Heffing box 3

EuroIn genoemde zaak ging het om de belastingheffing in box 3. Deze gaat uit van een verondersteld rendement en niet van het werkelijk behaalde rendement. Deze heffing staat met name vanwege de lage rentestand dan ook al jaren ter discussie en wordt door vele belastingplichtigen ook aangevochten via bezwaarprocedures.

Individuele en buitensporige last

Volgens huidig recht is het kort gezegd niet toegestaan belasting te heffen indien deze heffing leidt tot een ‘individuele en buitensporige last’. In genoemde zaak voor de Hoge Raad was de vraag aan de orde of hiervan sprake was.

Belastingheffing hoger dan rendement

In deze zaak bedroeg in het jaar 2017 het rendement in box 3 op het daarin aanwezige vermogen van de belastingplichtige € 1.244 terwijl € 1.354 betaald moest worden aan belasting in box 3. De Hoge Raad moest zich in deze zaak dan ook uitspreken over de vraag of dit betekende dat er sprake was van een individuele en buitensporige last.

Interen op vermogen?

Als de belastingheffing hoger is dan het behaalde rendement, moet volgens de Hoge Raad ook in aanmerking worden genomen of en in hoeverre iemand een zodanig laag inkomen heeft dat hij op zijn vermogen moet interen om de belasting te voldoen. De wetgever heeft immers geen belastingheffing beoogt waardoor men op zijn vermogen moet interen om de verschuldigde belasting te kunnen voldoen, aldus de Hoge Raad. Is dit wél het geval, dan kan er dus sprake zijn van een buitensporige last. De zaak werd verwezen naar een ander hof om dit uit te zoeken.

Heeft u vragen over het al dan niet bestaan van een individuele en buitensporige last, neem dan contact met ons op.

Hoogte gebruikelijk loon

EuroHet gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij uw bv, indien een van deze bedragen meer is dan € 47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan € 47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Minimumloon

Tot nu toe vond de Belastingdienst dat in bijzondere situaties een lager gebruikelijk loon kan worden vastgesteld dan volgens bovenstaande regeling. Bijvoorbeeld voor dga’s van een startende bv of in bepaalde gevallen als een bv verliesgevend is. Wel moest dan ten minste het minimumloon als gebruikelijk loon worden uitgekeerd. Dit standpunt heeft de fiscus nu verlaten.

Opvatting rechter gevolgd

Met dit nieuwe standpunt volgt de Belastingdienst de opvatting van de rechter. In een recente uitspraak van de rechtbank in Arnhem besliste deze dat onder omstandigheden ook een lager gebruikelijk loon dan het minimumloon mogelijk is. In deze zaak was er sprake van een zeer geringe omzet en werd er verlies geleden als werd uitgegaan van het wettelijk in aanmerking te nemen gebruikelijk loon.

Overleg mogelijk

De Belastingdienst geeft in het Handboek Loonheffingen aan dat een lager gebruikelijk loon dan het minimumloon onder omstandigheden bijvoorbeeld mogelijk is wanneer een bv structureel verlies lijdt en bij startende bv’s. Aangegeven wordt dat bij twijfel contact kan worden opgenomen met de Belastingdienst.

Heeft u vragen over de hoogte van het gebruikelijk loon, neem dan contact met ons op.

Btw zonnepanelen

ZonnepanelenDat de btw op de zonnepanelen zelf aftrekbaar kan zijn, volgt uit het feit dat de opgewekte energie wordt teruggekeerd aan de energiemaatschappij. De eigenaar van de zonnepanelen opereert hiermee als ondernemer.

Btw op woning ook aftrekbaar?

Er wordt al jaren gediscussieerd en geprocedeerd over de vraag of ook de btw op de woning waarop de zonnepanelen zijn bevestigd, aftrekbaar is. De woning is immers noodzakelijk voor de bevestiging van de zonnepanelen en zou daarom ook tot het ondernemingsvermogen voor de btw moeten kunnen worden gerekend, zo is de redenering.

Hoge Raad akkoord

In 2017 had het hof Arnhem de aftrek van btw op een woning waarop zonnepanelen waren geplaatst, toegestaan. Deze woning behoorde tot het ondernemingsvermogen van de belastingplichtige. De btw op het deel van het dak waarop de zonnepanelen waren geplaatst, kwam volgens het hof voor aftrek in aanmerking. De Hoge Raad ging hiermee akkoord.

