site van de RVO (rvo.nl).

4. Eigenrisicodrager WGA of ZW? Let op deadline van 31 maart

Wilt u per 1 juli 2021 eigenrisicodrager worden voor de WGA of ZW? Of bent u al eigenrisicodrager en wilt u opzeggen? Dan moet u dat uiterlijk 31 maart aanvragen bij de Belastingdienst.

Wat is eigenrisicodragerschap?

Werkgevers vallen voor de kosten van arbeidsongeschiktheid van werknemers doorgaans onder de publieke verzekering van het UWV. Hier gaat het om de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet (ZW). U draagt daarvoor WGA- en ZW-premies af.

U betaalt deze premies werknemersverzekeringen echter niet als u eigenrisicodrager bent. In dat geval betaalt u alleen de basispremie. Is het risico dat uw (ex-)werknemer een beroep moet doen op een WGA- of ZW-uitkering laag? Dan kan het dus gunstig zijn om eigenrisicodrager te worden. Maar wordt uw (ex-)werknemer ziek, dan moet u de uitkering en (re-integratie)kosten zelf betalen. U blijft hiervoor maximaal tien jaar verantwoordelijk. Voor dit risico kunt u zich wel verzekeren bij verschillende verzekeraars. Na tien jaar neemt het UWV de betaling van de uitkering over. Ook wordt het UWV verantwoordelijk voor de re- integratie.

Let op!
Eigenrisicodragerschap voor de WW is verplicht voor werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs. Voor werkgevers in andere sectoren is dat niet mogelijk.

Tweemaal per jaar wijzigingen doorgeven

Twee keer per jaar kunt u ervoor kiezen om eigenrisicodrager te worden. Dat kan op 1 januari en op 1 juli. Het eigenrisicodragerschap opzeggen kan ook. De aanvraag moet 13 weken van tevoren bij de Belastingdienst ingediend worden. Wilt u de wijziging per 1 juli 2021 in laten gaan, dan moet u dat dus vóór 1 april doorgeven.

Let op!
Bij de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap moet een garantieverklaring meegestuurd worden van uw bank of verzekeraar. Hiervoor is een modelgarantieverklaring beschikbaar op de site van de Belastingdienst en op de site van het UWV.


 

NIEUWSBERICHTEN

 

1. Voorkom belastingrente door indienen btw-suppletie 2020 vóór 1 april 2021

KControleer of u alle btw over 2020 bij de Belastingdienst heeft aangegeven en betaald. U betaalt namelijk geen belastingrente als u de btw over 2020 alsnog aangeeft vóór 1 april 2021 met een btw-suppletie. Geeft u dit pas op of na 1 april 2021 aan, dan betaalt u vanaf 1 januari 2021 een belastingrente van 4%. Deze rente loopt door tot 14 dagen na de datum van de aanslag waarin de btw is opgenomen. Is de btw-correctie overigens niet meer dan
€ 1.000? Dan hoeft u geen aparte btw-suppletie te doen, maar kunt u dit corrigeren in uw eerstvolgende btw-aangifte.

2. Vanaf 15 maart 2021 subsidie voor emissieloze bedrijfsauto

Ondernemers kunnen vanaf 15 maart 2021 een subsidie van maximaal € 5.000 krijgen voor een emissieloze bedrijfsauto. De subsidie is mogelijk als een ondernemer een nieuwe, volledig emissieloze bedrijfsauto koopt of financieel leaset. Leaset een ondernemer operationeel? Dan kan de leasemaatschappij de subsidie aanvragen en in de operationele lease verwerken. Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de bedrijfsauto voldoen aan een aantal voorwaarden, waaronder een voertuigclassificatie N1 of N2, een maximaal gewicht van 4.250 kilogram en een netto catalogusprijs (N1) of verkoopprijs (N2) van meer dan € 20.000. Let op dat op het moment van aanvraag van de subsidie de koop- of financiële leaseovereenkomst nog niet definitief mag zijn. Ook mag de bedrijfsauto dan nog niet aan u geleverd zijn of op uw naam staan. Het beschikbare budget van de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA) voor 2021 is € 22 miljoen. De subsidie is aan te vragen bij RVO.nl.

3. Bezwaar maken tegen een WOZ-beschikking bedrijf?

U heeft in februari de WOZ-beschikking ontvangen. Kijk er goed naar, want de WOZ-waarde van uw bedrijfspand is onder meer bepalend voor fiscale afschrijving en de heffing van diverse belastingen. Het kan dan ook lonen om bezwaar te maken. Dat geldt voor zowel eigenaren als huurders van bedrijfspanden. Houd wel rekening met de bezwaartermijn van zes weken na dagtekening van de beschikking. Houd er verder rekening mee dat de WOZ- waarde 2021 uitgaat van de waarde op 1 januari 2020. Draag dus de waarde-verlagende kenmerken en feiten van het bedrijfspand op die datum aan. Let op! Ook voor digitaal verzonden beschikkingen geldt een bezwaartermijn van zes weken na dagtekening van de beschikking. Heeft u daarom aangegeven dat u berichten van de gemeente digitaal wilt ontvangen, houd dan de berichtenbox van Mijn Overheid in de gaten.

