Te soepele lening aan eigen bv was onzakelijk: geen aftrekbaar afwaarderingsverlies

Rechtbank Arnhem heeft onlangs in een specifieke casus beslist dat een door een directeur-grootaandeelhouder (dga) verstrekte lening aan de eigen bv niet zakelijk was vanwege te soepele leningsvoorwaarden. Volgens de rechtbank kon geen rente meer worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn om eenzelfde lening onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden te verstrekken. De onzakelijkheid van de lening leidde ertoe dat de dga geen afwaarderingsverlies op de lening ten laste van zijn inkomen kon brengen.
De procedure betrof een dga die in privé van de bank een geldlening had opgenomen van € 408.402 voor de financiering van de normale bedrijfsuitoefening van zijn bv. De lening was aflossingsvrij en had een rente van 5,2% per jaar. Als zekerheid hiervoor stelde de dga een hypotheek op zijn woonhuis. De dga leende het gehele bedrag door aan de bv waarbij hij van de bv geen zekerheden had bedongen. Wel bevatte de overeenkomst van geldlening een beding waarin de bv op eerste aanvraag van de dga een zekerheid in de door de dga gewenste vorm en omvang zou stellen. De dga had geen renteopslag toegepast op het aan zijn bv doorgeleende bedrag. De lening was aflossingsvrij en zou na een periode van 25 jaar in een keer worden afgelost. In zijn aangifte inkomstenbelasting over 2009 waardeerde de dga zijn vordering op zijn bv af en bracht dit afwaarderingsverlies ten laste van zijn box 1–inkomen. De inspecteur weigerde deze afwaardering omdat sprake zou zijn van een onzakelijke lening.

De rechtbank was onder verwijzing naar de arresten van de Hoge Raad van 25 november 2012 van oordeel dat inderdaad sprake was van een onzakelijke lening. De dga had geen reële zekerheden bedongen bij het verstrekken van de geldlening zodat geen enkele garantie was voor de terugbetaling van de lening. Ook ontbrak een zakelijk aflossingsschema. Naar het oordeel van de rechtbank kwalificeerde de afspraak dat de lening na 25 jaar ineens zou worden afgelost niet als een zakelijk aflossingsschema. Verder speelde ook mee dat de dga geen renteopslag had toegepast op het doorgeleende bedrag en hij had ook niets aangevoerd over een eventuele aanpassing van de rente.

De onzakelijkheid leidde ertoe dat de dga in 2009 geen afwaarderingsverlies op de vordering ten laste van zijn inkomen kon brengen.

Bron: Rechtbank Arnhem, 4-12-2012, nr. 12/2275