Hoge Raad niet akkoord

Onlangs besliste de Hoge Raad in een vergelijkbare situatie dat de btw op een deel van de woning door plaatsing van zonnepanelen niet aftrekbaar is. In deze zaak ging het om een dga die een werkruimte in zijn woning aan zijn bv verhuurde. De dga kon de woning dus ook niet tot het ondernemingsvermogen rekenen, wat een mogelijke verklaring voor de andersluidende visie van de Hoge Raad kan zijn.

Rechtstreeks en onmiddellijk verband

Volgens het arrest dient er een ‘rechtstreeks en onmiddellijk verband’ te bestaan tussen de aankoop van de woning en de te leveren zonne-energie. Volgens de Hoge Raad is onvoldoende aangetoond dat dit verband bestaat en dus staat de Hoge Raad de aftrek van de btw op een deel van het dak niet toe.

Heeft u vragen over de aftrek van de btw op zonnepanelen, neem dan contact met ons op.

Beperking tot 80% omzet

NOWDe NOW voor de periode juli t/m september kent een belangrijke beperking ten opzichte van de vorige periode doordat een maximaal omzetverlies kan worden opgevoerd van 80%. Bij een hoger omzetverlies wordt dus minder NOW uitgekeerd.

Vergoeding maximaal 68%

De vergoeding via de NOW bedraagt 85% van de loonkosten, afhankelijk van het omzetverlies. Bij een omzetverlies van bijvoorbeeld 50% krijgt u 85% x 50% = 42,5% van de loonkosten vergoed. Vanwege de ingevoerde beperking bedraagt de tegemoetkoming voor deze periode dus maximaal 85% x 80% = 68% van de loonkosten.

Uitvoering vertraagd

Door de beperking is ook de uitvoering vertraagd en kan de tegemoetkoming pas vanaf 26 juli worden aangevraagd in plaats van 5 juli, zoals oorspronkelijk de planning was.

Referentiemaand februari 2021

Voor de hoogte van de loonsom wordt uitgegaan van februari 2021. Voor de vorige periode was dit nog juni 2020. De loonsom mag met maximaal 10% dalen ten opzichte van de loonsom in februari 2021 zonder dat dit gevolgen heeft voor de definitieve tegemoetkoming.

Nauwkeurig schatten

Het is in het belang van de werkgever zelf dat hij het omzetverlies voor de periode juli t/m september zo goed mogelijk schat en desnoods de aanvraag iets later indient. Een teveel aan ontvangen NOW moet namelijk bij de definitieve vaststelling weer worden terugbetaald.

Einde in zicht?

Volgens eerdere berichten is dit in beginsel de laatste periode waarvoor NOW kan worden aangevraagd. Het kabinet heeft namelijk het voornemen om de steunmaatregelen vanwege corona vanaf oktober dit jaar te beëindigen. Er is echter een voorbehoud gemaakt voor onverwachte ontwikkelingen, zodat bepaalde steunmaatregelen dan toch kunnen worden verlengd.

Levering binnen zeven maanden

Emissieloze bedrijfsautoIn de oorspronkelijke regeling kon alleen subsidie worden verkregen als de emissieloze bedrijfsauto binnen vier maanden na de beschikking dat de subsidie was toegekend werd geleverd. Omdat dit voor de meeste auto’s niet haalbaar blijkt, is deze termijn verlengd naar zeven maanden.

Tekort aan microchips

Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl) is een tekort aan microchips de oorzaak van de verlengde levertijden.

Aanvragen subsidie

De subsidie moet bij de RVO worden aangevraagd. Dit moet digitaal met behulp van eHerkenning.

Let op! Wanneer u de subsidieaanvraag indient, mag de koop- of financial leaseovereenkomst nog niet definitief zijn. U kunt nog afzien van de koop als u toch geen subsidie krijgt.

Tot en met 2025

De subsidie is beschikbaar tot en met 31 december 2025 en kent jaarlijks een maximumbudget. De maximumsubsidie per bedrijfsauto bedraagt € 5.000.