4. Vanaf 15 maart definitieve aanvraag tweede periode NOW

Deed u voor de tweede NOW-periode (juni t/m september 2020) een beroep op de steunmaatregel en ontving u een voorschot? Dan kunt u vanaf 15 maart de definitieve aanvraag indienen bij het UWV. De oorspronkelijke aanvraagperiode is met een maand vervroegd. Werkgevers hebben ruimschoots de tijd voor de definitieve aanvraag, namelijk tot en met 5 januari 2022. Voor de definitieve berekening van de NOW is een definitieve aanvraag bij het UWV nodig. Op basis van uw definitieve aanvraag betaalt het UWV het restant uit. Is het omzetverlies echter te royaal geschat, dan kan het zijn dat u een deel van het voorschot weer terug moet betalen. Wanneer het terugbetalen van het voorschot tot financiële moeilijkheden leidt, kunt u een betalingsregeling afspreken. Daarbij is in bepaalde situaties uitstel van betaling of betaling over een periode van een jaar of langer ook mogelijk.

5. Herverzekering leverancierskredieten definitief verlengd

De overheid herverzekert leverancierskredieten tot 1 juli 2021. Dit heeft staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) aan de Tweede Kamer laten weten. Door de coronacrisis dreigde voor veel bedrijven de kredietverlening op te drogen. Met de verlenging is voorkomen dat verzekeraars de kredietlimieten verlagen of intrekken. Er zijn wel wijzigingen aangebracht met betrekking tot de inkomsten, kosten en risico’s van de herverzekering. Dit betekent onder meer dat het eigen risico dat de verzekeraars lopen niet langer in omvang beperkt is.

6. Houd de WOZ-beschikking weer goed in de gaten

De stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen (SLIM) die in 2020 werd geïntroduceerd, geldt ook in 2021. Aangezien er zeer korte aanvraagperiodes gelden, is het voor organisaties van belang zich goed voor te bereiden. Mkb-werkgevers kunnen dit jaar op twee momenten de SLIM-regeling aanvragen, namelijk van 2 tot en met 31 maart 2021 17.00 uur en van 1 tot en met 30 september 2021 17.00 uur. De aanvraag kan gedaan worden via het subsidieportaal van Uitvoering van Beleid. De SLIM-regeling beoogt werkgevers te ondersteunen bij initiatieven voor leren en ontwikkelen in de breedste zin van het woord. Het is er bijvoorbeeld voor het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen voor werkenden in de onderneming. Ook is de subsidie er voor het bieden van praktijkleerplaatsen ten behoeve van een beroepsopleiding.

Disclaimer: Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.


Download hier de nieuwsbrief als PDF-document

Let op!
In deze MKB-Nieuwsbrief hebben we bewust geen coronagerelateerde maatregelen, zoals de NOW 3.0, opgenomen. Dit komt omdat er bij het verschijnen van deze nieuwsbrief nieuwe of uitbreidingen van bestaande steunmaatregelen in de maak zijn (of net bekend zijn gemaakt). We houden u op de hoogte.

Download hier de nieuwsbrief als PDF-document


1. Vijf belangrijke wijzigingen 2021 voor de werkgever

Per 1 januari zijn er weer tal van wijzigingen doorgevoerd op het gebied van lonen voor de werkgever en de dga. Welke springen het meest in het oog?

1.1 Wat verandert er in de werkkostenregeling?

Per 1 januari 2021 gaat de vrije ruimte binnen de WKR naar 1,7% over de eerste € 400.000 van de loonsom. Over het meerdere van de loonsom wordt de vrije ruimte 1,18% (was 1,2%). In 2020 was naar aanleiding van de coronacrisis de vrije ruimte (eenmalig) verhoogd naar 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom.

Concernregeling 2021

Heeft u meerdere bv’s? Dan kunt u gebruikmaken van de zogenaamde concernregeling. Deze concernregeling kan nadelig uitpakken. Voor het concern in zijn geheel wordt de vrije ruimte namelijk bepaald op 1,7% van de eerste € 400.000 van de totale loonsom van het concern en op 1,18% over het meerdere. U mag dus niet uitgaan van de vrije ruimte per onderdeel van het concern.

Tip!
Ga eerst na of de concernregeling wel voordelig voor u is. U hoeft dit uiterlijk pas in het tweede aangiftetijdvak te beslissen.

1.2 Gebruikelijk loon dga

Het gebruikelijk loon voor de dga stijgt in 2021 naar € 47.000. In 2020 was dit nog € 46.000.

De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap en ook werk verricht voor diezelfde onderneming. Zij moeten in de loonaangifte een salaris opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor de werkzaamheden. Voor 2021 geldt dus als richtlijn een salaris van € 47.000.