Ook MIA

Als u een emissieloze bedrijfsauto aanschaft, kunt u in beginsel ook in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). Deze bedraagt in 2021 36%, waarbij dit voor een elektrische bedrijfsauto geldt tot een cataloguswaarde van € 75.000 en voor een bedrijfsauto op waterstof tot een cataloguswaarde van € 125.000.

Heeft u vragen over de subsidie op emissieloze bedrijfsauto’s, neem dan contact met ons op.

Subsidie

EvenementenOmdat het vanwege corona twijfelachtig is of evenementen mogen doorgaan en onder welke voorwaarden, is er een subsidie beschikbaar voor evenementen die verplicht moeten worden afgelast. Dit betreft tot 14 augustus onder andere evenementen waarbij de bezoeker niet beschikt over een vaste zitplaats.

Verhoging subsidie tot 100%

De subsidie kent een maximum van 80% van de kosten, met een aanvulling tot 100% als lening. De terugbetaling van deze aanvulling vervalt voor evenementen in de periode van 10 juli tot en met 3 september 2021.

Verlenging aanvraagperiode

Ook de aanvraagperiode voor de subsidie wordt verlengd. Organisatoren kunnen een aanvraag indienen tot drie weken na inwerkingtreding van de uitbreiding van de garantieregeling, óf indien dat later is, tot drie weken voor de geplande evenementdatum.

Eerder georganiseerd

Voor de verruimde subsidie geldt dat eenzelfde evenement minstens één keer eerder moet zijn georganiseerd. Oorspronkelijk moest dit minimaal twee keer zijn.

Welke kosten zijn gedekt?

De gedekte kosten zijn bijvoorbeeld die van onderaannemers en leveranciers. Zoals voor de opbouw van tribunes, security en technische voorzieningen. Aanbetalingen voor artiesten van buiten de EU worden daarnaast toegevoegd aan de subsidiabele kosten en vallen daarmee onder de oorspronkelijke regeling die loopt van 1 juli t/m 31 december.

Onlangs kreeg een groot bedrijf een boete van € 475.000 opgelegd door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) vanwege het te laat melden van een grootschalig datalek. Welke lessen kunnen hieruit getrokken worden?

Wanneer melding datalek?

DatalekOp grond van artikel 33 van de AVG moet een inbreuk op de persoonsgegevens, ook wel datalek genoemd, zonder onredelijke vertraging en indien mogelijk binnen 72 uur nadat de verwerkingsverantwoordelijke hiervan kennis heeft genomen, worden gemeld bij de AP. Dat is in ieder geval nodig als er een redelijke mate van zekerheid bestaat dat zich een veiligheidsincident heeft voorgedaan dat tot de compromittering van persoonsgegevens heeft geleid. Het maken van een melding is niet nodig als het niet waarschijnlijk is dat die inbreuk een risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.

Tijd voor onderzoek

In veel gevallen zal er onderzoek nodig zijn of er daadwerkelijk sprake is van een datalek. Dat onderzoek kan enige tijd in beslag nemen. Toch is het noodzakelijk om ieder incident onmiddellijk te onderzoeken om te bepalen of er sprake is van een inbreuk op persoonsgegevens. Als er van een inbreuk sprake is, moeten er ook direct maatregelen worden genomen om dit te corrigeren en moet het datalek worden gemeld. Op basis van de AVG zou een termijn van 72 uur hiervoor in principe voldoende moeten zijn.

Te laat…

Het grote bedrijf dat eerder een boete kreeg, vond dat de overschrijding van deze 72 uurs-termijn gerechtvaardigd was, omdat het bedrijf eerst onderzoek moest doen voordat het het incident kon melden. Daarnaast vond de onderneming dat zij vanuit efficiency-oogpunt incidenten had mogen bundelen, ook al werd hierdoor de 72 uurs-termijn overschreden.

De rechter oordeelde echter dat het bedrijf de nodige steken had laten vallen en, ook na de eerste melding, onvoldoende voortvarend had gehandeld. Daarbij was van belang dat de onderneming niet had gehandeld conform haar eigen protocollen, waarin was opgenomen dat ieder vermoeden van een incident direct moest worden doorgezet naar het Security Team.

Pro-formamelding

De eerste les die uit deze uitspraak kan worden getrokken is dat het verstandig is om bij een mogelijk datalek binnen 72 uur in ieder geval een pro-formamelding bij de AP te doen. Daarmee kunt u een boete  vanwege een te late melding voorkomen.

Tip! Vermeld in de pro-formamelding welke actie er al ondernomen is en dat het onderzoek nog loopt. Daarnaast is het van belang dat de eigen protocollen strikt worden nageleefd, zoals het opvolgen van de daarin genoemde escalatielijn. Als er van de eigen protocollen wordt afgeweken, kan dit ertoe leiden dat er niet adequaat is opgetreden en kan er een boete worden opgelegd.

MedischDe nieuwe regels hebben als doel dat er een halt wordt toegeroepen aan de steeds stijgende zorgkosten en personeelstekorten. Om die reden wil de NZa inzichtelijker maken op welke momenten in het zorgproces de zorg wordt overgedragen door de medisch specialist aan ondersteunende zorgverleners, zoals bijvoorbeeld de physician assistant (PA) of de verpleegkundig specialist (VS).

Dat inzicht ontbreekt nu nog, omdat zorgactiviteiten doorgaans niet worden geregistreerd op degene die de zorg feitelijk verleent. Daarnaast geven de nieuwe regels meer inzicht in hoe het zorgproces ook anders, en daarmee goedkoper en efficiënter, kan worden ingericht.

Impact

Juist omdat op dit moment in de praktijk zorgactiviteiten meestal worden geregistreerd op de AGB-code van de verantwoordelijke medisch-specialist hebben de nieuwe regels een behoorlijke impact op de zorgverleners. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat hierdoor op basis van de afspraken die u heeft gemaakt met zorgverzekeraars lagere vergoedingen worden verstrekt voor de verleende zorg.

Tip! Evalueer tijdig hoe de exacte afspraken met de zorgverzekeraars luiden om te kunnen bepalen wat exact de impact is op de praktijkvoering.

Een goede voorbereiding

Om ervoor te zorgen dat er voor 1 januari 2022 kan worden voldaan aan de nieuwe regels is het noodzakelijk dat er tijdig een unieke AGB-code wordt aangevraagd voor alle ondersteunende zorgverleners die zo’n code kunnen aanvragen. Dit geldt onder meer voor de physician assistant en de verpleegkundig specialist, maar bijvoorbeeld niet voor arts-assistenten. Voor zorgverleners die niet onder de medisch-specialistische zorg, zoals huisartsen, geldt de verplichting ook niet.

Let op! De verwachting is dat de doorlooptijd van de aanvraag de komende maanden en zeker richting het einde van het jaar gaat stijgen. Wacht dus niet te lang met de aanvraag van de AGB-codes

De ICT en de werkprocessen

Naast de aanvraag van de AGB-codes en de evaluatie van de afspraken met de zorgverzekeraars is het van belang dat tijdig wordt beoordeeld of het gebruikte ICT-systeem voorziet in de mogelijkheid om alle betrokken medewerkers hun zorgactiviteiten te laten registreren op hun eigen AGB-code.

Tip! Zorg er tevens voor dat u uw werkprocessen aanpast, zodat iedere betrokken zorgverlener ook daadwerkelijk zijn of haar zorgactiviteiten op zijn of haar eigen AGB-code registreert.

Download hier de nieuwsbrief als PDF-document


1. Per 1 juli extra regels voor bestuur vereniging en stichting

Besturen van verenigingen en stichtingen krijgen met ingang van 1 juli van dit jaar met extra regels te maken. Dit is het gevolg van de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR).

Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen

De WBTR is bedoeld om wanbestuur binnen verenigingen en stichtingen zo veel mogelijk te voorkomen. Met de WBTR wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de regels die al gelden voor besturen van nv’s en bv’s. Overigens bevat de WBTR ook een aantal aanpassingen voor de nv en bv, maar daar gaan wij hier aan voorbij.

Aansprakelijkheid bestuurders

De bestaande aansprakelijkheid van bestuurders wordt in de WBTR uitgebreid. De aansprakelijkheid wordt uitgebreid met aansprakelijkheid bij faillissement als er sprake is van ernstig verzuim.