1.3 Compensatie transitievergoeding bij einde bedrijf door pensioen of overlijden

Staakt u uw bedrijf door pensionering? Dan kunt u vanaf 1 januari 2021 aanspraak maken op een compensatie van de transitievergoedingen voor uw werknemers. Het gaat hier om bedrijven met minder dan 25 werknemers.

De overheid wil voorkomen dat werkgevers die door pensionering gedwongen zijn hun onderneming te staken, privévermogen moeten aanwenden om hun werknemers de transitievergoeding uit te kunnen betalen.

De compensatie transitievergoeding bij beëindiging van het bedrijf is geregeld in de Wet arbeidsmarkt in balans. Voor de berekening van het aantal werknemers is het niet van belang of de werknemer een tijdelijk of een vast contract heeft. Er geldt geen terugwerkende kracht bij deze regeling.

Erfgenamen en/of medewerkgevers kunnen na het overlijden van de werkgever geconfronteerd worden met een onderneming die zij niet willen of kunnen voortzetten. Bedrijfsbeëindiging gevolgd door het ontslag van de werknemers zal dan de enige optie zijn. De erfgenamen van de overleden werkgever die na aanvaarding van zijn nalatenschap van rechtswege werkgever zijn geworden, zijn bij beëindiging van de dienstverbanden dan een transitievergoeding verschuldigd aan alle ontslagen werknemers. Daarvoor kan ook compensatie worden aangevraagd.

1.4 Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)

Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Deze tijdelijke regeling zorgt ervoor dat bedrijven ook in deze roerige tijden blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines. De regeling geldt voor nieuwe investeringen die vanaf 1 januari 2021 tot uiterlijk 31 december 2022 worden gedaan. Bij grote investeringen in een jaar is de korting tot € 5 miljoen 3,9%, daarboven 1,8%. Bedrijven kunnen de investeringskorting verrekenen met de af te dragen loonheffing.

Let op!
Vanwege de verrekening met de loonheffing is de BIK alleen interessant voor bedrijven met personeel.

Het is niet toegestaan een investering – waarvoor de BIK wordt verkregen – aan een derde ter beschikking te stellen. Het maakt niet uit of deze derde een Nederlands of buitenlands bedrijf is.

Let op!
Het is nog niet zeker of ook een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting de BIK kan aanvragen. Eerst moet er groen licht komen van de Europese Commissie of dit onderdeel van de BIK geoorloofde steun is.

1.5 Tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing

Als onderdeel van het pensioenakkoord is met ingang van 1 januari 2021 voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-regelingen) de tijdelijke RVU-drempelvrijstelling ingevoerd. Dat betekent dat de RVU-heffing van 52% voor u als werkgever tijdelijk en onder voorwaarden achterwege blijft, voor zover de betalingen in het kader van de RVU onder het bedrag van de drempelvrijstelling blijven.

De voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling zijn als volgt:

» de uitkering ingevolge de RVU-regeling wordt toegekend in (maximaal) 36 maanden direct voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer.
» het bedrag van de drempelvrijstelling wordt per maand berekend.
» de RVU-drempelvrijstelling geldt voor de periode van maximaal 36 maanden direct voorafgaand aan de AOW-leeftijd. Gaat de uitkering minder dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd in, dan geldt de vrijstelling alleen nog voor de resterende maanden.
» de werknemer heeft uiterlijk 31 december 2025 de leeftijd bereikt die (maximaal) 36 maanden vóór de AOW-leeftijd ligt.
» de RVU-drempelvrijstelling bedraagt maximaal een bedrag dat, na vermindering van loonbelasting en premies volksverzekeringen, gelijk is aan het nettobedrag van de AOW- uitkering voor alleenstaande personen zoals dat geldt op 1 januari van het jaar waarin de uitkering plaatsvindt.

2. Geen mondkapje, geen loon

De vraag of een werkgever een werknemer kan verplichten een mondkapje te dragen, kwam aan de orde in een kort geding bij de rechtbank in Utrecht. Het ging om een werknemer die werkzaam was als chauffeur voor een banketbakkerij.

Instructierecht

De werkgever had het dragen van een mondkapje verplicht gesteld voor al zijn personeelsleden in zijn bedrijfspanden en had zich daarbij beroepen op zijn instructierecht. Het instructierecht volgt uit de aard van het dienstverband en brengt de zeggenschap van de werkgever over de werknemer tot uitdrukking. Zo’n instructie kan in strijd zijn met grondrechten. De werknemer in kwestie weigerde in de bedrijfspanden het mondkapje te dragen.

Legitieme doelen

De kantonrechter oordeelt echter dat de verplichting tot het dragen van een mondkapje in de bedrijfspanden van de werkgever twee legitieme doelen dient.