Tegenstrijdig belang

Een van de zaken die in de WBTR geregeld wordt, is het voorkomen van tegenstrijdige belangen. Daarom is in de nieuwe wet bepaald dat een bestuurder van een vereniging of stichting niet mag deelnemen aan vergaderingen over een bepaald onderwerp als hij ook een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging of stichting. Ook mag hij in die gevallen niet deelnemen aan de besluitvorming.

Stemrecht aan banden

In de WBTR kan een bestuurder nooit meer stemmen uitbrengen dan de rest van het bestuur samen. Een bestaande afwijkende statutaire regeling is geldig tot 1 juli 2026 of tot de eerstvolgende statutenwijziging, als dit eerder is.

Alternatieve besluitvorming

Als in een vereniging of stichting met een klein bestuur geen van de bestuursleden nog in functie is of afwezig, kunnen formeel geen besluiten meer worden genomen. Volgens de WBTR dienen dan de statuten te bepalen hoe besluiten dan toch genomen kunnen worden, bijvoorbeeld via een commissie.

2. Betaling transitievergoeding in termijnen? Mag dat?

Over de hoogte van de te betalen transitievergoeding kan discussie ontstaan. Zeker als een bedrijf op een later moment is overgenomen. Wat zegt de kantonrechter in Amsterdam hierover? En mocht de werkgever door de coronacrisis de transitievergoeding in termijnen betalen?

In een aan de kantonrechter in Amsterdam voorgelegde zaak ging het om een werknemer die claimde al vanaf 1993 bij de werkgever werkzaam te zijn. Zijn huidige werkgever had de zaak overgenomen in 2017 en was van mening dat hij pas vanaf dat moment een transitievergoeding hoefde te betalen. Bijkomend punt was dat de werkgever aangaf vanwege de slechte financiële situatie de transitievergoeding niet te kunnen betalen.

Opvolgend werkgeverschap

De rechter oordeelde hier dat de werknemer inderdaad vanaf 1993 in dienst was en dat sprake was van opvolgend werkgeverschap waardoor de werkgever dus ook de dienstjaren vóór de overname moest meerekenen. Dit betekende dat de werknemer recht had op een transitievergoeding berekend vanaf 1993. De financiële situatie vormde geen reden voor de rechter om af te zien van de transitievergoeding.

 Wanneer sprake van opvolgend werkgeverschap?

Van opvolgend werkgeverschap is volgens de wet sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. Het opvolgend werkgeverschap is een bepaling van driekwart dwingend recht, wat betekent dat er in een cao van mag worden afgeweken ten nadele van een werknemer. Het is dus raadzaam de eventueel toepasselijke cao erop na te slaan.

Let op!
Om te constateren dat sprake is geweest van opvolgend werkgeverschap moet het gaan om dezelfde verrichte arbeid. Is de arbeid gewijzigd, dan is opvolgend werkgeverschap niet aan de orde.

Betaling in termijnen

De kantonrechter vond het wel aannemelijk dat de slechte financiële situatie van de werkgever een gevolg was van de door de overheid opgelegde beperkende coronamaatregelen en niet te wijten was aan de werkgever zelf. Om die reden stond de kantonrechter het de werkgever toe de verschuldigde transitievergoeding in 16 termijnen van een maand te betalen.

Dit is op zich een bijzondere uitspraak, omdat deze afwijkt van de bepaling over gespreide betaling als neergelegd in de Ontslagregeling. De Ontslagregeling bepaalt dat indien de betaling van de transitievergoeding ineens leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever, deze over maximaal zes maanden kan worden gespreid. Deze zes maanden beginnen te lopen vanaf het moment dat de transitievergoeding uiterlijk betaald had moeten worden, oftewel een maand na afloop van het dienstverband. Bij een dergelijke gespreide betaling is de werkgever wel de wettelijke rente (nu 2%) verschuldigd.

3. Vanaf 1 maart 2022 subsidie STAP voor scholing

Vanaf 2022 is het niet meer mogelijk om scholingsuitgaven in de aangifte inkomstenbelasting in aftrek te brengen. In plaats daarvan kunnen werkenden en werkzoekenden vanaf 1 maart 2022 een beroep doen op de subsidieregeling STAP-budget. Ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget moeten daarvoor wel voor die tijd actie ondernemen.

STAP-budget

Het STAP-budget is een subsidieregeling van de Rijksoverheid en wordt uitgevoerd door het UWV. STAP staat voor Stimulans Arbeidsmarkt Positie. Met de subsidieregeling kunnen werkenden en werkzoekenden aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget van maximaal € 1.000 (inclusief btw) per jaar. Dat budget is voor les-, cursus-, college- of examengeld en voor kosten van verplicht gestelde leer- of beschermingsmiddelen. Als de aanvraag voor het budget is goedgekeurd, wordt het bedrag betaald aan de opleider.

Let op!
Aanvragen is nu nog niet mogelijk, dit kan pas vanaf 1 maart 2022. Voor scholingsuitgaven die daarvoor in aanmerking komen, kan tot en met 31 december 2021 nog gebruikgemaakt worden van de fiscale aftrek in de aangifte inkomstenbelasting.

Geregistreerde opleidingen

Het is alleen mogelijk om een STAP-budget aan te vragen voor opleidingen die zijn geregistreerd in het scholingsregister. Voor ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget is het daarom belangrijk dat hun opleidingen worden opgenomen in dit scholingsregister.

Het scholingsregister wordt door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bijgehouden.

Scholingsregister

Om een opleiding of scholingsactiviteit te kunnen laten opnemen in het scholingsregister moet eerst de opleider opgenomen zijn in het register. Een opleider wordt door de bepaalde organisaties in het scholingsregister geregistreerd als de opleider door deze organisatie erkend is. Het gaat dan om een opleider die:
▪ is erkend door het ministerie van OCW of
▪ beschikt over het NRTO-keurmerk of
▪ opleidingen aanbiedt die leiden tot een door het NCP NLQF ingeschaalde kwalificatie of ▪ is erkend door een sector- of brancheorganisatie.

Ook een door het Nationaal Kenniscentrum EVC erkende EVC-aanbieder wordt in het scholingsregister geregistreerd.

Tip!
Bent u (nog) niet erkend door een van deze organisaties? Dan kunt u daar misschien nu nog verandering in aanbrengen.

Let op!
Met de registratie bent u er nog niet. Een burger kan pas STAP-budget voor uw opleiding aanvragen als u uw gegevens heeft aangevuld en uw scholingsactiviteiten heeft geregistreerd. Deze aanvulling en registratie zijn nu nog niet mogelijk, maar waarschijnlijk vanaf het vierde kwartaal wel. Houd hiervoor de website duo.nl/stap/ in de gaten. Op deze website vindt u ook meer informatie over het scholingsregister.

4. Wat wilt u weten over de digitale bewaarplicht?

Ondernemers dienen hun administratie in beginsel zeven jaar te bewaren. Administraties zijn tegenwoordig vergaand gedigitaliseerd en dus heeft de Belastingdienst de fiscale eisen hieromtrent toegelicht.

Gegevens raadplegen

De bewaarplicht houdt ook in dat de bewaarde gegevens te raadplegen moeten zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld oude apparatuur bewaard moet blijven als bepaalde digitale bestanden alleen op die manier te raadplegen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de oude floppydisk of een eerdere Windows-versie.

Niet alleen Auditfile

De Auditfile Financieel is een uittreksel van het grootboek en wordt door de meeste boekhoudpakketten in Nederland ondersteund. Het is echter niet voldoende om alleen de Auditfile te bewaren, omdat hierin lang niet alle administratieve boekingen zijn opgenomen.

Geen korting vanwege corona

Het kabinet heeft maatregelen genomen in verband met het coronavirus. Werkgevers kunnen als gevolg hiervan te maken hebben gehad met gedwongen sluiting of met sluiting omdat voortzetting van het bedrijf volgens de richtlijnen van het RIVM niet verantwoord was. Voor werkgevers die hiermee te maken hebben gehad, wordt de subsidie echter niet verminderd.

Conversie

Het is toegestaan om gegevens van het ene opslagmedium naar een ander over te brengen, zoals het scannen van een papieren document of de inhoud van een cd-rom naar een USB-stick. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat de conversie juist en volledig gebeurt, dat de geconverteerde gegevens gedurende de gehele bewaartermijn beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd te reproduceren, leesbaar te maken en te controleren zijn.

Papieren documenten niet bewaren

Als u aan genoemde voorwaarden voldoet, hoeven de originele documenten niet meer te worden bewaard. Daarbij zal de digitale versie de plaats innemen van het origineel. In principe kunnen alle documenten worden geconverteerd, met uitzondering van de balans, de staat van baten en lasten en van bepaalde douanedocumenten.