» Ten eerste is de werkgever wettelijk verplicht de individuele belangen van haar werknemers te beschermen door zorg te dragen voor een gezonde en veilige werkomgeving, waarin besmetting met het coronavirus voorkomen moet worden.
» Ten tweede dient de werkgever zijn bedrijfsbelang te beschermen, omdat de werknemers bij ziekte of quarantaine hun loon doorbetaald moeten krijgen. Het dragen van een mondkapje kan hierbij helpen. Een dergelijke maatregel kan bovendien alleen effectief zijn als iedereen zich eraan houdt

Geen persoonlijke beperkingen

Tevens geldt in deze zaak dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer beperkt is, omdat de chauffeur het mondkapje in het transportbusje niet op hoeft te doen, slechts alleen als hij aanwezig is in een van de bedrijfspanden. Er is overigens ook niet gebleken dat er medische of psychologische beperkingen bij de werknemer waren op grond waarvan hij het mondkapje niet zou kunnen dragen.

Maatregelen

Tot het moment dat de werknemer wel bereid is het mondkapje te dragen, mag de werkgever het loon opschorten en hem de toegang tot het werk ontzeggen.

3. Uitstel belasting gehad? Vraag een overzicht aan

Vanwege de coronacrisis hebben ondernemers de mogelijkheid om uitstel van betaling van belastingschulden aan te vragen tot 1 april 2021. Uitstel is al sinds het begin van de coronacrisis in maart van 2020 mogelijk, reden waarom de mogelijkheden worden verruimd om een overzicht van deze schulden op te vragen.

Belastingtelefoon en helpdesk

Een overzicht van belastingschulden kon al worden verkregen via de Belastingtelefoon en via de Helpdesk voor intermediairs. Via deze kanalen heeft een ondernemer het overzicht binnen twee dagen in huis via zijn Berichtenbox.

Extra mogelijkheden

De Belastingdienst heeft vanwege de coronacrisis ook een tweetal andere mogelijkheden opengesteld. Dit betreft een speciaal telefoonnummer (0800-0230107) en een speciaal e-mailadres: schuldoverzicht_bijzonder_uitstel@belastingdienst.nl.

Het telefoonnummer is 24/7 bereikbaar. Het e-mailadres is bedoeld voor adviseurs die voor meerdere ondernemers tegelijk een overzicht willen opvragen. Deze overzichten ontvangt de ondernemer dan binnen tien dagen per gewone post.

4. Nieuw jaar, nieuwe hogere schenkvrijstelling

Met een nieuw jaar is er ook weer een nieuwe schenkvrijstelling. Deze is vanwege corona met € 1000 verhoogd ten opzichte van vorig jaar.

Schenkvrijstelling

De schenkbelasting kent een jaarlijkse vrijstelling die ouders gebruiken om te schenken aan hun kinderen. Op die manier wordt gedurende het leven al een deel van het vermogen belastingvrij overgeheveld naar de kinderen.

Extra verhoging vanwege corona

Vanwege de coronacrisis is de jaarlijkse schenkvrijstelling extra verhoogd met € 1.000. Dat geldt zowel voor de jaarlijkse vrijstelling voor kinderen als voor derden. In 2022 wordt de schenkvrijstelling weer met € 1.000 verlaagd.

Vrijstelling voor kinderen

De vrijstelling voor schenkingen van ouders aan hun kinderen bedraagt in 2021 € 6.604. De vrijstelling voor schenkingen aan derden, zoals aan kleinkinderen, bedraagt in 2021 € 3.244.

Overige vrijstellingen

De schenkbelasting kent naast de jaarlijkse vrijstellingen nog enkele vrijstellingen. Zo kunt u eenmalig aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar belastingvrij € 26.881 schenken. In plaats daarvan kunt u ook, onder voorwaarden, voor een dure studie eenmalig € 55.996 of voor een eigen woning € 105.302 schenken.

Let op!
De vrijstelling voor een eigen woning van € 105.302 geldt ook voor schenkingen aan derden.


 

NIEUWSBERICHTEN

 

1. Einde onbelaste vaste reiskostenvergoeding per 1 februari?

Krijgen uw werknemers een vaste reiskostenvergoeding van u, en werken zij vanwege het coronavirus (bijna) volledig thuis? Dan kunt u in ieder geval tot 1 februari 2021 deze vergoeding nog onbelast doorbetalen, ook al worden deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt. Wel is de voorwaarde dat het een vaste vergoeding betreft die al voor 13 maart 2020 door u werd toegekend.

In januari 2021 komt het kabinet terug op hoe het na 1 februari 2021 om wil gaan met de onbelaste vaste reiskostenvergoedingen. De verwachting is ook dat er meer duidelijkheid komt over een eventuele thuiswerkvergoeding.

2. Nieuwe UWV-uitvoeringsregels bij ontslag

Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen of wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is het UWV de aangewezen instantie om een ontslagaanvraag in te dienen. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling UWV ontslagprocedure. Bij het aanvragen van dit ontslag is het van belang dat de ontslagprocedure goed wordt gevolgd. Daarbij moet u bijvoorbeeld denken aan de termijn voor het aanvullen van een incompleet verzoek, de termijnen voor hoor en wederhoor en wanneer uitstel kan worden verleend.