Elektronische communicatiemiddelen

Ook digitale agenda’s en berichten zoals via e-mail, WhatsApp, sms en Facebook dienen bewaard te worden, voor zover ze zakelijk zijn. Bij een controle moeten deze gegevens ter beschikking worden gesteld in de vorm waar de inspecteur om vraagt.

Let op!
Als er geen duidelijke scheiding tussen zakelijke en persoonlijke informatie wordt aangebracht, moeten dus ook privégegevens worden bewaard.

 


 

NIEUWSBERICHTEN

 

1. Uitstel van betaling belastingschulden verlengd tot 1 oktober

Bedrijven kunnen langer uitstel van betaling krijgen van hun belastingschulden. Oorspronkelijk moesten bedrijven vanaf 1 juli van dit jaar hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Maar dat is nu met drie maanden uitgesteld, waardoor bedrijven dus pas vanaf 1 oktober van dit jaar hun nieuwe belastingschulden hoeven te voldoen.

Alle opgebouwde belastingschulden hoeven vervolgens pas vanaf 1 oktober 2022 te worden afgelost. Dit mag uitgespreid over een periode van vijf jaar.

2. Kabinet maximeert NOW vanaf 1 juli op 80%

De tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW wordt gemaximeerd tot een omzetverlies van 80%. Het nieuwe maximum gaat in vanaf de NOW-aanvraag van het derde kwartaal 2021. De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten als bedrijven vanwege corona met een omzetverlies van minstens 20% te maken hebben. De tegemoetkoming bedraagt 85% van de loonkosten. Door maximering van het omzetverlies tot 80%, bedraagt de maximale compensatie vanaf het derde kwartaal nog 68% (80/% omzetverlies X 85% subsidiepercentage).

Door de aanpassing wordt de uitvoering van de NOW met enkele weken vertraagd. Oorspronkelijk zou de tegemoetkoming voor de periode juli t/m september vanaf 5 juli kunnen worden aangevraagd, maar dit wordt dus enkele weken later.

3. Aanvragen zorgbonus per 15 juni gestart

Zorgaanbieders en pgb-budgethouders kunnen vanaf 15 juni tot dinsdag 27 juli 18.00 uur de zorgbonus voor 2021 aanvragen. De zorgbonus is bestemd voor werkenden in de zorg die vanwege corona een uitzonderlijke prestatie hebben verricht. De omvang van de zorgbonus voor 2021 is afhankelijk van het aantal aanvragen. Naar verwachting zal de bonus tussen de € 200 en € 240 netto bedragen. Als voorwaarde geldt verder dat de medewerker niet meer dan twee keer modaal mag verdienen. Een medewerker kan maximaal één keer voor de bonus in aanmerking komen.

Let op!
Zorgaanbieders kunnen de bonus ook aanvragen voor ingehuurde zzp’ers. Ook voor uitzendkrachten kan de bonus worden aangevraagd.

4. Herziening hoofdactiviteit TVL Q4 2020 mogelijk

Ondernemers met omzetverlies vanwege corona kunnen een tegemoetkoming krijgen in de vaste lasten (TVL). De omvang van de tegemoetkoming is mede afhankelijk van de activiteiten volgens de SBI-code. Voor de TVL voor het vierde kwartaal van 2020 is het nu ook mogelijk om een herzieningsverzoek SBI-code te doen.

Door het herzieningsverzoek kunt u TVL krijgen op basis van een andere SBI-code dan vastgelegd in het Handelsregister van de KVK op 15 maart 2020. Dit kan als u kunt aantonen dat uw nevenactiviteit feitelijk uw hoofdactiviteit was op 15 maart 2020 of als uw feitelijke hoofdactiviteit al verwoord stond in de activiteitenomschrijving in het handelsregister op 15 maart 2020, maar nog niet gekoppeld was aan een SBI-code.

Let op!
Het verzoek moet wel uiterlijk 5 augustus 2021 binnen zijn bij de RVO.

5. Aanvragen evenementensubsidie nu mogelijk

Organisatoren van evenementen kunnen tot en met 30 september 2021 subsidie aanvragen ter bestrijding van de kosten van annulering vanwege corona. De subsidie betreft evenementen die tussen 1 juli en 31 december 2021 plaatsvinden. De subsidie bedraagt maximaal 100% van de kosten. Als meer dan 80% van de kosten vergoed wordt, betreft het deel boven de 80% een lening tegen een rente van 2% per jaar.

Een aanvraag voor een evenement dat voor 1 oktober 2021 zou moeten plaatsvinden, moest u uiterlijk op 30 juni 2021 indienen. Voor evenementen na deze datum moet u minstens drie maanden voor de geplande datum van het evenement uw aanvraag indienen. Er gelden enkele voorwaarden voor de subsidie. Zo moet het evenement al minstens twee keer eerder hebben plaatsgevonden en moet er voor het vorige evenement een annuleringsverzekering met pandemiedekking zijn afgesloten. Aanvragen worden beoordeeld op het moment van binnenkomst. Dit betekent dat wanneer het plafond van € 385 miljoen bereikt is, er geen subsidie meer wordt verstrekt.

6. Per 1 juli wijzigt termijn aanvaarding arbeidsovereenkomst

Een werkgever is verplicht om een oproepkracht in de dertiende maand dat deze voor hem werkzaam is een aanbod te doen voor een arbeidsovereenkomst met vaste uren. Vanaf 1 juli is de termijn voor het aanvaarden van dit aanbod door de werknemer gewijzigd.

In de wet was geregeld dat de werknemer minimaal een maand de tijd had om het aanbod te aanvaarden. Vanaf 1 juli 2021 is de regeling op twee onderdelen gewijzigd. Ten eerste heeft de werknemer maximaal een maand de tijd om het aanbod van zijn werkgever te aanvaarden. Ten tweede is de uiterlijke ingangsdatum waarop de vaste arbeidsomvang in dient te gaan uiterlijk twee maanden nadat de arbeidsovereenkomst twaalf maanden heeft geduurd. Dat betekent dus uiterlijk op de eerste dag van de vijftiende maand.

 

Disclaimer: Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.


Download hier de nieuwsbrief als PDF-document

Bijkomende dienst

ParkerenIn 2018 oordeelde de Hoge Raad over de vraag of het verlenen van toegang tot een natuurpark en een parkeerdienst samen één prestatie vormen. Omdat op het verlenen van toegang tot het natuurpark het verlaagde btw-tarief (6%) van toepassing is, zou dat lage tarief dan ook van toepassing zijn op de parkeerdienst. De Hoge Raad dacht daar anders over: omdat het parkeren vanuit de gemiddelde consument bezien een doel op zich is en geen bijkomende dienst, is sprake van twee losse prestaties. De parkeerdienst kon daarom niet meegetrokken worden in het verlaagde btw-tarief. Voor parkeren bij een diergaarde, een attractiepark, een museum en een festival werd in latere jurisprudentie eenzelfde oordeel geveld.

Feitelijke omstandigheden

Dat er niet snel sprake is van één prestatie werd duidelijk in een zaak over een slecht bereikbaar attractiepark. Het begon gunstig voor de ondernemer: het gerechtshof oordeelde dat sprake was van één prestatie waarop het verlaagde btw-tarief van toepassing was. Het hof kwam tot dat oordeel omdat het vond dat de consument wegens de slechte bereikbaarheid van het park geen andere keuze had dan met de auto te komen en te parkeren op het parkeerterrein. De Hoge Raad zag dat anders. Omdat het beschikken over een auto in het park voor bezoekers geen rol speelt, is ook hier het parkeren een doel op zich. Dat een grote groep bezoekers vanwege de omstandigheden met de auto naar het park komt maakt dat niet anders.

Beschikken over auto speelt voor bezoekers een rol

Zijn er dan nog wel situaties waarin sprake kan zijn van één prestatie? Er zal niet gauw sprake van zijn gezien de stand van de jurisprudentie op dit moment. Maar op basis van het laatste arrest van de Hoge Raad kan de situatie anders zijn in het geval het gaat om een park waarin het beschikken over een auto voor bezoekers een rol speelt. Wellicht dat te denken valt aan een safaripark?

Heeft u vragen over het btw-tarief bij parkeerdiensten? Neem dan contact met ons op.