Per 1 september 2020 zijn de uitvoeringsregels ontslagprocedure van het UWV aangepast alsook de uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen. Raadpleeg voordat u een ontslagaanvraag indient eerst de UWV-uitvoeringsregels, zodat u niet voor verrassingen komt te staan. Deze uitvoeringsregels kunt u downloaden op de website van het UWV.

3. Stijging vrijwilligersvergoeding in 2021

De maximale vrijwilligersvergoeding stijgt in 2021 naar € 1.800 per jaar (2020: € 1.700) en € 180 per maand (2020: € 170). Het kan zijn dat u vrijwilligers meer uitbetaalt dan bovengenoemde vergoedingen. En dat het bedrag ook hoger is dan de door de vrijwilliger gemaakte kosten. De hele vergoeding is voor de vrijwilliger belast voor de inkomstenbelasting. Wijs de vrijwilliger er dan op dat hij/zij deze inkomsten moet opgeven in de aangifte inkomstenbelasting. Dit geldt ook als een vrijwilliger bij meerdere organisaties een onbelaste vergoeding krijgt en opgeteld de totale vergoeding meer is dan het maximumbedrag van € 1.800.

4. Meer investeringsvoordelen in 2021

Ondernemers die investeren, krijgen dit jaar meer investeringsaftrek. Dit komt door aanpassingen aan de inflatie en de verhoging van de energie-investeringsaftrek. De aanpassing aan de inflatie betekent dat het maximum van de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen, de KIA, stijgt naar € 16.568. Dit maximum bereikt men als in 2021 wordt geïnvesteerd voor een bedrag tussen € 59.171 en € 109.574. De investeringsaftrek voor energiezuinige investeringen gaat dit jaar licht omhoog. Voor energiezuinige investeringen die op de zogenaamde Energielijst voor 2021 voorkomen, krijgt men een energie-investeringsaftrek (EIA) van 45,5%, tegen 45% vorig jaar.

Daarnaast wordt het maximum aan investeringen waarvoor de EIA verkregen kan worden verhoogd van € 124 miljoen naar € 126 miljoen.

De percentages van de milieu-investeringsaftrek (MIA) blijven ongewijzigd. Afhankelijk van het bedrijfsmiddel levert een investering 36%, 27% dan wel 13,5% aan MIA op. Alleen investeringen die op de Milieulijst voor 2021 staan, komen voor de MIA in aanmerking. Ook de Vamil blijft ongewijzigd. Met de Vamil kunt u tot 75% van sommige investeringen op de Milieulijst willekeurig afschrijven. Dit biedt u een rente- en liquiditeitsvoordeel. Over de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) hebben we het al eerder in deze nieuwsbrief gehad.

5. Webmodule zzp

De webmodule waarmee opdrachtgevers kunnen zien of ze werk mogen laten uitvoeren door een zelfstandige (iemand buiten loondienst), is 11 januari begonnen. Deze pilot gaat zes maanden lopen. De module geeft op basis van ingevulde informatie een van de volgende oordelen:

  1. Opdrachtgeversverklaring: de opdracht kan buiten dienstbetrekking worden verricht.
  2. Indicatie voor dienstbetrekking: er zijn sterke aanwijzingen dat er sprake is van een
    (fictieve) dienstbetrekking.
  3. Geen oordeel mogelijk: op grond van de gegeven antwoorden is niet duidelijk of sprake is
    van werken buiten dienstbetrekking of van werken in dienstbetrekking.

Deze uitkomsten hebben in de pilotfase overigens geen juridische status.

6. Houd de WOZ-beschikking weer goed in de gaten

Nog even en de nieuwe WOZ-beschikkingen vallen weer in de bus. Door de sterke waardestijging van woningen is het nog belangrijker om erop te letten dat met waarde-drukkende factoren voldoende rekening is gehouden. Het belang van een juiste WOZ-beschikking is groot. Op basis van de WOZ-waarde worden aanslagen OZB (onroerendezaakbelasting) opgelegd. Daarnaast is de WOZ-waarde vaak ook bepalend voor tal van andere belastingen en heffingen, zoals rioolbelasting en de watersysteemheffing. Ook de bijtelling voor de eigen woning, het EWF, wordt gebaseerd op de WOZ-waarde. Verder is ook bij schenken en erven van een woning de WOZ- waarde bepalend. Voor bedrijven is de WOZ-waarde van belang voor onder meer de jaarlijkse afschrijving van een pand. Hoe hoger de WOZ-waarde, hoe minder er valt af te schrijven. Het komt nogal eens voor dat de WOZ-waarde te hoog wordt ingeschat.


Download hier de nieuwsbrief als PDF-document

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging werkgelegenheid NOW

De uitwerking van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) is op 31 maart 2020 bekend gemaakt. Hierbij krijgen ondernemers die door het coronavirus een omzetverlies lijden van minstens 20%, een tegemoetkoming in de loonkosten.

Als aanvulling op de Nieuwbrief Corona 30 maart 2020 is hieronder de NOW regeling nader toegelicht.

Ondernemer kan loonmaatregel NOW 6 april aanvragen

Werkgevers die omzet verliezen, krijgen een deel van de loonkosten vergoed via de NOW- regeling. Zij kunnen die vergoeding in principe vanaf 6 april aanvragen. Het kabinet heeft de inhoud en voorwaarden van de NOW-regeling bekend gemaakt.

Omzetverlies minstens 20% gedurende drie maanden
De belangrijkste voorwaarde voor de compensatie is dat een bedrijf gedurende drie maanden minstens 20% omzetverlies boekt.

Bepaling omzetverlies
Het omzetverlies wordt bepaald op 25% van de omzet van 2019. Dit moet worden vergeleken met de omzet in de periode maart tot en met mei 2020. Zeker in specifieke sectoren van de economie kan de omzetdaling later inzetten dan het verlies van economische activiteit. Werkgevers kunnen daarom bij de aanvraag kiezen of zij de omzetdaling berekenen over de meetperiode startend op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. Het moet daarbij altijd om een aaneensluitende periode van drie maanden gaan. Bij de definitieve afrekening kan de meetperiode niet meer worden aangepast. De tegemoetkoming in de loonkosten blijft ongeacht die keuze betrekking hebben op de loonkosten tussen maart en mei 2020, ongeacht over welke van die driemaandsperioden (meetperiode) de omzet is bepaald.

Let op!
Bij concerns wordt uitgegaan van de omzet van het hele concern. Hierbij wordt aangesloten op de definitie van een groep volgens het jaarrekeningenrecht. Grofweg bestaat de groep uit de ondernemingen die opgenomen zouden worden in een geconsolideerde jaarrekening. Voor de definitie van omzet wordt eveneens aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. De factuurdatum is derhalve niet direct bepalend voor de periodetoerekening van omzet.
Verkregen subsidies en andere bijdragen uit publieke middelen worden gelijkgesteld met omzet.

Tegemoetkoming maximaal 90%
De tegemoetkoming bij 100% omzetverlies bedraagt 90% van de loonsom. Bij een geringer verlies wordt de tegemoetkoming naar rato aangepast, dus bijvoorbeeld 45% bij 50% omzetverlies.

Wat is de loonsom?
Voor de loonsom wordt uitgegaan van de loonaangifte en neemt men als grondslag het zogenaamde sociale verzekeringsloon, waarbij als uitgangspunt de maand januari 2020 wordt genomen. Hier bovenop komt voor alle bedrijven een opslag van 30% voor werkgeverslasten zoals pensioen en werkgeverspremies. Het maximumloon per werknemer is € 9.538 per maand.

Aanvraag
De aanvraag vindt plaats per loonheffingennummer. Per aanvraag dient de te verwachten omzetdaling van de totale onderneming vermeld te worden.

Wie wel, wie niet?
Iedereen voor wie loonaangifte wordt gedaan en verzekerd is voor de WW, ZW of WIA, valt onder de regeling. Ook het salaris van flexwerkers wordt gecompenseerd, er is geen onderscheid naar contractvorm. De regeling is ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals werknemers met een nulurencontract. Voor payroll- en uitzendwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor gewone werkgevers. Werkenden met een fictieve dienstbetrekking vallen ook onder de regeling, niet-verzekerde en vrijwillig verzekerde dga’s niet.

Start: streefdatum 6 april
Naar verwachting kunnen aanvragen vanaf 6 april bij het UWV worden ingediend. Mocht deze streefdatum niet gehaald worden, dan kan de aanvraag uiterlijk vanaf 14 april worden ingediend. Dit kan tot en met 31 mei 2020. Werkgevers dienen de verwachte omzetdaling op te geven. Als het UWV positief oordeelt, krijgt men in drie termijnen een voorschot van 80%. Het eerste deel van het voorschot wordt uitgekeerd binnen twee tot vier weken na de aanvraag. Indien nodig wordt de regeling ná mei verlengd. De subsidie mag alleen gebruikt worden voor de loonkosten.
Rol accountant
Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hiervoor een accountantsverklaring vereist, maar er wordt nog bekeken onder welke grens een accountantsverklaring niet nodig is. Er volgt binnen 22 weken een eindafrekening van het UWV.

Geen gedwongen ontslag!
Een voorwaarde voor de tegemoetkoming is dat geen ontslag bij het UWV wordt aangevraagd om bedrijfseconomische redenen in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020. Gebeurt dit toch, dan wordt de tegemoetkoming verminderd door 150% van het loon van de ontslagen werknemer in mindering op de loonsom te brengen.

Let op!
Deze voorwaarde geldt niet voor werknemers met een flexibel contract.

Tweede tranche
De mogelijkheid om de noodmaatregel met drie maanden te verlengen wordt nadrukkelijk opengehouden. Daarover zal voor 1 juni 2020 besloten worden, zodat deze tweede tranche aansluit op de eerste aanvraagperiode die op 31 mei eindigt.

Assistentie en een frisse blik nodig?
We staan klaar om u te assisteren bij het aanvragen en later verantwoorden van de NOW. Heeft u na het lezen van deze nieuwsbrief nog verdere vragen, neem dan vooral contact met ons op.

Disclaimer
Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

 

Download hier het PDF-document

Beste relatie,

De ontwikkelingen rondom het COVID-19/Coronavirus raken ons allemaal. Graag informeren wij u over de dienstverlening van Spaarne Accountants & Belastingadviseurs.

Het is onze hoogste prioriteit om de gezondheid en veiligheid van onze medewerkers, hun gezinnen en onze klanten te waarborgen en tegelijkertijd onze klanten zonder onderbreking te blijven bedienen. Wij volgen de richtlijnen die door de overheid en het RIVM zijn opgesteld. Onze medewerkers werken zoveel mogelijk thuis en afspraken en bijeenkomsten vinden telefonisch, via facetime of skype plaats of worden verzet.

Het blijft ons doel onze klanten optimaal te ondersteunen, juist in deze voor velen moeilijke omstandigheden. Wij zullen onze normale werkzaamheden zoveel mogelijk volgens planning uit blijven voeren en daarnaast extra ondersteuning bieden waar nodig, bijvoorbeeld bij verzoeken om uitstel van betaling en het maken van prognoses. Wel vragen wij u om ons op de hoogte te houden van belangrijke ontwikkelingen bij u/uw onderneming, zodat wij u zo goed mogelijk van dienst kunnen zijn. Wij zijn via de gebruikelijke kanalen bereikbaar.
We zullen verdere voorzorgsmaatregelen nemen op basis van nieuwe informatie en omstandigheden. Als wij verwachten dat er iets kan gaan veranderen in onze dienstverlening, dan zullen wij u direct informeren.

Namens Joost, Peter, Mathijs en Dumas,
Spaarne Accountants & Belastingadviseurs

sra-certificering-spaarne-accountants-belastingadviseursOnlangs zijn we na een uitgebreide kwaliteitstoetsing en toetredingsprocedure lid geworden van de SRA. We verwachten dat de samenwerking met en faciliteiten van de SRA een extra impuls gaat geven aan de groei van onze organisatie.

Voor de redenen en meer achtergrond:
klik hier ( externe link naar website SRA )

Waarom we zijn toegetreden en wat het jou als klant gaat brengen:
klik hier ( externe link naar website SRA )

Ondernemers uit Haarlem en Zuid-Kennemerland die met hun bedrijf (door) willen groeien kunnen meedoen aan de pitchwedstrijd Pitch & Grow. Tijdens de in oktober te houden voorrondes wordt bepaald wie door gaan naar de finale op 2 november in Sociëteit Vereeniging aan de Zijlweg in Haarlem.

Meer lezen?

Spaarne in volle vaart langs het Spaarne

Wat een mooi evenement is het toch: aangemoedigd door veel publiek hebben deze toppers de Haarlem Grachtenloop 2017 volbracht.

Grachtenloop Haarlem 2017

 

 

Goed ondernemerschap betekent in de basis doen waar je zelf goed in bent en waar nodig anderen inschakelen. Maar wat nou als die anderen de deur voor je neus dichtgooien? Dan zul je het dus toch zelf moeten doen of samenwerking moeten zoeken met gelijkgestemden.

Vorm van crowdfunding

Aan de ene kant zijn er namelijk veel MKB-bedrijven die een financiering nodig hebben maar bij de bank nul op rekest krijgen omdat deze partijen risicomijdend zijn. Aan de andere kant zijn er MKB-ers die juist geld ‘over’ hebben en dat graag willen laten renderen zonder naar de beurs te willen. De oplossing ligt eigenlijk voor de hand: steek elkaar de helpende hand toe. Crowdfunding en informeel investeren zijn niet voor niets sterk in opmars en dat geldt inmiddels ook voor bijvoorbeeld een sub-vorm als kredietunies. Het feit dat de kredietunies worden gesteund door het Ministerie van EZ, MKB Nederland en VNO/NVW maakt het nog meer het overwegen waard. De trend is dat vaker een mix ontstaat van dergelijke financieringsbronnen en gestapeld financieren.

Onderlinge solidariteit

Samen met de onlangs in onze eigen regio gestarte Kredietunie Kennemerland telt ons land al een kleine twintig van deze coöperatieve financieringsinstituten. Een kredietunie is ‘een non-profit coöperatie van MKB-ondernemers die via een gemeenschappelijke kas geldmiddelen ter beschikking stellen en MKB-ondernemers die geld lenen uit deze kas’. Een kredietunie bevordert de onderlinge solidariteit tussen kredietgevers en kredietnemers en is democratisch van opzet. Leningsaanvragen worden vooraf door het bestuur van de kredietunie beoordeeld op haalbaarheid voordat tot een lening wordt overgegaan. Een kredietgever kan op deze wijze een mooi rendement op zijn inleg krijgen. De rentebetaling en aflossing gaan direct na opname lopen. De kredietnemer kan daarnaast een stuk coaching van succesvolle ondernemers krijgen. Zowel voor de kredietgever als kredietnemer dus een win-win situatie.

Praat echter, voordat u zich in een nieuw financieel avontuur stort, altijd eerst eens met een van onze adviseurs. Wij hebben op onze beurt in de loop der jaren veel ‘krediet’ opgebouwd bij onze klanten en kredietgevers en dat is natuurlijk niet voor niets. Uit ervaring weten we welke informatie nodig is om tot een snelle en veelal succesvolle afwikkeling te komen. Als adviseur en sparringpartner houden wij voor onze klanten in elk geval altijd alle opties open en weten we telkens weer de meest geschikte partijen aan elkaar te koppelen.

Wilt u meer weten over deze of andere financieringsvormen of over onze dienstverlening in het algemeen? Neem dan contact op Spaarne Accountants & Belastingadviseurs.

Veel ondernemers met een bv zien de jaarrekening als een verplichting; als een uitgebreid document dat alleen maar inzicht geeft in het verleden. Ze realiseren zich niet dat het goed kan zijn om een terugkijkmoment in te lassen en samen met de accountant te evalueren wat het afgelopen jaar je als ondernemer heeft gebracht. Daarnaast is het interessant om te zien wat jouw onderneming – in boekhoudkundig opzicht – waard is en hoe deze presteert ten opzichte van je concurrenten in de branche. Het gesprek gaat al snel over de toekomst en dan wordt het plotseling vele malen interessanter! En er zijn meerdere redenen waarom een jaarrekening verplicht én zinvol is.

Wat is een jaarrekening eigenlijk?

Een jaarrekening geeft inzicht in de financiële positie van een onderneming en wordt door het bestuur gebruikt om (financiële) verantwoording af te leggen aan belanghebbenden, zoals: aandeelhouders, investeerders, banken, werknemers en de Belastingdienst. Ondernemers moeten bij de Kamer van Koophandel een sterk verkorte versie van de jaarrekening van hun bv neerleggen, die eenvoudig kan worden opgevraagd door dergelijke partijen.

De volgende zaken kunnen uit de jaarrekening worden afgeleid:

  • Het activiteitenniveau van de onderneming in termen van omzet;
  • De behaalde winst of het geleden verlies;
  • De partijen die belang hebben bij de jaarrekening;
  • De financiële gezondheid van de onderneming.

Verplicht: waarom?

Kortgezegd: het is belangrijk dat alle belanghebbenden de financiële stand van zaken kunnen bekijken. De jaarrekening is een verantwoordingsdocument dat laat zien hoe gezond een onderneming is. Een potentiële leverancier, nieuwe werknemer of bank die je leningaanvraag behandelt, vindt het bijvoorbeeld belangrijk om te weten hoe je er in financieel opzicht voor staat. Het is essentieel voor ondernemers om zich te realiseren dat de onderneming van hen is, maar tegelijkertijd ook maatschappelijke relevantie heeft. Daarom hebben diverse partijen – van de Belastingdienst tot een kredietverzekeraar – recht op financieel inzicht in de onderneming.

Zinvol: voor wie?

Natuurlijk is een jaarrekening onmisbaar voor belanghebbende partijen. Maar ook de ondernemer heeft er baat bij. Eenmaal per jaar de tijd nemen om stil te staan bij je onderneming is geen overbodige luxe. Het is een moment waarop je verantwoording aflegt over het verleden. Daardoor ontdek je wat het afgelopen jaar je heeft gebracht en wat de onderneming waard is. Hieruit kunnen lessen worden getrokken die helpen bij het bepalen van een toekomstkoers. Uiteraard is het wel van belang dat je de jaarrekening snel maakt, omdat de toegevoegde waarde ervan afneemt naarmate de tijd verstrijkt.

Een deskundige helpende hand

Als ondernemer hoef je slechts eenmaal per jaar een jaarrekening te produceren. Daarom is het niet erg zinvol om je te verdiepen in de eisen waaraan deze moet voldoen en de mogelijkheden die er zijn omtrent presentatie en waardering. Het is dan ook raadzaam om het opmaken van een jaarrekening uit te besteden aan een professional die zich hier op dagelijkse basis mee bezighoudt. Een goede accountant stelt niet alleen een correcte jaarrekening op, maar gebruikt de hieruit voortvloeiende informatie ook als startpunt voor een prognose voor de toekomst. Zodat de ondernemer én belanghebbenden zowel achter- als vooruit kunnen kijken aan de hand van één document. Door snel een jaarrekening op te laten stellen laat je bovendien zien dat je de zaak onder controle hebt en dat je het belangrijk vindt om belanghebbenden te informeren.

Over de formaliteiten van een jaarrekening en de accountantscontrole vertellen we meer in een volgend artikel.

Heb je hulp nodig bij het opstellen van een gedegen jaarrekening of vind je dat het allemaal sneller of beter kan? Neem dan gerust eens contact met ons op.